Ga naar inhoud
Webinar Bewegen een hoofdzaakInschrijven
Artikel

Overgewicht bij kinderen: 6 dingen die thuis wél werken

Je kind is zwaarder dan zijn klasgenoten, of de jeugdarts zei bij de laatste controle dat de lijn in het groeiboekje omhoog buigt. Je leest hier wanneer een kind overgewicht heeft en hoe je dat zelf uitrekent, wat overgewicht nu al in het lichaam van een kind doet, waar het vandaan komt en of je kind moet afvallen. Daarna zes dingen die je thuis zelf in handen hebt, en waar je hulp haalt als dat niet genoeg blijkt. Zonder dieet, en zonder dat het gewicht van je kind het gespreksonderwerp aan tafel wordt.

Gepubliceerd: Bijgewerkt:
Kind snijdt paprika en groente in de keuken

Foto: Kampus Production via Pexels (Pexels License)

Auteur: Jaap Versfelt

Kernboodschappen van dit artikel (leestijd 15 minuten)

  1. Of een kind overgewicht heeft, hangt af van gewicht, lengte, leeftijd en geslacht. De volwassen grens van BMI 25 geldt niet voor kinderen. Vier gegevens invullen in de rekentool in dit artikel, en je weet het binnen een paar seconden.
  2. Een op de acht Nederlandse kinderen heeft overgewicht, en dat is nu al te merken. Ongeveer een kwart van de kinderen met obesitas heeft een combinatie van buikvet, hoge bloeddruk, een ontregelde bloedsuiker en ongunstige bloedvetten. Ruim vier op de tien kinderen met overgewicht heeft vet in de lever.
  3. Verdwijnt het overgewicht vóór de volwassenheid, dan is het latere risico op diabetes, hoge bloeddruk en aderverkalking hetzelfde als bij een kind dat nooit te zwaar was. Daarom loont het om nu te beginnen.
  4. Je kind hoeft meestal niet af te vallen. Blijft het gewicht gelijk terwijl je kind in de lengte groeit, dan verbetert de verhouding tussen gewicht en lengte vanzelf.
  5. Driekwart van de energie die Nederlandse kinderen binnenkrijgen komt uit de fabriek. Wat er in huis is, wordt gegeten; daar begin je thuis.
  6. Bewegen maakt een kind maar weinig lichter, maar het lichaam gaat er beter door op insuline reageren, en bij stevig bewegen verdwijnt er vet uit de lever. Genoeg slaap, met het scherm de slaapkamer uit, hoort bij hetzelfde pakket.
  7. Praat met je kind over gezond eten en over wat zijn lichaam kan, niet over zijn gewicht. Kom je er thuis niet uit, dan begint de hulp bij de jeugdarts of de huisarts.

1. Wanneer heeft een kind overgewicht, en hoe vaak komt het voor?

Of een kind te zwaar is, lees je niet af aan het gewicht alleen. Artsen gebruiken de BMI, de body mass index: het gewicht in kilo's gedeeld door de lengte in meters in het kwadraat. Een kind van 30 kilo en 1,25 meter heeft dus een BMI van 30 gedeeld door 1,56, dat is 19,2.

Bij volwassenen begint overgewicht bij een BMI van 25 en obesitas bij 30. De grenzen van 25 en 30 werken bij kinderen niet, want kinderen groeien. Een kleuter is van nature slanker dan een tiener: bij een jongen van 5 begint overgewicht al bij een BMI van 17,4, bij een jongen van 18 pas bij 25,0. De grens schuift dus mee met de leeftijd en verschilt bovendien tussen jongens en meisjes [1, 2, 4].

Zelf rekenen hoeft niet. Vul hieronder vier dingen in: leeftijd, geslacht, lengte en gewicht van je kind. Binnen een paar seconden zie je de BMI en of die boven de grens voor die leeftijd ligt.

BMI-check voor kinderen (2 tot 18 jaar)

Vul geslacht, leeftijd, lengte en gewicht in. Je ziet dan de BMI van je kind en of die past bij een gezond gewicht voor deze leeftijd.

Geslacht
Leeftijd

Rond niet af: een kind van 8 jaar en 4 maanden krijgt andere grenzen dan een kind van precies 8.

Grenswaarden: internationale IOTF-afkappunten (Cole en Lobstein, 2012), per maand en per geslacht, zoals ook de Nederlandse jeugdgezondheidszorg ze gebruikt.

De tool gebruikt de internationale IOTF-grenswaarden, dezelfde die de Nederlandse jeugdgezondheidszorg gebruikt [2, 4].

