Ga naar inhoud
Webinar Bewegen een hoofdzaakInschrijven
negen kinderen van peuter tot puber naast elkaar in een tuin

Kindergezondheid

Over eten, bewegen, slaap, schermtijd en spanning, per leeftijd

Je kind groeit op in een omgeving die de hele dag iets aanbiedt: reclame voor snoep, chips en frisdrank op elk scherm en in elke winkel, het filmpje dat vanzelf doorloopt, de groepsapp die 's avonds laat nog trilt. Daar kan een kind alleen niet tegenop, en jij als ouder ook niet altijd. Op deze pagina lees je wat er per leeftijd speelt, van de eerste 1000 dagen tot de puberteit, en wat thuis werkt bij overgewicht, te weinig bewegen, slaap, schermtijd, stress en bij ADHD en autisme. Zonder gewichtspraat, en met een verwijzing naar hulp als het thuis niet lukt.

Op deze pagina:

  1. De eerste 1000 dagen: wat doe je vóór en na de geboorte?
  2. Overgewicht bij kinderen: wat werkt er thuis?
  3. Kinderen bewegen te weinig: wat kun je als ouder doen?
  4. Hoeveel slaap heeft een kind nodig?
  5. Schermtijd bij kinderen: hoeveel is gezond?
  6. Stress bij kinderen: hoe herken je het?
  7. ADHD en autisme: speelt voeding een rol?
  8. Gezonde leefstijl voor pubers: wat kun je nog doen?
  9. Waar begin je?
  10. Waar vind je hulp als het thuis niet lukt?

1. De eerste 1000 dagen: wat doe je vóór en na de geboorte?

Foliumzuur rond de bevruchting voorkomt een groot deel van de open ruggetjes. Het advies is 400 microgram per dag. Begin minstens vier weken vóór de bevruchting en ga door tot en met de tiende week. Bij diabetes loont het je bloedsuiker vóór de bevruchting te regelen. Dat geeft ruim 70 procent minder kans op een aangeboren afwijking. Vraag daar zelf om; je krijgt het meestal niet vanzelf aangeboden.

Na de geboorte gaat het over veilig slapen, borstvoeding en de eerste hapjes. Die eerste tijd luistert nauw, maar zakken kun je er niet voor.

Wil je zwanger worden, begin dan vandaag met foliumzuur en lees De eerste 1000 dagen: wat je als ouder écht kunt doen voor de gezondheid van je kind.

2. Overgewicht bij kinderen: wat werkt er thuis?

In 2025 had volgens het RIVM 12,4 procent van de Nederlandse kinderen van 4 tot en met 17 jaar overgewicht. Bij 2,9 procent ging het om obesitas. Waar dat vandaan komt, zie je in de schappen. Kinderen en tieners van 1 tot 18 jaar halen ongeveer 75 procent van hun energie uit eten en drinken uit de fabriek. Voor de Nederlandse bevolking als geheel is dat 61 procent.

Een kind dat nog groeit hoeft niet af te vallen. Blijft het gewicht gelijk terwijl je kind in de lengte groeit, dan ben je er al. Van begeleiding en bewegen gaan de bloeddruk en de bloedvetten vooruit, terwijl het gewicht nauwelijks verandert. Ook gaat het lichaam beter om met insuline, het hormoon dat de bloedsuiker regelt. De weegschaal laat die winst dus niet zien.

Vraag bij twijfel de groeicurve op bij de jeugdarts, en lees Overgewicht bij kinderen: 6 dingen die thuis wél werken.

3. Kinderen bewegen te weinig: wat kun je als ouder doen?

In 2025 haalde volgens het RIVM maar 60 procent van de Nederlandse kinderen van 4 tot en met 11 jaar de beweegrichtlijn; van de 12- tot 17-jarigen was dat 41 procent. Kinderen van 4 tot en met 11 jaar zitten daarnaast ruim zeven uur op een gemiddelde dag, en bij jongeren van 12 tot en met 17 loopt dat op tot ruim tien uur - voor een tiener ongeveer twee derde van de wakkere tijd.

