Ga naar inhoud
Webinar Bewegen een hoofdzaakInschrijven
Artikel

Gezonde leefstijl voor pubers: wat werkt echt en wat niet

Over een gezonde leefstijl voor pubers heb je als ouder minder te zeggen dan toen je kind acht was. Hij eet buiten de deur, zij bepaalt zelf of ze naar de training gaat. Juist in deze jaren vormen zich de gewoonten die de gezondheid later beschermen of ondermijnen [1]. Hieronder wat iets oplevert, wat niet en waar je zelf invloed op hebt.

Gepubliceerd: Bijgewerkt:
Groepje tieners loopt door het park: gezonde leefstijl voor pubers

Foto: Max Fischer via Pexels (Pexels License)

Kernboodschappen van dit artikel (leestijd 12 minuten)

  1. Bewegen levert op veel fronten tegelijk winst op. Betere bloedsuiker, minder somberheid en angst en meer concentratie, zonder dat er een dieet bij hoeft.
  2. Wat er in huis staat telt zwaarder dan wat je erover zegt.
  3. Praat thuis niet over gewicht. Bij meisjes helpt praten over gewicht en lijnen door ouders niet.
  4. Je puber thuis een glas alcohol geven werkt averechts. Ouders die hun kind zelf inschenken, zien later méér alcoholgebruik bij dat kind.
  5. Vapen is onder 12- tot 16-jarigen gewoner dan roken. Een kwart heeft ooit gevapet, tegen zestien procent die ooit rookte.

1. Wat verandert er in de puberteit?

In de hersenen rijpen twee systemen niet gelijk op: het beloningssysteem is er vroeg klaar voor, terwijl het rem-gebied vooraan in de hersenen pas veel later af is [2]. Spanning voelt in deze jaren dus aantrekkelijker, terwijl de rem nog in aanbouw is. Dezelfde vormbaarheid maakt de fase gevoelig voor schade: bij tieners die cannabis gebruiken zijn de veranderingen in de hersenen groter dan bij volwassenen die dat doen. En de botaanbouw versnelt vier- tot zesvoudig; wat je nu opbouwt bepaalt mede of je decennia later iets breekt [3].

Vanaf het begin van de puberteit reageert het lichaam ook minder goed op insuline, het hormoon dat de bloedsuiker regelt. Die ongevoeligheid piekt halverwege en herstelt aan het einde vrijwel volledig; verschillen in gewicht verklaren die ongevoeligheid niet [4]. Normaal dus, en het gaat over. Behalve bij tieners die met ernstig overgewicht aan de puberteit beginnen: bij hen blijft het herstel uit [5]. Dáár ligt de grens. Een getal op de weegschaal zegt het niet. Wat levert bewegen dan op?

2. Wat bewegen oplevert

Bij tieners met overgewicht verbetert bewegen hoe het lichaam met insuline omgaat [6], en daar hoeft geen dieet bij: die winst komt er ook als een tiener niet minder gaat eten [7]. Op de weegschaal hoeft die winst dus niet zichtbaar te worden. Bewegen vermindert bovendien somberheids- en angstklachten [8] en verbetert aandacht en werkgeheugen [9].

De beweegrichtlijn voor 4- tot 18-jarigen vraagt drie dingen: minstens een uur per dag matig of zwaar intensief bewegen, drie keer per week iets wat spieren en botten belast en niet te veel stilzitten [10]. Matig intensief: je gaat sneller ademen, praten lukt nog net. Van de 12- tot 16-jarigen haalt 41 procent dat, de laagste score van alle kinderen en jongeren [11]. Het spier- en botdeel kent bijna niemand, terwijl bot juist reageert op klappen en stoten: springen, klimmen, sprinten. Meer in ons artikel Kinderen bewegen te weinig.

3. Hoe krijg ik mijn puber in beweging?

Wat kinderen bij een sport houdt, is bekend: plezier, het gevoel dat je er iets van kunt en steun uit de omgeving [12]. Tieners die bewegen omdat het moet of omdat ze zich anders schuldig voelen, gaan daarna vaak juist iets minder bewegen [13]. Meedenken werkt dus beter dan aandringen.

  • Vraag wat er niet leuk aan is. Een andere club, trainer of een sport zonder wedstrijden helpt vaker dan aansporen.
  • Laat de keuze bij je kind, en tel mee wat niemand sport noemt: fietsen naar school, de hond uitlaten, een bijbaan waarbij je staat.
  • Krachttraining mag, mits begeleid [14], en drie keer per week iets zwaars doen dekt meteen het spier- en botdeel van de beweegrichtlijn [10]. Houdt je kind niet van teamsport, dan is de sportschool vaak een goed begin.