Bij een op de vier kinderen met te veel lichaamsvet ziet de BMI het niet [3]. Kijk daarom ook naar de groeicurve die de jeugdarts bijhoudt. Buigt de gewichtslijn sneller omhoog dan de lengtelijn, laat het dan nakijken [4].

Volgens de cijfers van het RIVM had in 2025 ruim 12 procent van de kinderen van 4 tot en met 17 jaar overgewicht, een op de acht; bij bijna 3 procent gaat het om obesitas [5]. Bij kinderen van laagopgeleide ouders komt obesitas drie keer zo vaak voor als bij kinderen van hoogopgeleide ouders [6].

2. Wat doet overgewicht nu al met het lichaam?

Insuline is het hormoon dat suiker uit het bloed naar de spieren en organen brengt. Bij te veel buikvet reageren spieren en organen minder goed op insuline. De alvleesklier maakt er dan steeds meer van om de bloedsuiker normaal te houden. Die verminderde reactie heet insulineresistentie, en bij kinderen is dat de centrale ontregeling achter het metabool syndroom [7].

De schade is er al op de kinderleeftijd. Ongeveer een kwart van de kinderen met obesitas heeft het metabool syndroom [8]. Bovenop het buikvet gaat het dan om een hoge bloeddruk, een te hoge bloedsuiker en ongunstige vetten in het bloed [7]. Ruim vier op de tien kinderen met overgewicht heeft vet in de lever [9]. Een voorstadium van diabetes type 2 komt bij kinderen met obesitas drie keer zo vaak voor als bij kinderen met een gezond gewicht [10].

Hoe dat afloopt, hangt af van wat er de komende jaren gebeurt. Verdwijnt het overgewicht vóór de volwassenheid, dan heeft je kind later dezelfde kans op diabetes type 2, hoge bloeddruk en aderverkalking als een kind dat nooit te zwaar was. Houdt een kind het overgewicht tot in de volwassenheid, dan ligt de kans op diabetes type 2 ruim vijf keer zo hoog en op hoge bloeddruk bijna drie keer [11].

3. Waar komt overgewicht bij kinderen vandaan?

Het aanbod telt zwaar mee. Van alle energie die Nederlandse kinderen en tieners binnenkrijgen, komt 75 procent uit ultrabewerkt eten en drinken [12]. Ultrabewerkt betekent: fabrieksproducten met ingrediënten die je thuis niet in de kast hebt, zoals kunstmatige zoetstoffen en emulgatoren. Je herkent ze aan de lange ingrediëntenlijst. Frisdrank, koek, chips en kant-en-klaarmaaltijden vallen eronder, en in het Nederlandse onderzoek ook al het brood. Tieners die er veel van eten, hebben meer kans op overgewicht dan tieners die er weinig van eten [13].

Reclame doet daar een schep bovenop. Kinderen die reclame voor snacks en frisdrank zien, eten er direct meer van en kiezen het vaker [14]. Na reclame op tv of in een spelletje eten ze zo'n 60 kilocalorieën extra, ongeveer een handje chips [15].

Ook slaap speelt mee: kinderen die te kort slapen, hebben meer kans op overgewicht, vooral tussen 3 en 13 jaar [16].

En aanleg verschilt sterk. Tussen kinderen met de minste en de meeste erfelijke aanleg loopt het gewichtsverschil op tot ongeveer 12 kilo op hun achttiende [17]. Dat verschil ontstaat pas in de vroege kinderjaren. Daarom kan in hetzelfde gezin het ene kind slank blijven en het andere aankomen bij hetzelfde eten. Voor dat tweede kind telt de omgeving thuis zwaarder, en daar kun je iets aan doen.

Soms speelt een ziekte mee, of een medicijn dat als bijwerking gewicht geeft. De huisarts of jeugdarts kan dat nakijken [18, 20].

4. Moet mijn kind afvallen?

Meestal niet. Blijft het gewicht gelijk terwijl je kind in de lengte doorgroeit, dan verbetert de verhouding tussen gewicht en lengte vanzelf [18]. Afvallen wordt pas een behandeldoel als een kind bijna is uitgegroeid; zolang het nog groeit, is het gewicht gelijk houden ook bij obesitas het doel. Wat dan het doel is, bepaalt de zorgverlener samen met jullie [19]. Streng lijnen is bij kinderen af te raden: het is niet vol te houden en werkt het jojo-effect in de hand [20].

Gelijk blijven gaat alleen niet vanzelf. Hieronder staan de zes dingen die thuis het verschil maken, te beginnen bij het drinken.