Bewegen bouwt bij een kind iets op wat er nog niet is: bot, conditie, behendigheid. Een ondergrens is er niet; losse minuten tellen mee. Om je kind in beweging te krijgen werkt praktische steun het beste: regelen, brengen, aanmoedigen, meedoen.

Kleinste stap: morgen lopend of fietsend naar school. Meer haalbare stappen staan in Kinderen bewegen te weinig: wat je als ouder wél kunt doen.

4. Hoeveel slaap heeft een kind nodig?

Een baby heeft 12 tot 16 uur slaap per etmaal nodig, een tiener 8 tot 10 uur. Handiger is terugrekenen vanaf het opstaan. Moet je kind van tien om zeven uur op, dan is negen uur 's avonds bedtijd.

Is je puber om elf uur nog klaarwakker, dan is zijn inwendige klok opgeschoven; met onwil heeft dat weinig te maken. Korte nachten merk je eerst aan het humeur; ondertussen gaat het lichaam ook slechter op insuline reageren, al zie je daar aan de buitenkant niets van.

Alle uren per leeftijd staan in Hoeveel slaap heeft een kind nodig? De uren per leeftijd en wat er gebeurt bij te weinig.

5. Schermtijd bij kinderen: hoeveel is gezond?

De Nederlandse richtlijn voor gezond schermgebruik uit 2025 adviseert geen schermtijd onder de 2 jaar. Tussen 2 en 4 jaar is het advies maximaal een half uur per dag. Dat loopt op tot maximaal twee uur per dag tussen 10 en 12 jaar, en maximaal drie uur vanaf 12 jaar. Die getallen zijn gekozen uit voorzorg; voor afspraken thuis zijn ze bruikbaar.

Waar het scherm voor in de plaats komt, weegt zwaarder dan de uren zelf. Begin daarom bij de slaapkamer. Alleen al een telefoon of tablet naast het bed hangt samen met bijna 80 procent meer kans op te weinig slaap. Je eigen telefoon telt in het gezin trouwens mee.

Eerste stap: laad de telefoons vannacht buiten de slaapkamer op. Wat schermtijd met je kind doet, lees je in Schermtijd bij kinderen: hoeveel is gezond en wat doet het echt met je kind?.

6. Stress bij kinderen: hoe herken je het?

Stress bij kinderen herken je aan het lijf en het gedrag: buikpijn zonder duidelijke oorzaak, slechter slapen, een korter lontje, of juist stiller worden. Zelf vertellen kinderen zelden dat ze gespannen zijn. Spanning die overgaat, hoort erbij. Worden de klachten na vier tot zes weken niet minder, of gaat je kind slechter functioneren op school, thuis of met vrienden, zoek dan hulp bij de huisarts of de jeugdgezondheidszorg.

Ongeveer een op de acht kinderen en jongeren heeft een mentale aandoening, drie op de honderd een depressie; klachten komen veel vaker voor dan een aandoening. Tegelijk begint bijna de helft van alle mentale aandoeningen vóór het achttiende jaar. Wil je thuis iets doen, begin dan bij bewegen en slaap. Dat staat naast professionele hulp, nooit in plaats daarvan.

Vraag eerst hoe lang dit al speelt; hoe je verder helpt, staat in Stress bij kinderen: zo herken je het en dit kun je als ouder doen.

7. ADHD en autisme: speelt voeding een rol?

Om te beginnen: ADHD en autisme komen niet door hoe je opvoedt of door wat er op tafel staat. En een andere manier van denken is geen defect dat weg moet. Het gaat om de klachten die je kind in de weg zitten.

Toch loopt er een onderzoekslijn die de moeite waard is. De hersenen zijn een energieslurpend orgaan, en bij zowel ADHD als autisme zijn er aanwijzingen dat die energievoorziening minder soepel loopt. Het ketogeen dieet, veel vet en bijna geen koolhydraten, geeft de hersenen een andere brandstof. Bij kinderen met epilepsie die moeilijk op medicijnen reageren staat dat dieet in de Nederlandse richtlijn. Voor ADHD is er geen gerandomiseerd onderzoek, voor autisme zijn er kleine studies en vragenlijsten. Dat is te weinig om er thuis zelf mee te beginnen bij je kind.