4. Wat als mijn puber slecht eet?

In het eten valt meer te sturen dan in zijn agenda: de meeste keuzes vallen in een keuken die jij inricht. Twee dingen hangen op deze leeftijd het duidelijkst samen met overgewicht. Het eerste is ultrabewerkt voedsel: de pakjes en zakjes uit de fabriek, van chips en koek uit een pak tot gezoete ontbijtgranen. Tieners die daar veel van eten, hebben ongeveer 60 procent meer kans op overgewicht dan tieners die daar weinig van eten [15]. Het tweede zijn suikerhoudende dranken: elk extra glas frisdrank of vruchtensap per dag gaat samen met een iets hoger gewicht in verhouding tot de lengte, de body-mass index of BMI [16].

Verder verdienen ijzer en genoeg eten aandacht. Een ijzertekort komt bij menstruerende meisjes veel vaker voor dan bloedarmoede, dus een normale uitslag voor bloedarmoede sluit een tekort niet uit [17]: moeheid die weken aanhoudt, hoort bij de huisarts. En genoeg eten: de groeispurt vraagt om energie, ijzer, calcium en eiwit uit vlees, vis, ei, peulvruchten of zuivel. Koolhydraatbeperking hoort daarom niet bij gezonde tieners. Dat het bij hen iets oplevert, is niet aangetoond, en bij meisjes gaat lijnen samen met meer verstoord eetgedrag [18].

Praten helpt hier het minst: wat er in huis ligt en wat je zelf eet, doet meer voor wat je kind eet dan wat je erover zegt [19]. Meer in ons artikel Overgewicht bij kinderen.

5. Mijn puber heeft overgewicht, moet ik daar iets van zeggen?

Kort antwoord: nee, niet over het gewicht.

In 2021 vond 35 procent van de middelbare scholieren zichzelf te dik. Overgewicht zelf komt minder vaak voor: in 2025 had volgens de CBS-cijfers ongeveer een op de acht 12- tot 16-jarigen overgewicht [20]. Het zijn twee verschillende onderzoeken, dus de cijfers laten zich niet precies naast elkaar leggen; de verhouding is er niet minder duidelijk om. Een opmerking aan tafel bereikt dus vooral tieners die zichzelf te dik vinden zonder dat te zijn. Bij meisjes helpt praten over gewicht en lijnen binnen het gezin niet, maar leidt tot ontevredenheid over het eigen lichaam en meer verstoord eetgedrag [18]. Bij een professioneel begeleide behandeling gebeurt dat niet: daar daalt het risico op een eetstoornis juist [21] en nemen depressieve klachten af [22].

De BMI van een kind voorspelt bovendien slecht wie later ziek wordt: de meeste gewichtsgerelateerde ziekte bij volwassenen treft mensen die als kind een gezond gewicht hadden [23]. Begeleiding bij gewoonten helpt tieners wel zolang die begeleiding loopt, maar het effect op het gewicht houdt daarna niet aan; bloeddruk, bloedvetten en bloedsuiker verbeteren wel [24].

Kortom: praat over gewoonten en niet over kilo's. Maak je je zorgen, leg die dan bij de huisarts of jeugdarts neer.

6. Wat doe ik als mijn puber alcohol drinkt?

Van de Nederlandse 12- tot 16-jarigen heeft 40 procent weleens alcohol gedronken [25], en dat percentage daalt. Het advies om geen alcohol te drinken staat al sinds 2015 in de Richtlijnen goede voeding. Elk glas geeft gezondheidsrisico's en alcoholgebruik past niet in een gezonde leefstijl [26].

Voor thuis is de norm eenvoudig: geen alcohol onder de achttien, ook niet als jij het inschenkt [27]. Die norm komt niet uit een enkel onderzoek: de Gezondheidsraad noemt niet drinken voor jongeren een verstandige keuze [28]. Ook de wet trekt de grens op achttien: verkopen mag niet, en alcohol bij je hebben op straat is onder de achttien strafbaar [29]. Zelf inschenken werkt bovendien averechts: ouders die hun puber thuis een glas alcohol geven, in de gedachte dat hij het dan onder toezicht leert drinken, zien later juist méér alcoholgebruik bij dat kind [30]. Zicht houden, een goede band, betrokkenheid en steun helpen wel [31].