5. Gezond eten voor kinderen: de eerste drie stappen

Stap 1: begin bij wat je kind drinkt

Frisdrank, sap, pakjes drinken en aanmaaklimonade zijn een goede plek om te beginnen. In een pakje appelsap zitten vijf klontjes suiker [21]. Kinderen die minder suikerhoudende dranken drinken, komen minder aan [22]. Voor puur vruchtensap wijst het onderzoek dezelfde kant op, al is dat bewijs veel zwakker [23]. Water, halfvolle melk of thee zonder suiker op tafel en in de broodtrommel is dan de eerste stap [49]. Een kan water met een schijfje citroen of komkommer in de koelkast helpt om het vol te houden.

Stap 2: minder ultrabewerkt eten, en dus minder in huis

Wat er in huis is, wordt gegeten. Wat ouders in huis halen en wat ze zelf eten, hangt het duidelijkst samen met wat een kind eet [24]. Koop koek, chips en snoep daarom liever niet dan dat je er aan tafel over onderhandelt. Onderhandelen aan tafel maakt van snoep al snel iets om te winnen. Staat het er toch, dan helpt uit het zicht leggen, met de fruitschaal op tafel [21].

Verbieden wat wél in huis is, werkt averechts: zodra het verboden eten binnen bereik is, eet een kind er juist te veel van [25]. Meisjes die thuis streng beperkt werden in wat ze mochten eten, aten in onderzoek vaker door zonder honger [26]. In plaats van verbieden kun je beter ritme geven: drie maaltijden en niet vaker dan vier keer per dag iets tussendoor [27]. Wat dat is, kies je zelf, en een van die momenten mag best iets lekkers zijn.

Bij een groeiend kind gaat het om ruilen, niet om schrappen. Ruil witbrood voor volkoren, cornflakes voor havermout, koek voor fruit of een handje noten, en frisdrank voor water. Het helpt als er bij elke maaltijd eiwit op tafel staat: vlees, vis, eieren, zuivel of peulvruchten. Een groeiend lichaam heeft die bouwstoffen nodig [21]. Meer over wat ultrabewerkt eten met het lichaam doet lees je in Ultrabewerkt voedsel.

Stap 3: eet samen, en houd de rollen helder

Kinderen eten gezonder als de tv uit is tijdens het eten, als de ouders hetzelfde eten als hun kind en als de sfeer aan tafel ontspannen is [28]. Gezinnen die vaker samen eten, eten gemiddeld ook iets gezonder [29].

De rolverdeling is simpel: jij bepaalt wat er wanneer op tafel komt, je kind bepaalt hoeveel het daarvan eet [25]. Zo leert je kind zelf voelen wanneer het genoeg heeft. Het bord leeg laten eten past niet bij die rolverdeling. Eten als beloning of troost past er ook niet bij: kinderen die met eten getroost worden, grijpen bij verdriet zelf naar eten [30]. Troosten kan ook met aandacht, een knuffel of samen iets doen.

6. Bewegen, slapen en praten: de andere drie

Stap 4: bewegen, voor de insuline en niet voor de kilo's

Verwacht van bewegen weinig gewichtsverlies: sport verlaagt de BMI van een kind maar een klein beetje [31]. Het lichaam gaat er wel beter door op insuline reageren [32]. Bij minstens drie keer per week een uur stevig bewegen verdwijnt er ook vet uit de lever [33]. Dat zijn twee plekken waar overgewicht nu al schade doet.

Het advies voor kinderen is elke dag een uur matig intensief bewegen, zoals fietsen of buiten spelen, en drie keer per week iets waar spieren en botten sterker van worden, zoals klimmen, springen of voetballen [34]. Dat uur bewegen hoef je niet zelf te organiseren: fietsen naar school, het schoolplein, buitenspelen en sport tellen allemaal mee. Hoe je een kind dat liever binnen zit in beweging krijgt, lees je in Kinderen bewegen te weinig.

Stap 5: genoeg slaap, en het scherm de slaapkamer uit

Een kind van 6 tot 12 jaar heeft 9 tot 12 uur slaap per nacht nodig, een tiener 8 tot 10 uur [35]. Kinderen met een telefoon of tablet in de slaapkamer slapen korter en slechter [36]. Te kort slapen vergroot de kans op overgewicht [16]. Wat helpt: schermen die 's avonds in de woonkamer blijven, ook die van de ouders, en vaste bedtijden, ook in het weekend. Hoeveel slaap bij welke leeftijd hoort en hoe je dat regelt, staat in Hoeveel slaap heeft een kind nodig?.

