leefstijl in de behandeling van diabetes type 1

Profielwerkstuk Amber Heijneman

Langzaam maar zeker wordt vanuit wetenschappelijk onderzoek het belang van voeding en leefstijl in de behandeling van diabetes type 1 (her)ontdekt, schrijft Amber Heijneman in de inleiding van haar profielwerkstuk De diabetes renaissance, dat ze maakte voor de VWO-opleiding van het Rembrandt College Veenendaal. In het stevige werkstuk, 214 pagina’s groot, onderzoekt Amber de scheefgroei in de aansturing van diabetes type 1-patiënten. Hieronder de hoofdpunten.

Welke factoren beïnvloeden de intrinsieke motivatie van mensen met diabetes type 1 om hun zelfmanagement te ondersteunen met behulp van de leefstijl? Deze vraag wordt in De diabetes renaissance behandeld. Amber deed een enquête onder 262 respondenten en ondervroeg zeven vakspecialisten waaronder artsen en wetenschappers.

Amber deed een enquête onder 262 respondenten en ondervroeg zeven vakspecialisten

Omgaan met diabetes type 1 is belastend. Het managen van diabetes gaat de hele dag door, waarbij de patiënt zichzelf meerdere keren per dag insuline moet toedienen. Desondanks krijgen bijna alle diabetespatiënten binnen afzienbare tijd last van complicaties zoals schade aan nieren, voeten, spieren, hart, lever, huid of ogen. Ze hebben ook een lagere gemiddelde levensverwachting. De worsteling met het stabiel houden van de bloedsuikerwaardes is niet alleen fysiek schadelijk maar eist ook een mentale tol. Patiënten hebben grote kans op het ontwikkelen van depressie en angsten.

Recente studies boeken vooruitgang met het begrijpen van de ziekte en lijken dichter bij het genezen ervan te komen. De boodschap die eruit naar voren komt is dat hoe beter de patiënt het lichaam gezond houdt, hoe groter de kans van slagen is.

Historie van leefstijl in de behandeling van diabetes type 1

In 1921 wisten onderzoekers insuline voor het eerst te isoleren. Daarmee lukte het om het leven van een diabetespatiënt te verlengen. Artsen zoals Elliott P. Joslin ontwikkelden een gecombineerde aanpak van voeding, bewegen, bloedsuikermetingen en insuline om de bloedsuikers stabiel te houden. Geleidelijk kwam de nadruk echter steeds sterker op de behandeling met medicijnen te liggen.

Tegelijkertijd veranderde de voeding in de westerse wereld. De consumptie van bewerkte voeding nam sterk toe, zelfs voor baby’s, die steeds minder vaak met moedermelk werden gevoed. 68 procent van wat de gemiddelde jongvolwassene consumeert is ultrabewerkte voeding. Veel artsen en ook de World Health Organisation zien een verband tussen ultrabewerkte voeding en obesitas. Ook in Nederland zien we de afgelopen tien jaar een sterke toename in het aanbod van ongezonde voeding, waarbij de klassieke groenteboeren, bakkers en viswinkels door fastfood-zaken worden verdrongen.

Naar voeding en met name een koolhydraatarm dieet bij de behandeling van diabetes type 1 en 2 is veel onderzoek gedaan. Een groep wetenschappers formuleerde twaalf punten van wetenschappelijk bewijs voor het gebruik van koolhydraatarme voedingspatronen als de eerste benadering voor de behandeling van type 2-diabetes en als de meest doeltreffende aanvulling op farmacologie bij type 1. Door strikte richtlijnen van gezondheidsinstanties en adviesorganen worden de onderzoeken echter niet in de behandeling meegenomen.

Zelfmanagement

Gezien het bijzondere karakter van diabetes type 1 speelt zelfmanagement een belangrijke rol. De Nederlandse Diabetes Federatie schrijft: “Zelfmanagementondersteuning is een dynamisch proces waarin de patiënt en de zorgverlener gelijkwaardige partners zijn en samen vaststellen hoe een gezondheidsprobleem wordt opgepakt in een proces van gezamenlijke besluitvorming.” Daarbij is het belangrijk dat “de zorgverlener de keuzes van de patiënt respecteert ook als die vanuit professioneel oogpunt suboptimaal zijn.” Voldoende kennis bij zowel de behandelaar als patiënt zijn van groot belang. “Het team beschikt over de kennis en vaardigheden om gezonde leefstijlveranderingen bij de patiënt met diabetes te bewerkstelligen, waarbij wordt aangesloten bij de intrinsieke motivatie van de patiënt.”

In de praktijk is van deze gelijkwaardige en goed geïnformeerde wisselwerking vaak geen sprake, blijkt uit de enquête en interviews. Het merendeel van de respondenten geeft aan zijn leefstijl op eigen initiatief te hebben aangepast. Slechts bij 16 procent droeg de arts het initiatief aan voor een verandering in eetgewoontes, voor meer beweging bij 9 procent.

Opvallend is dat er verschillende verwachtingen zijn ten aanzien van de rol van voeding onder patiënten. Respondenten die geen leefstijlverandering hebben toegepast denken dat voeding het minste effect zal hebben. Zij die dat wel hebben gedaan geven aan dat vooral voeding een positief effect kan hebben.