De reden om nu al streng te zijn ligt in het heden: tieners die zwaar drinken, presteren slechter op aandacht en geheugen, en hun hersenen ontwikkelen zich anders dan die van leeftijdsgenoten die niet drinken [32]. De Gezondheidsraad houdt het voorzichtiger: er zijn aanwijzingen dat de hersenen zich bij drinkende jongeren anders ontwikkelen, terwijl het verband met geheugen en schoolprestaties nog onduidelijk is [28]. Dat wie jong begint later vanzelf alcoholproblemen krijgt, is niet goed onderbouwd [33].

Drinkt je puber toch? Herhaal dan rustig de afspraak en vraag door naar hoe vaak, hoeveel en met wie; blijf praten, hoe lastig dat ook is. Maak je je zorgen, dan kun je bellen of chatten met de Alcohol Infolijn van het Trimbos-instituut (0900-1995), of een gratis adviesgesprek vragen bij een instelling voor verslavingszorg in je regio. Ook de huisarts of de jeugdarts kan meedenken [34].

7. Wat als mijn puber vapet, blowt of stiekem rookt?

Onder Nederlandse 12- tot 16-jarigen heeft een kwart ooit gevapet en een op de zes ooit gerookt [25]. Vapen, het roken van een e-sigaret, is dus gewoner dan roken. De reden om het af te raden is het middel zelf: nicotine kan de hersenen van jongeren beschadigen, met gevolgen voor het denken, de aandacht en de stemming [35]. Of vapen een opstap naar roken is, staat niet vast: jongeren die vapen gaan vaker roken, maar dat vapen daar de oorzaak van is, is niet aangetoond [36].

Bij cannabis kent het verband met psychose een drempel: bij maandelijks gebruik is geen verhoogd risico te zien, bij wekelijks en dagelijks wel [37]. Een gesprek thuis gaat dus vooral over hoe vaak het gebeurt. Maak daar ook een afspraak over, bijvoorbeeld dat je kind hiermee wacht tot het achttien is, en blijf in gesprek, hoe lastig dat soms is.

Wordt het vaker, of zie je je kind vastlopen op school, dan kun je bellen of chatten met de Drugs Infolijn van het Trimbos-instituut (0900-1995). Ook een instelling voor verslavingszorg in je regio geeft ouders een gratis adviesgesprek [38]. Verder geldt hetzelfde als bij alcohol: één duidelijke norm, en een sfeer waarin je kind iets durft te vertellen. Meer op onze pagina over middelen.

8. Slaap, schermen en stress

Ruim de helft van de tieners haalt de aanbevolen acht tot tien uur slaap niet [39]. Tieners die korter slapen hebben ongeveer de helft vaker stemmingsklachten [40]. Het humeur is dus een beter argument om over slaap te beginnen dan het schoolrapport (zie ons artikel Hoeveel slaap heeft een kind nodig?).

Voor schermtijd is er geen aantal uren dat als grens geldt, en het verband tussen sociale media en somberheid of angst is zeer zwak [41]. Kijk eerder naar wat het scherm verdringt.

Bijna de helft van de leerlingen in het voortgezet onderwijs ervaart prestatiedruk, tegen ongeveer een zesde in 2001 [42]. Tegen de somberheid en de spanning die daarbij horen, helpt bewegen [8]; ook genoeg slapen hangt samen met een beter humeur [40] (zie ons artikel Stress bij kinderen).

9. Wat kan ik als ouder eigenlijk doen?

Het antwoord is bescheiden. Ouders die warm zijn en tegelijk duidelijke grenzen stellen, zien iets minder middelengebruik bij hun kind [43].

De schadelijke kant weegt zwaarder. Sturen via schuld, schaamte of het intrekken van genegenheid gaat duidelijk samen met meer angst en somberheid. Bij tieners is dat verband sterker dan bij jongere kinderen [44].

En zicht houden op wat je kind doet? Het verband met minder middelengebruik zit vooral in wat je kind uit zichzelf vertelt; zelf actief uitvragen werkt niet erg goed [45]. Een sfeer waarin verteld wordt doet dus meer dan een goede vraag.

Twee dingen tellen wel mee. Je eigen gedrag om te beginnen: bij eten doet wat de ouder zelf eet het meest voor wat het kind eet [19], en bij bewegen telt praktische steun: rijden, regelen, meedoen. En de vriendengroep: vrienden die roken gaan samen met ongeveer een twee keer zo grote kans dat je kind zelf begint [46]; de vriendengroep weegt daarin zwaarder dan hoe je opvoedt [43].

Kijk ook verder dan het gezin: jongeren die zich thuis voelen op hun school, nemen op de onderzochte vlakken minder risico met hun gezondheid [47]. Een club of een bijbaan doet iets vergelijkbaars; waarom verbinding zo zwaar weegt, lees je op onze pagina erover. Blijft de vraag wat je beter kunt laten.