Stap 6: praat over gezondheid, niet over gewicht

Bij ouders die met hun kind over gewicht en figuur praten, komt verstoord eetgedrag vaker voor. Bij tieners met overgewicht ging praten over gezond eten juist samen met minder lijnen en minder ongezond afvalgedrag [37]. Schaamte over het lichaam leidt bij kinderen tot eetbuien, terugtrekken en minder bewegen [38]. Praat liever over wat je kind kan: harder fietsen, langer meedoen met gym, beter slapen. De weegschaal kan buiten het gesprek blijven, en wekelijks wegen hoeft niet: de jeugdarts volgt de groeicurve. Hoe je de spanning van school en vriendjes bespreekbaar maakt, lees je in Stress bij kinderen.

7. Waar haal je hulp?

Kom je er thuis niet uit, of heeft je kind obesitas, begin dan bij de jeugdgezondheidszorg of de huisarts [18]. Een kinderdiëtist helpt bij wat er op tafel komt, ook als het doel alleen is dat het gewicht gelijk blijft. Een kinderleefstijlcoach begeleidt kind en gezin bij eten, bewegen, slaap en gewoontes.

Bij obesitas is een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) de behandeling van eerste keus: begeleiding voor het hele gezin, met eten, bewegen en gedrag samen. Reken op twee jaar: een jaar nieuwe gewoontes leren, een jaar volhouden [19, 39]. Veel gemeenten werken daarvoor samen in Kind naar Gezonder Gewicht. Het gezin krijgt daar één vast aanspreekpunt: de centrale zorgverlener [40].

Zulke begeleiding leidt niet tot meer eetstoornissen: tijdens de behandeling namen eetstoornisklachten eerder af dan toe [41]. Verwacht er geen snelle kilo's van; de verhouding tussen gewicht en lengte verandert maar weinig [42, 43]. Bij jongeren gaat de kwaliteit van leven er wel iets op vooruit [43].

8. Wat is anders bij pubers?

Een puber bepaalt steeds meer zelf wat hij eet en koopt. Sturen op wat er in huis is werkt bij een puber nog steeds. Praten over gewicht werkt bij tieners averechts [37]. Hoe je een puber meekrijgt in eten, bewegen en slapen zonder strijd, lees je in Gezonde leefstijl voor pubers.

9. Conclusie

Overgewicht bij een kind is nu al te merken aan de insuline, de lever en de bloeddruk. Verdwijnt het vóór de volwassenheid, dan is de kans op diabetes, hoge bloeddruk en aderverkalking later niet hoger dan bij een kind dat nooit te zwaar was. Je kind hoeft daarvoor meestal niet af te vallen; gelijk blijven tijdens de groei is genoeg. Thuis begin je bij wat er in huis is en op tafel komt: water in plaats van frisdrank en sap, minder uit de fabriek, samen eten met de tv uit. Bewegen maakt het lichaam gevoeliger voor insuline; te kort slapen vergroot juist de kans op overgewicht. Praten over gezondheid in plaats van over gewicht houdt je kind aan boord. Lukt het thuis niet, dan is de jeugdarts of de huisarts de eerste stap. Meer over eten, bewegen, slaap en schermen bij kinderen vind je in Gezonde leefstijl voor kinderen.

Je Leefstijl als Medicijn · Kinderen

Overgewicht bij kinderen: wat thuis wél werkt

Een op de acht Nederlandse kinderen heeft overgewicht, en dat is nu al te merken aan de insuline, de lever en de bloeddruk. Verdwijnt het vóór de volwassenheid, dan is de kans op diabetes, hoge bloeddruk en aderverkalking later niet hoger dan bij een kind dat nooit te zwaar was. Afvallen is meestal niet nodig: dit werkt thuis wél, zonder dieet en zonder dat het gewicht het gespreksonderwerp wordt.

Afvallen is meestal niet het doel

  • Laat het gewicht gelijk blijven terwijl je kind groeit

    De verhouding tussen gewicht en lengte verbetert dan vanzelf

  • Reken uit of je kind overgewicht heeft

    De grens schuift mee met leeftijd en geslacht; in het artikel staat hoe je het uitrekent

Begin bij wat je kind drinkt

  • Zet water op tafel in plaats van frisdrank, sap en pakjes

    Kinderen die minder frisdrank en sap drinken, komen minder aan. Voor puur vruchtensap geldt dat waarschijnlijk ook

  • Koop minder uit de fabriek, dan is er thuis minder van

    Kinderen eten vooral wat er in huis is en wat hun ouders eten. Ruil koek voor fruit of noten en witbrood voor volkoren

Eet samen, en houd de rollen helder

  • Zet de tv uit en eet zelf hetzelfde als je kind

    Met een ontspannen sfeer aan tafel eten kinderen gezonder. Gezinnen die vaker samen eten, eten gemiddeld iets gezonder