Wil je nu iets doen, dan liggen de aanknopingspunten hierboven: slaap, bewegen en minder eten uit de fabriek.

Over beide onderwerpen schreven we samen met de onderzoeksgroep Lifestyle Brain Interaction van de Universiteit Leiden: ADHD en voeding: biedt het ketogeen dieet perspectief? en Autisme en voeding: biedt het ketogeen dieet perspectief?. Die twee zijn geschreven voor volwassenen die dit voor zichzelf overwegen. Denk je aan zo'n dieet voor je kind, leg het dan eerst voor aan de kinderarts of een diëtist.

8. Gezonde leefstijl voor pubers: wat kun je nog doen?

Je hebt minder te zeggen dan toen je kind acht was. Hij eet buiten de deur; zij bepaalt zelf of ze naar de training gaat. Wat er in huis staat, telt zwaarder dan wat je erover zegt. En over gewicht praten levert thuis niets goeds op.

Over twee dingen kun je duidelijk zijn. Je puber thuis zelf een glas inschenken werkt averechts: ouders die dat doen, in de gedachte dat hun kind het dan onder toezicht leert drinken, zien later juist méér alcoholgebruik bij dat kind. En vapen is inmiddels gewoner dan roken: in 2023 had volgens het Trimbos-instituut een kwart van de Nederlandse 12- tot 16-jarigen ooit gevapet, en een op de zes ooit gerookt.

Eén besluit: wij schenken thuis niets in voor onze puber. Wat verder werkt en wat niet, lees je in Gezonde leefstijl voor pubers: wat werkt echt en wat niet.

9. Waar begin je?

Kies één ding, en kies iets dat over de omgeving gaat in plaats van over je kind. Wat ons betreft begin je bij slaap, want daar merk je het snelst iets, meestal aan het humeur. Is je kind een jaar of tien of ouder, kies dan niet in je eentje: vraag wat hem of haar het handigst lijkt en spreek het samen af.

  • Slaap. De schermen de slaapkamer uit en een vast tijdstip dat je terugrekent vanaf het opstaan.
  • Voeding. Minder frisdrank en limonade, en minder uit de fabriek. Ook sap telt mee: een glas bevat ongeveer evenveel suiker als een glas frisdrank. Zet het fruit op het aanrecht en koop wat je wilt dat er gegeten wordt.
  • Beweging. Lopend of fietsend naar school, buiten spelen, klimmen en springen, en een sport die leuk blijft. Meedoen werkt beter dan aansporen.
  • Ontspanning. Ruimte in de week waarin niets moet, en thuis meer warmte dan strengheid. Grenzen stellen maakt een kind niet somber; sturen via schuld en schaamte wel.
  • Verbinding. Samen eten, samen kijken, iets doen naast het gesprek en daarbij doorvragen.
  • Middelen. Alcohol, roken en vapen. Eén duidelijke norm thuis, en een sfeer waarin je kind iets durft te vertellen.

10. Waar vind je hulp als het thuis niet lukt?

Voor een kind is er meer hulp dan de huisarts alleen, en die hulp is gratis.

  • Consultatiebureau en jeugdgezondheidszorg (0 tot 4 jaar). Voor groei, voeding, slapen en huilen. Je kunt zelf bellen als er iets is.
  • Jeugdarts of jeugdverpleegkundige op school (4 tot 18 jaar). Voor de groeicurve, voor slaap- en schermvragen en voor spanning die aanhoudt. Je kunt er zelf een gesprek aanvragen, ook buiten de vaste momenten om.
  • Huisarts. Als klachten weken aanhouden, als je kind niet meer naar school gaat, of als je je zorgen maakt over eten, gewicht of somberheid. Buigt de groeicurve omhoog, laat het dan nakijken.

Loopt je kind vast, zoek dan hulp; alles op deze pagina kan daarnaast doorgaan.

Artikelen over Kindergezondheid