Je Leefstijl als Medicijn · Pubers

Gezonde leefstijl voor pubers: wat werkt echt

Juist in de tienerjaren worden gewoonten voor het leven gevormd, terwijl jij er minder over te zeggen hebt dan vroeger. Bewegen levert het meest op, en wat er in de keuken ligt telt zwaarder dan wat je erover zegt.

Zet in op bewegen: dat levert het meest op

  • Bewegen werkt zonder dieet

    Betere bloedsuiker, minder somberheid en angst, meer concentratie - een dieet hoeft er niet bij

  • Mik op een uur bewegen per dag

    Maar 41 procent van de 12- tot 16-jarigen haalt de beweegrichtlijn. Plan ook drie keer per week springen, klimmen of begeleide krachttraining: dat bouwt bot op

Verander de keuken, niet het gesprek

  • Wat er in huis ligt telt zwaarder dan wat je zegt

    Wat jij in huis haalt en zelf eet, stuurt het eten van je kind sterker dan welk advies dan ook

  • Beperk fabriekseten en frisdrank

    Tieners die veel chips, koek en gezoete ontbijtgranen eten, hebben zo'n 60 procent meer kans op overgewicht dan tieners die dat weinig eten

Praat over gewoonten, niet over kilo's

  • Gewichtspraat en lijnen thuis maken het niet beter

    Meisjes werden er nergens beter van, wel ontevredener over hun lichaam. En 35 procent van de middelbare scholieren vindt zichzelf te dik, terwijl 13 procent overgewicht heeft

  • Zorgen? Ga naar de huisarts of jeugdarts

    Professionele begeleiding richt die schade niet aan: het risico op een eetstoornis daalt er juist en sombere klachten nemen af

Houd één norm: niets onder de 18

  • Schenk thuis niet in

    Ouders die zelf alcohol aanbieden, zien hun kind later méér drinken - en een veilige ondergrens bestaat niet: elk glas geeft gezondheidsrisico's

  • Neem vapen net zo serieus als roken

    Een kwart van de 12- tot 16-jarigen heeft ooit gevapet, tegen 16 procent die ooit rookte; nicotine is extra schadelijk voor een brein in ontwikkeling

Bewaak de slaap, ontspan over schermen

  • Stuur op acht tot tien uur slaap

    Ruim de helft van de tieners haalt dat niet, en wie korter slaapt heeft ongeveer de helft meer kans op stemmingsklachten

  • Kijk niet naar schermuren, maar naar wat het scherm verdringt

    Geen enkele richtlijn noemt een maximum, en van schermtijd zelf wordt je kind nauwelijks somberder of angstiger

Wat jij als ouder wél kunt doen

  • Je wint meer met wat je nalaat

    Sturen via schuld of schaamte geeft duidelijk meer angst en somberheid; warmte met duidelijke grenzen en een kind dat uit zichzelf vertelt, helpen wél

  • Help je kind ergens bij te horen

    Jongeren die zich verbonden voelen met school, lopen op vrijwel elk gezondheidsrisico lager uit; een club of bijbaan doet iets vergelijkbaars

Grootste winst

Zet het fruit op het aanrecht, koop de frisdrank niet en eet zelf wat je aanbiedt. Kies één ding dat beweging terugbrengt in de week en laat je kind bepalen wát. Houd de alcoholgrens hard en laat de weegschaal staan.

Geen medisch advies. Maak je je zorgen over het gewicht, het eten, de somberheid of het middelengebruik van je kind, leg die dan neer bij de huisarts of jeugdarts. Ook moeheid die weken aanhoudt, hoort daar thuis.

Je Leefstijl als Medicijn

Poster als pdf

10. Wat werkt niet

Schoolprogramma's leveren iets op bij roken, maar niet op drugsgebruik en niet op mentale gezondheid [48]. Bij alcohol leveren ze wel iets op, al pakte een enkel programma verkeerd uit, met leerlingen die daarna méér risico namen [49]. En programma's die overgewicht bij 12- tot 18-jarigen moeten voorkomen door voeding en bewegen te combineren, veranderen de BMI niet [50].

Over medicijnen tegen overgewicht circuleren grote getallen. Gemiddeld over alle onderzochte middelen gaat de BMI ongeveer 1,7 eenheid omlaag; de veel geciteerde 5,9 van semaglutide (de stof in de prikpen Wegovy, die voor obesitas is geregistreerd) is een uitschieter [51]. Ongeveer één op de honderd jongeren krijgt tijdens het gebruik te maken met een ernstig gezondheidsprobleem, en of het gewichtsverlies daarna blijft, is niet onderzocht. Het gaat bovendien over tieners met obesitas die onder behandeling zijn. Voor een gezonde puber zeggen die cijfers niets.