  • Geef ritme in plaats van verboden

    Drie maaltijden en hooguit vier keer per dag iets tussendoor. Jij kiest wat er op tafel komt, je kind hoeveel het eet

Bewegen, voor de insuline

  • Mik op elke dag een uur bewegen

    Fietsen naar school, buitenspelen en sport tellen allemaal mee

  • Verwacht er weinig gewichtsverlies van

    Het lichaam gaat wél beter op insuline reageren, en bij stevig bewegen verdwijnt er vet uit de lever

Slaap, met het scherm de slaapkamer uit

  • Houd de schermen 's avonds in de woonkamer, ook die van jezelf

    Met een telefoon of tablet in de slaapkamer slapen kinderen korter en slechter

  • Reken op 9 tot 12 uur slaap bij 6 tot 12 jaar, 8 tot 10 uur bij tieners

    Te kort slapen vergroot de kans op overgewicht. Vaste bedtijden helpen, ook in het weekend

Praat over gezondheid, niet over gewicht

  • Praat over wat je kind kan: harder fietsen, beter slapen

    Waar het over gewicht en figuur gaat, komt verstoord eetgedrag vaker voor. Gaat het over gezond eten, dan lijnen tieners met overgewicht juist minder

  • Kom je er thuis niet uit, ga dan naar de jeugdarts of de huisarts

    Begeleiding voor het hele gezin, geen dieet. Zulke begeleiding leidt niet tot meer eetstoornissen

Grootste winst

Begin bij wat er te drinken staat. Daarna het scherm de slaapkamer uit. En praat over gezond eten, niet over gewicht.

Geen medisch advies. Buigt de groeicurve van je kind omhoog, of heeft je kind obesitas, ga dan naar de jeugdgezondheidszorg of de huisarts. Streng lijnen hoort niet bij een groeiend kind.

Je Leefstijl als Medicijn

Poster als pdf

Veelgestelde vragen

Is mijn kind te dik?

Aan het oog kun je dat niet zien, en aan het gewicht alleen ook niet. Het gaat om de verhouding tussen gewicht en lengte, afgezet tegen leeftijd en geslacht [1]. Reken het uit met de rekentool bovenaan dit artikel. Je kind gaat daarnaast om de paar jaar naar de jeugdarts, die de groeicurve bijhoudt [4]. Buigt die curve omhoog, laat het dan nakijken.

Mijn kind is te dik maar eet niet veel. Hoe kan dat?

Tussen wat een kind eet en wat het weegt zit meer dan de portie op het bord. Kinderen verschillen sterk in aanleg [17]. Daarnaast tellen sap en pakjes drinken mee, die niet als eten voelen. En te weinig slaap en beweging tellen mee. Kijk dus naar het geheel: wat drinkt je kind, wat eet het tussendoor, hoe laat gaat het scherm uit.

Moet mijn kind afvallen?

Meestal niet. Blijft het gewicht gelijk terwijl je kind groeit, dan verbetert de verhouding tussen gewicht en lengte vanzelf [18]. Afvallen wordt pas een doel als je kind bijna is uitgegroeid; zolang het nog groeit, is het gewicht gelijk houden ook bij obesitas het doel. Wat dan het doel is, bepaalt de zorgverlener samen met jullie [19].

Mijn kind vindt zichzelf te dik. Wat zeg ik dan?

Vraag eerst waar het vandaan komt en of er iets op school gebeurd is. Het gebeurt ook bij kinderen zonder overgewicht: van de meisjes met een normaal gewicht vindt ruim een op de vier zichzelf te dik, van de jongens bijna een op de tien [4]. Bevestig het beeld niet en ontken het gevoel ook niet. Verleg het gesprek naar wat het lichaam kan en naar wat er thuis op tafel staat. Blijft je kind erover piekeren of gaat het minder eten, ga dan naar de huisarts of de jeugdarts.

Mijn kind wordt gepest om zijn gewicht. Wat doe ik?

Neem het serieus en leg het niet bij je kind neer. Kinderen met overgewicht worden vaker gepest [44]. Nagewezen worden om je gewicht maakt de kans op eetbuien groter en de stap naar hulp kleiner [38]. Meld het op school en vraag wat zij eraan gaan doen. Houd het thuis bij eten en gezondheid, en zoek samen iets waar je kind zich sterk bij voelt, zoals een sport of een hobby.

Mijn kind eet geen groente. Wat nu?