Goed te implementeren

De meerderheid van de respondenten die de enquête hebben ingevuld bestaat uit mensen die op eigen initiatief hun leefstijl hebben aangepast. Grip krijgen op schommelende bloedsuikerwaardes, complicaties voorkomen en een behoefte aan controle en overzicht waren de belangrijkste aanleidingen.

Grip krijgen op bloedsuikerwaardes, complicaties voorkomen en behoefte aan controle zijn de belangrijkste aanleidingen om de leefstijl aan te passen

Daarbij vond 57 procent de leefstijlaanpassing goed te implementeren in het dagelijks leven. 80 procent zegt dat de verandering voldoende effect had en 83 procent wordt gestimuleerd door de behaalde resultaten. Van de mensen die een positieve ervaring hebben gehad past 87 procent de verandering in voedingspatroon en 42 procent de verandering in bewegingspatroon nog tot op de dag van vandaag toe. 75 procent is het eens met de stelling dat het aanpassen van de leefstijl extra tijd kost, maar 80 procent daarvan vindt het de tijdsinvestering waard.

De meeste respondenten die hun leefstijl hebben aangepast vinden voldoende steun in hun directe omgeving. 41 procent ervaart voldoende steun van de arts. Vanuit de samenleving wordt minder steun gevoeld: slechts 12 procent ervaart dat.

Obstakels voor leefstijl in de behandeling van diabetes type 1

Tegen welke obstakels lopen artsen aan bij het toepassen van een leefstijlaanpassing in de behandeling van diabetes type 1? Uit de interviews blijkt dat door de bezuiniging in de zorg het systeem zo is ingericht dat het heel moeilijk is om een individuele aanpak te realiseren. Er is tijdsgebrek, wat het moeilijk maakt om de patiënt goed in beeld te krijgen en te begeleiden. Het netwerk van leefstijlgerichte zorgprofessionals is bovendien slecht in beeld, wat doorverwijzen lastig maakt. Verder belemmeren protocollen de individuele optimalisatie.

Het netwerk van leefstijlgerichte zorgprofessionals is slecht in beeld

Kennisgebrek speelt ook een rol. Artsen en verpleegkundigen hebben voornamelijk kennis over medicatie. Voor leefstijlverandering zijn er weinig handvaten.

Voor de patiënten geldt dat het huidige behandelbeleid, doordat de leefstijl op de achtergrond is geraakt en vaak niet wordt geassocieerd met diabetes type 1, ze niet stimuleert om grote veranderingen in hun dagelijks leven aan te brengen. De mogelijkheden van een leefstijlaanpassing zijn voor veel patiënten onbekend. De meesten beschikken ook niet over de expertise om zo’n verandering te starten.

Ook als leefstijlveranderingen meer gestimuleerd zouden worden, zou het voor de patiënten overigens lastig blijven. De leefomgeving biedt veel verleidingen waaronder die van ultrabewerkt voedsel.

Praktische obstakels waar ‘beginners’ tegenaan kunnen lopen zijn onder meer financiële bezwaren en de eigen coping skills. Impulsiviteit in combinatie met een suikerverslaving kan een belangrijke hindernis zijn. Het geleidelijk doorbreken van oude routines terwijl simultaan een nieuw patroon wordt opgebouwd is van belang. Vertrouwen in eigen kunnen en lekker in je vel zitten zijn nodig om succesvol te kunnen veranderen.

Scheefgroei

Het managen van diabetes type 1 kan bestaan uit medicatie én leefstijlelementen, zoals ook in de interviews wordt bevestigd. Momenteel is er echter een duidelijke scheefgroei in de aansturing ten gunste van medicijnen. De zorgstandaard zelfmanagement beveelt aan dat de keuze van de patiënt leidend is. Maar iemand kan alleen een keuze maken als hij of zij weet dat er wat te kiezen valt. Met de mogelijkheden van leefstijlaanpassingen zijn veel diabetespatiënten onvoldoende bekend.

Een ‘beweging van onderaf’ kan helpen, schrijft Amber Heijneman. Van harte beveelt ze peer-to-peer educatie aan. “De patiënt zelf heeft er behoefte aan en het zorgsysteem heeft er baat bij. De ervaringsdeskundigen hebben meer tijd dan de arts voor actief contact en support. Dat levert de patiënt steun en kennis op, wat veel effect heeft bij het ontwikkelen van de motivatie.”

Lees verder

Lees hier een interview met Amber Heijneman. Zij vertelt over haar ervaring met en onderzoek naar leefstijl in de behandeling van diabetes type 1 .

Op onze pagina voeding vind je meer informatie over voeding en leefstijl in de behandeling van diabetes type 1. Bezoek de pagina.

Aanbevolen video

In het United Kingdom spreken medici én patiënten zich gezamenlijk uit over de positieve effecten van een koolhydraatarme leefstijl bij diabetes type 1 en bepleiten dat het als behandeloptie bij diagnose zou moeten worden aangeboden.