Dit artikel noemt medicijnen die alleen op recept verkrijgbaar zijn. Het is bedoeld als informatie en niet als advies om deze middelen wel of niet te gebruiken. Start, stop of wijzig medicatie nooit zonder overleg met je arts.

11. Wat zeg je dan?

Bij pubers valt of staat het bij de toon: sturen op gedrag werkt, sturen op hun lijf of hun karakter niet.

In plaats van

Probeer

"Je moet echt eens gaan sporten."

"Er zit een sportschool om de hoek. Zal ik een proefles voor je regelen?"

"Je eet ook alleen maar troep."

"Ik doe boodschappen. Wat zal ik halen dat je lekker vindt?"

"Moet je jezelf nou eens zien."

"Ik zeg niks over je lijf. Wel dat ik het fijn vind als we samen eten."

"Bij mij aan tafel drink je tenminste veilig."

"Onder de achttien drink je niet, dat is hier de afspraak. Zit je toch ergens klem, bel mij: dan haal ik je op en praten we morgen."

"Als ik je betrap met een vape, ben je de klos."

"Ik wil niet dat je vapet. En als je het toch doet, wil ik dat je het me kunt vertellen."

"Jij ligt veel te laat in bed."

"Je bent er 's ochtends kapot van. Zullen we een week een half uur eerder proberen?"

12. Gezonde leefstijl voor pubers: waar begin je?

Wat ons betreft niet met een gesprek over gezondheid: dat werkt meestal het minst. Begin met de omgeving: zet het fruit op het aanrecht, koop de frisdrank niet, eet zelf wat je aanbiedt. Kies één ding dat weer beweging in de week brengt en laat je kind bepalen wát dat is. Houd de alcoholgrens simpel en hard. En laat de weegschaal staan.

Verwacht geen zichtbare bevestiging: het meeste van wat een ouder in deze jaren doet, werkt klein en met vertraging. Eén stap voor vanavond: kijk in je koelkast en vervang één ding dat er standaard staat door iets waarvan je liever hebt dat je puber het pakt.

Het overzicht van alles wat thuis meespeelt, van baby tot puber, staat op Gezonde leefstijl voor kinderen.

Veelgestelde vragen

Hoe krijg ik mijn puber gezonder aan het eten?

Vooral door de keuken te veranderen. Wat er in huis ligt en wat je zelf eet, doet het meest voor wat je kind eet [19]. Zet dus fruit en noten binnen handbereik, sla geen frisdrank in en eet aan tafel hetzelfde als wat je aanbiedt. Aanbieden werkt beter dan aandringen.

Mag mijn puber al krachttraining doen?

Ja, mits begeleid. In onderzoek naar krachttraining bij jongeren met professionele begeleiding is nooit schade aan de groeischijven gemeld, en er is geen aanwijzing dat het de lengtegroei remt [14]. Het is bovendien het deel van de beweegrichtlijn dat het minst bekend is: drie keer per week iets doen dat spieren en botten belast [10].

Hoe kook ik één maaltijd waar de hele familie iets aan heeft?

Kook één basis en varieer met wat erbij komt: een pan groente met peulvruchten of vlees, en daarnaast rijst, aardappels of pasta die iedereen zelf opschept. Een puber in de groeispurt heeft simpelweg meer nodig dan een volwassene, dus laat portiegrootte vrij en beperk het aanbod niet. Aan tafel telt de vorm meer dan het recept: scherm uit, langer aan tafel, goede sfeer en je kind laten meekoken [52].

Moet mijn puber elke dag ontbijten?

Het is verstandig, al is het gewicht niet de reden. Kinderen en tieners die het ontbijt overslaan, hebben vaker overgewicht [53, 54]; laat je ze een paar maanden lang wél ontbijten, dan verandert er aan dat gewicht weinig [54]. Wat overeind blijft is de school: wie het ontbijt overslaat, presteert gemiddeld slechter [55]. Lukt een ontbijt echt niet, kijk dan naar de oorzaak (te kort geslapen, te laat opgestaan) in plaats van naar de boterham.

Krijgt mijn puber op de middelbare school nog een gezondheidscheck?