Aanbieden, herhalen en niet dwingen. Een nieuwe groente moet vaak tien tot vijftien keer op tafel hebben gestaan voordat een kind eraan gewend is [25]. Dat werkt beter als de groente er los bij ligt, zonder saus of dip; dat is vooral bij peuters en kleuters onderzocht [45]. Bied het rauw en gekookt aan, naast iets wat je kind al lust. En eet het zelf, waar je kind bij is; ook jouw eigen bord hangt samen met wat je kind eet [24].

Hoeveel snoep mag een kind per dag?

Een vaste hoeveelheid is er niet. Het advies gaat over het aantal momenten: niet vaker dan vier keer per dag iets tussen de maaltijden door [27]. Wat dat is, kies je zelf. Eén van die momenten kan snoep zijn. Helemaal verbieden werkt averechts zodra het er toch is [25].

Hoe krijg ik gezond eten in de broodtrommel?

Drinken: water of halfvolle melk, geen pakjes sap [23, 49]. Brood: volkoren met een hartig beleg, zoals vlees (rosbief, kipfilet), kaas of ei. Groente of fruit: iets wat je kind zonder gedoe kan eten, zoals komkommer, worteltjes, druiven of een mandarijn. Laat je kind kiezen tussen twee opties die allebei goed zijn; dat scheelt discussie bij het uitpakken.

Mag mijn kind energiedrank?

Nee. Het advies is helemaal geen energiedrank [46]. Kinderen die het drinken, slapen slechter en hebben meer lichamelijke en psychische klachten [47]. Voor een kind dat toch al moeilijk in slaap komt, is het geen goed idee.

Helpt samen koken met kinderen?

Een beetje. Kinderen die op school kookles krijgen, eten daarna wat meer groente [48]. Dat is dus onderzocht bij kooklessen op school, niet bij samen koken thuis. Verwacht er geen kilo's van. Wat het oplevert is een kind dat vertrouwd raakt met eten dat niet uit een pak komt, en een moment om ongedwongen over eten te praten.

Dit artikel is gebaseerd op de 49 onderstaande wetenschappelijke artikelen.
  1. VZinfo (RIVM). Overgewicht: definities (verantwoording). Bilthoven: RIVM; geraadpleegd 5 augustus 2026. Link
  2. Cole TJ, Lobstein T. Extended international (IOTF) body mass index cut-offs for thinness, overweight and obesity. Pediatr Obes. 2012;7(4):284-94. DOI
  3. Simmonds M, Burch J, Llewellyn A, Griffiths C, Yang H, Owen C, et al. The use of measures of obesity in childhood for predicting obesity and the development of obesity-related diseases in adulthood: a systematic review and meta-analysis. Health Technol Assess. 2015;19(43):1-336. DOI
  4. Nederlands Centrum Jeugdgezondheid. JGZ-richtlijn Overgewicht. Utrecht: NCJ; mei 2012, geraadpleegd 22 augustus 2026. Link
  5. VZinfo (RIVM). Overgewicht: kinderen en jongeren, cijfers 2025 (Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS en RIVM). Bilthoven: RIVM; bijgewerkt 14 juli 2026, geraadpleegd 5 augustus 2026. Link
  6. Centraal Bureau voor de Statistiek. Minder overgewicht en obesitas onder kinderen met hoogopgeleide ouders (meetperiode 2018-2021). Den Haag: CBS; 9 november 2022. Link
  7. Nelson RA, Bremer AA. Insulin resistance and metabolic syndrome in the pediatric population. Metab Syndr Relat Disord. 2010;8(1):1-14. DOI
  8. Wentzel A, Mabhida SE, Ndlovu M, Mokoena H, Esterhuizen B, Sekgala MD, et al. Prevalence of metabolic syndrome in children and adolescents with obesity: a systematic review and meta-analysis. Obesity (Silver Spring). 2025;33(1):12-32. DOI
  9. Jia S, Ye X, Wu T, Wang Z, Wu J. Global prevalence of metabolic dysfunction-associated fatty liver disease in children and adolescents with overweight and obesity: a systematic review and meta-analysis. BMC Gastroenterol. 2025;25(1):691. DOI
  10. He QX, Zhao L, Tong JS, Liang XY, Li RN, Zhang P, et al. The impact of obesity epidemic on type 2 diabetes in children and adolescents: a systematic review and meta-analysis. Prim Care Diabetes. 2022;16(6):736-44. DOI
  11. Juonala M, Magnussen CG, Berenson GS, Venn A, Burns TL, Sabin MA, et al. Childhood adiposity, adult adiposity, and cardiovascular risk factors. N Engl J Med. 2011;365(20):1876-85. DOI
  12. Vellinga RE, van Bakel M, Biesbroek S, Toxopeus IB, de Valk E, Hollander A, et al. Evaluation of foods, drinks and diets in the Netherlands according to the degree of processing for nutritional quality, environmental impact and food costs. BMC Public Health. 2022;22(1):877. DOI
  13. Aweke MN, Abuhay HW, Limenih MA, et al. Ultra-processed food consumption and the risk of overweight and obesity in adolescents: a systematic review and meta-analysis. PLoS One. 2026;21(4):e0344873. DOI
  14. Boyland E, McGale L, Maden M, Hounsome J, Boland A, Angus K, et al. Association of food and nonalcoholic beverage marketing with children and adolescents' eating behaviors and health: a systematic review and meta-analysis. JAMA Pediatr. 2022;176(7):e221037. DOI
  15. Russell SJ, Croker H, Viner RM. The effect of screen advertising on children's dietary intake: a systematic review and meta-analysis. Obes Rev. 2019;20(4):554-68. DOI
  16. Deng X, He M, He D, Zhu Y, Zhang Z, Niu W. Sleep duration and obesity in children and adolescents: evidence from an updated and dose-response meta-analysis. Sleep Med. 2021;78:169-81. DOI
  17. Khera AV, Chaffin M, Wade KH, Zahid S, Brancale J, Xia R, et al. Polygenic prediction of weight and obesity trajectories from birth to adulthood. Cell. 2019;177(3):587-596.e9. DOI
  18. Thuisarts.nl (Nederlands Huisartsen Genootschap). Mijn kind is te zwaar (overgewicht). Utrecht; laatst gewijzigd 5 november 2025, geraadpleegd 5 augustus 2026. Link
  19. Partnerschap Overgewicht Nederland, Care for Obesity. Richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen, kinderdeel. Utrecht: Richtlijnendatabase (Federatie Medisch Specialisten); 2023. Link
  20. Nederlands Huisartsen Genootschap. NHG-Standaard Obesitas (M95). Utrecht: NHG; oktober 2025, laatste aanpassing augustus 2026, geraadpleegd 2 september 2026. Link
  21. Voedingscentrum. Wat kun je doen als je kind overgewicht heeft? (4 t/m 12 jaar). Den Haag: Voedingscentrum; geraadpleegd 22 augustus 2026. Link
  22. Nguyen M, Jarvis SE, Tinajero MG, Yu J, Chiavaroli L, Mejia SB, et al. Sugar-sweetened beverage consumption and weight gain in children and adults: a systematic review and meta-analysis of prospective cohort studies and randomized controlled trials. Am J Clin Nutr. 2023;117(1):160-74. DOI
  23. Nguyen M, Jarvis SE, Chiavaroli L, Mejia SB, Zurbau A, Khan TA, et al. Consumption of 100% fruit juice and body weight in children and adults: a systematic review and meta-analysis. JAMA Pediatr. 2024;178(3):237-46. DOI
  24. Yee AZ, Lwin MO, Ho SS. The influence of parental practices on child promotive and preventive food consumption behaviors: a systematic review and meta-analysis. Int J Behav Nutr Phys Act. 2017;14(1):47. DOI
  25. Nederlands Centrum Jeugdgezondheid. JGZ-richtlijn Voeding en eetgedrag (2013, aanpassing 2017). Utrecht: NCJ; geraadpleegd 5 augustus 2026. Link