Meestal twee keer. Op havo en vwo gebeurt dat doorgaans in klas 2 en klas 4, op het vmbo in klas 1 en klas 3 [56]. Het begint met een digitale vragenlijst op school; soms nodigt de jeugdverpleegkundige of jeugdarts een leerling daarna uit voor een gesprek. Een landelijk voorgeschreven schema bestaat sinds 2016 niet meer, dus de invulling verschilt per regio [57]. Zit je met een vraag, dan kun je de jeugdarts of jeugdverpleegkundige ook zelf benaderen.

Dit artikel is gebaseerd op de 57 onderstaande wetenschappelijke artikelen.
  1. World Health Organization. Adolescent health. Genève: WHO; doorlopend. Link
  2. Konrad K, Firk C, Uhlhaas PJ. Brain development during adolescence: neuroscientific insights into this developmental period. Dtsch Arztebl Int. 2013;110(25):425-31. DOI
  3. Chevalley T, Rizzoli R. Acquisition of peak bone mass. Best Pract Res Clin Endocrinol Metab. 2022;36(2):101616. DOI
  4. Moran A, Jacobs DR Jr, Steinberger J, et al. Insulin resistance during puberty: results from clamp studies in 357 children. Diabetes. 1999;48(10):2039-44. DOI
  5. Kelsey MM, Zeitler PS. Insulin resistance of puberty. Curr Diab Rep. 2016;16(7):64. DOI
  6. García-Hermoso A, López-Gil JF, Izquierdo M, et al. Exercise and insulin resistance markers in children and adolescents with excess weight: a systematic review and network meta-analysis. JAMA Pediatr. 2023;177(12):1276-84. DOI
  7. Kazeminasab F, Sharafifard F, Miraghajani M, et al. The effects of exercise training on insulin resistance in children and adolescents with overweight or obesity. Front Endocrinol. 2023;14:1178376. DOI
  8. Singh B, Bennett H, Miatke A, et al. Systematic umbrella review and meta-meta-analysis: effectiveness of physical activity in improving depression and anxiety in children and adolescents. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry. 2026;65(2):171-86. DOI
  9. Haverkamp BF, Wiersma R, Vertessen K, van Ewijk H, Oosterlaan J, Hartman E. Effects of physical activity interventions on cognitive outcomes and academic performance in adolescents and young adults: a meta-analysis. J Sports Sci. 2020;38(23):2637-60. DOI
  10. Gezondheidsraad. Beweegrichtlijnen 2017. Den Haag: Gezondheidsraad; 2017. Publicatienr. 2017/08. Link
  11. Nederlands Jeugdinstituut. Cijfers over beweging bij kinderen en jongeren. Utrecht: NJi; 2025. Link
  12. Zhang Y, Wang F, Szakál Z, Bíró Z, Kovács M, Őrsi B, Kovács KE. Why do students drop out of regular sport in late adolescent? The experience of a systematic review. Front Public Health. 2024;12:1416558. DOI
  13. Owen KB, Smith J, Lubans DR, et al. Self-determined motivation and physical activity in children and adolescents: a systematic review and meta-analysis. Prev Med. 2014;67:270-9. DOI
  14. Faigenbaum AD, Myer GD. Resistance training among young athletes: safety, efficacy and injury prevention effects. Br J Sports Med. 2010;44(1):56-63. DOI
  15. Aweke MN, Abuhay HW, Limenih MA, et al. Ultra-processed food consumption and the risk of overweight and obesity in adolescents: a systematic review and meta-analysis. PLoS One. 2026;21(4):e0344873. DOI
  16. Nguyen M, Jarvis SE, Tinajero MG, et al. Sugar-sweetened beverage consumption and weight gain in children and adults: a systematic review and meta-analysis. Am J Clin Nutr. 2023;117(1):160-74. DOI
  17. Weyand AC, Chaitoff A, Freed GL, et al. Prevalence of iron deficiency and iron-deficiency anemia in US females aged 12-21 years, 2003-2020. JAMA. 2023;329(24):2191-3. DOI
  18. Neumark-Sztainer D, Bauer KW, Friend S, et al. Family weight talk and dieting: how much do they matter for body dissatisfaction and disordered eating behaviors in adolescent girls? J Adolesc Health. 2010;47(3):270-6. DOI
  19. Yee AZH, Lwin MO, Ho SS. The influence of parental practices on child promotive and preventive food consumption behaviors: a systematic review and meta-analysis. Int J Behav Nutr Phys Act. 2017;14(1):47. DOI