  26. Fisher JO, Birch LL. Eating in the absence of hunger and overweight in girls from 5 to 7 y of age. Am J Clin Nutr. 2002;76(1):226-31. DOI
  27. Voedingscentrum. Wat kan ik tussendoor geven aan mijn kind? (4 t/m 12 jaar). Den Haag: Voedingscentrum; geraadpleegd 5 augustus 2026. Link
  28. Dallacker M, Hertwig R, Mata J. Quality matters: a meta-analysis on components of healthy family meals. Health Psychol. 2019;38(12):1137-49. DOI
  29. Dallacker M, Hertwig R, Mata J. The frequency of family meals and nutritional health in children: a meta-analysis. Obes Rev. 2018;19(5):638-53. DOI
  30. Steinsbekk S, Barker ED, Llewellyn C, Fildes A, Wichstrøm L. Emotional feeding and emotional eating: reciprocal processes and the influence of negative affectivity. Child Dev. 2018;89(4):1234-46. DOI
  31. Kelley GA, Kelley KS, Pate RR. Exercise and BMI z-score in overweight and obese children and adolescents: a systematic review and network meta-analysis of randomized trials. J Evid Based Med. 2017;10(2):108-28. DOI
  32. García-Hermoso A, López-Gil JF, Izquierdo M, Ramírez-Vélez R, Ezzatvar Y. Exercise and insulin resistance markers in children and adolescents with excess weight: a systematic review and network meta-analysis. JAMA Pediatr. 2023;177(12):1276-84. DOI
  33. Medrano M, Cadenas-Sanchez C, Álvarez-Bueno C, Cavero-Redondo I, Ruiz JR, Ortega FB, et al. Evidence-based exercise recommendations to reduce hepatic fat content in youth: a systematic review and meta-analysis. Prog Cardiovasc Dis. 2018;61(2):222-31. DOI
  34. Gezondheidsraad. Beweegrichtlijnen 2017 (publicatienr. 2017/08). Den Haag: Gezondheidsraad; 22 augustus 2017. Geraadpleegd 2 september 2026. Link
  35. Paruthi S, Brooks LJ, D'Ambrosio C, Hall WA, Kotagal S, Lloyd RM, et al. Recommended amount of sleep for pediatric populations: a consensus statement of the American Academy of Sleep Medicine. J Clin Sleep Med. 2016;12(6):785-6. DOI
  36. Carter B, Rees P, Hale L, Bhattacharjee D, Paradkar MS. Association between portable screen-based media device access or use and sleep outcomes: a systematic review and meta-analysis. JAMA Pediatr. 2016;170(12):1202-8. DOI
  37. Berge JM, MacLehose R, Loth KA, Eisenberg M, Bucchianeri MM, Neumark-Sztainer D. Parent conversations about healthful eating and weight: associations with adolescent disordered eating behaviors. JAMA Pediatr. 2013;167(8):746-53. DOI
  38. Pont SJ, Puhl R, Cook SR, Slusser W. Stigma experienced by children and adolescents with obesity. Pediatrics. 2017;140(6):e20173034. DOI
  39. Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Richtlijn Behandeling van kinderen met obesitas. Utrecht: NVK; 2020. Link
  40. Kind naar Gezonder Gewicht (JOGG). De netwerkaanpak en de centrale zorgverlener. Amersfoort: JOGG; geraadpleegd 12 augustus 2026. Link
  41. Jebeile H, Gow ML, Baur LA, Garnett SP, Paxton SJ, Lister NB. Treatment of obesity, with a dietary component, and eating disorder risk in children and adolescents: a systematic review with meta-analysis. Obes Rev. 2019;20(9):1287-98. DOI
  42. Franco JV, Guo Y, Bongaerts B, Metzendorf MI, Hindemit J, Aqra Z, et al. Multimodal health behaviour-changing interventions for children living with obesity and their parents. Cochrane Database Syst Rev. 2025;12(12):CD016063. DOI
  43. Franco JV, Guo Y, Bongaerts B, Metzendorf MI, Hindemit J, Aqra Z, et al. Multimodal health behaviour-changing interventions for adolescents living with obesity. Cochrane Database Syst Rev. 2025;12(12):CD016062. DOI
  44. Cheng S, Kaminga AC, Liu Q, Wu F, Wang Z, Wang X, et al. Association between weight status and bullying experiences among children and adolescents in schools: an updated meta-analysis. Child Abuse Negl. 2022;134:105833. DOI
  45. Nekitsing C, Blundell-Birtill P, Cockroft JE, Hetherington MM. Systematic review and meta-analysis of strategies to increase vegetable consumption in preschool children aged 2-5 years. Appetite. 2018;127:138-54. DOI
  46. Voedingscentrum. Energiedrank. Den Haag: Voedingscentrum; geraadpleegd 5 augustus 2026. Link
  47. Ajibo C, Van Griethuysen A, Visram S, Lake AA. Consumption of energy drinks by children and young people: a systematic review examining evidence of physical effects and consumer attitudes. Public Health. 2024;227:274-81. DOI
  48. Vaughan KL, Cade JE, Hetherington MM, Webster J, Evans CEL. The impact of school-based cooking classes on vegetable intake, cooking skills and food literacy of children aged 4-12 years: a systematic review of the evidence 2001-2021. Appetite. 2024;195:107238. DOI
  49. Voedingscentrum. Wat geef ik mijn kind te drinken? (4 t/m 12 jaar). Den Haag: Voedingscentrum; geraadpleegd 2 september 2026. Link
21.000+ lezers

Nieuwsbrief

Elke maand iets gezonds in je inbox.

Auteur

Jaap Versfelt
Jaap Versfelt

Directeur-bestuurder sinds 2024

Gerelateerde artikelen

Volle, kleurrijke schappen van een supermarkt, gezien van bovenaf.Wetenschap

Ultrabewerkt voedsel

Wat is ultrabewerkt voedsel en hoe herken je het in de supermarkt? Het staat voor meer dan de helft van ons eten. Lees wat het met je gezondheid doet.

Lees meer