  20. Nederlands Jeugdinstituut. Cijfers over overgewicht bij kinderen en jongeren (CBS Gezondheidsenquête 2025; HBSC 2021). Utrecht: NJi; 2025. Link
  21. Jebeile H, Gow ML, Baur LA, Garnett SP, Paxton SJ, Lister NB. Treatment of obesity, with a dietary component, and eating disorder risk in children and adolescents: a systematic review with meta-analysis. Obes Rev. 2019;20(9):1287-98. DOI
  22. Jebeile H, Gow ML, Baur LA, Garnett SP, Paxton SJ, Lister NB. Association of pediatric obesity treatment, including a dietary component, with change in depression and anxiety: a systematic review and meta-analysis. JAMA Pediatr. 2019;173(11):e192841. DOI
  23. Simmonds M, Burch J, Llewellyn A, et al. The use of measures of obesity in childhood for predicting obesity and the development of obesity-related diseases in adulthood: a systematic review and meta-analysis. Health Technol Assess. 2015;19(43):1-336. DOI
  24. Henderson M, Moore SA, Harnois-Leblanc S, et al. Effectiveness of behavioural and psychological interventions for managing obesity in children and adolescents. Pediatr Obes. 2025;20(3):e13193. DOI
  25. Trimbos-instituut. Peilstationsonderzoek scholieren: alcohol, drugs en roken, meetjaar 2023 (12 t/m 16 jaar). Utrecht: Trimbos-instituut; 2024. Link
  26. Gezondheidsraad. Alcohol en gezondheid in brede zin. Den Haag: Gezondheidsraad; 2026. Publicatienr. 2026/11. Link
  27. NIX18. Geen alcohol en roken onder de 18. Den Haag; doorlopend. Link
  28. Gezondheidsraad. Alcohol en hersenontwikkeling bij jongeren. Den Haag: Gezondheidsraad; 2018. Publicatienr. 2018/23. Link
  29. Rijksoverheid. Vanaf welke leeftijd mag ik alcohol bij me hebben op openbare plekken? Den Haag: Rijksoverheid; geraadpleegd 12 augustus 2026. Link
  30. Sharmin S, Kypri K, Khanam M, Wadolowski M, Bruno R, Mattick RP. Parental supply of alcohol in childhood and risky drinking in adolescence: systematic review and meta-analysis. Int J Environ Res Public Health. 2017;14(3):287. DOI
  31. Yap MBH, Cheong TWK, Zaravinos-Tsakos F, et al. Modifiable parenting factors associated with adolescent alcohol misuse: a systematic review and meta-analysis of longitudinal studies. Addiction. 2017;112(7):1142-62. DOI
  32. Lees B, Meredith LR, Kirkland AE, Bryant BE, Squeglia LM. Effect of alcohol use on the adolescent brain and behavior. Pharmacol Biochem Behav. 2020;192:172906. DOI
  33. Maimaris W, McCambridge J. Age of first drinking and adult alcohol problems: systematic review of prospective cohort studies. J Epidemiol Community Health. 2014;68(3):268-74. DOI
  34. Trimbos-instituut. Helder Opvoeden. Mijn kind drinkt alcohol, wat kan ik doen? Utrecht: Trimbos-instituut; geraadpleegd 12 augustus 2026. Link
  35. Trimbos-instituut. E-sigaret en vape. Utrecht: Trimbos-instituut; geraadpleegd 5 augustus 2026. Link
  36. Begh R, Conde M, Fanshawe TR, et al. Electronic cigarettes and subsequent cigarette smoking in young people: a systematic review. Addiction. 2025;120(6):1090-111. DOI
  37. Robinson T, Ali MU, Easterbrook B, Hall W, Jutras-Aswad D, Fischer B. Risk-thresholds for the association between frequency of cannabis use and the development of psychosis: a systematic review and meta-analysis. Psychol Med. 2023;53(9):3858-68. DOI
  38. Trimbos-instituut. Helder Opvoeden. Wat je als ouder wilt weten over blowen. Utrecht: Trimbos-instituut; geraadpleegd 12 augustus 2026. Link
  39. Kocevska D, Lysen TS, Dotinga A, et al. Sleep characteristics across the lifespan in 1.1 million people from the Netherlands, United Kingdom and United States: a systematic review and meta-analysis. Nat Hum Behav. 2021;5(1):113-22. DOI
  40. Short MA, Booth SA, Omar O, Ostlundh L, Arora T. The relationship between sleep duration and mood in adolescents: a systematic review and meta-analysis. Sleep Med Rev. 2020;52:101311. DOI
  41. Fassi L, Thomas K, Parry DA, Leyland-Craggs A, Ford TJ, Orben A. Social media use and internalizing symptoms in clinical and community adolescent samples: a systematic review and meta-analysis. JAMA Pediatr. 2024;178(8):814-22. DOI
  42. Nederlands Jeugdinstituut. Cijfers over prestatiedruk (Peilstationsonderzoek 2023). Utrecht: NJi; 2024. Link
  43. Pinquart M, Lauk J. Associations of parenting styles with substance use in the offspring: a systematic review and meta-analysis. Drug Alcohol Rev. 2025;44(1):133-43. DOI
  44. Salaam B, Kyere E. Parental psychological control and youths' internalizing symptoms in majority world contexts: a meta-analysis. J Fam Psychol. 2025;39(5):561-81. DOI
  45. Pinquart M, Reeg A. Associations of parental monitoring and behavioral control with substance use in adolescents and emerging adults: a meta-analysis. Subst Use Misuse. 2025;60(10):1497-505. DOI
  46. Liu J, Zhao S, Chen X, Falk E, Albarracín D. The influence of peer behavior as a function of social and cultural closeness: a meta-analysis of normative influence on adolescent smoking initiation and continuation. Psychol Bull. 2017;143(10):1082-115. DOI
  47. Rose ID, Lesesne CA, Sun J, Johns MM, Zhang X, Hertz M. The relationship of school connectedness to adolescents' engagement in co-occurring health risks: a meta-analytic review. J Sch Nurs. 2024;40(1):58-73. DOI
  48. Langford R, Bonell CP, Jones HE, et al. The WHO Health Promoting School framework for improving the health and well-being of students and their academic achievement. Cochrane Database Syst Rev. 2014;(4):CD008958. DOI
  49. MacArthur G, Caldwell DM, Redmore J, et al. Individual-, family-, and school-level interventions targeting multiple risk behaviours in young people. Cochrane Database Syst Rev. 2018;10:CD009927. DOI
  50. Spiga F, Tomlinson E, Davies AL, et al. Interventions to prevent obesity in children aged 12 to 18 years old. Cochrane Database Syst Rev. 2024;5:CD015330. DOI
  51. Torbahn G, Jones A, Griffiths A, et al. Pharmacological interventions for the management of children and adolescents living with obesity: an update of a Cochrane systematic review with meta-analyses. Pediatr Obes. 2024;19(5):e13113. DOI
  52. Dallacker M, Hertwig R, Mata J. Quality matters: a meta-analysis on components of healthy family meals. Health Psychol. 2019;38(12):1137-49. DOI
  53. Monzani A, Ricotti R, Caputo M, et al. A systematic review of the association of skipping breakfast with weight and cardiometabolic risk factors in children and adolescents. Nutrients. 2019;11(2):387. DOI
  54. Ricotti R, Caputo M, Monzani A, et al. Breakfast skipping, weight, cardiometabolic risk, and nutrition quality in children and adolescents: a systematic review of randomized controlled and intervention longitudinal trials. Nutrients. 2021;13(10):3331. DOI
  55. Seura T, Nagai R, Yamazaki S, et al. The impact of skipping breakfast on academic performance in youths: a meta-analysis of observational studies. J Nutr Sci Vitaminol (Tokyo). 2025;71(4):339-48. DOI
  56. GGD IJsselland. Jeugdgezondheidszorg op school: voortgezet onderwijs. Zwolle: GGD IJsselland; 2026. Link
  57. Nederlands Centrum Jeugdgezondheid. Landelijk Professioneel Kader jeugdgezondheidszorg beschikbaar. Utrecht: NCJ; 2015 (het LPK is van kracht per 1 januari 2016). Link
21.000+ lezers

Nieuwsbrief

Elke maand iets gezonds in je inbox.

Auteur

Jaap Versfelt
Jaap Versfelt

Directeur-bestuurder sinds 2024

Gerelateerde artikelen

Beweging bij chronische ziekten: bewezen effectief.Wetenschap

Beweging, de motor van gezond leven

Chronische aandoeningen nemen toe. Ontdek waarom beweging één van de krachtigste manieren is om diabetes, hartziekten en pijnklachten te voorkomen.

Lees meer
Volle, kleurrijke schappen van een supermarkt, gezien van bovenaf.Wetenschap

Ultrabewerkt voedsel

Wat is ultrabewerkt voedsel en hoe herken je het in de supermarkt? Het staat voor meer dan de helft van ons eten. Lees wat het met je gezondheid doet.

Lees meer

Let op bij dit artikel

Dit artikel gaat over medicijnen die alleen op recept verkrijgbaar zijn. Het is bedoeld als informatie en niet als advies om deze middelen wel of niet te gebruiken. Start, stop of wijzig medicatie nooit zonder overleg met je arts.