Ga naar inhoud
De overgang en leefstijl - Dr Maaike de Vries en gyneacoloog Dr Manon Kerkhof Inschrijven
Artikel

Kinderen bewegen te weinig: wat je als ouder wél kunt doen

Kinderen bewegen te weinig, en dat is meetbaar: maar 60 procent van de 4- tot 11-jarigen haalt de Nederlandse beweegrichtlijn, en van de 12- tot 17-jarigen nog maar 41 procent [1]. In dit artikel lees je hoeveel een kind per dag nodig heeft, waarom juist die jaren zo bepalend zijn, en welke gewone dagelijkse dingen thuis het verschil maken.

Gepubliceerd:
Kind fietst met een ouder door het herfstpark: kinderen bewegen te weinig

Foto: Radik 2707 via Pexels (Pexels License)

Leestijd: 10 minuten

Kernboodschappen

  1. Vier op de tien kinderen en bijna zes op de tien jongeren halen de beweegrichtlijn niet. Kinderen van 4 tot 11 jaar zitten ruim zeven uur per dag, jongeren ruim tien [1,2].
  2. Bijna al het bot dat je ooit hebt, leg je in de groeijaren aan [10]. Hoe fit een kind is, hangt samen met de gezondheid van hart en bloedvaten later [9].
  3. Elke minuut telt. Ook kort bewegen levert al iets op, en meer is beter [3].
  4. De grootste winst zit in gewone dingen: buiten spelen, lopend of fietsend naar school, klimmen en springen en een sport die leuk blijft.
  5. Krachtoefeningen zijn voor kinderen niet gevaarlijk. Begeleid trainen verlaagt het aantal sportblessures juist fors [4].
  6. Van wat jij als ouder doet, werkt praktische steun het beste: aanmoedigen, regelen, brengen, meedoen. Straffen en ontmoedigen doen niets [5,6].

1. Hoeveel kinderen bewegen te weinig?

In 2025 haalde maar 60 procent van de kinderen van 4 tot en met 11 jaar de beweegrichtlijn. Bij jongeren van 12 tot en met 17 jaar was dat nog maar 41 procent [1].

Daarnaast wordt er veel gezeten: kinderen van 4 tot en met 11 jaar zaten in 2025 ruim zeven uur op een gemiddelde dag, jongeren van 12 tot en met 17 jaar ruim tien uur [2]. Voor een tiener is dat ongeveer twee derde van de wakkere tijd.

Ook wat kinderen kunnen is veranderd. Nederlandse kinderen van 10 tot 12 jaar zijn minder snel en behendig dan hun leeftijdsgenoten in 2006 [7]. Niet alles gaat achteruit: hun hand- en armcoördinatie werd juist beter [7].

Ook buitenspelen loopt terug. In een enquête van Jantje Beton onder 6- tot 12-jarigen speelde in 2022 nog 25 procent élke dag buiten in de vrije tijd zonder dat er een volwassene bij was; in 2024 was dat 13 procent [8]. Dat is een strenge maat, want er valt alleen onder wie het dagelijks én zonder toezicht doet. Lees het dus als een signaal, niet als een precieze meting.

2. Wat is bewegingsarmoede?

Bewegingsarmoede betekent te weinig bewegen en te veel zitten, over langere tijd. Het woord beschrijft een situatie; een arts stelt het niet vast als diagnose.

Kinderen die weinig bewegen hebben gemiddeld een lagere conditie en minder goede bewegingsvaardigheden. Conditie in de kinderjaren hangt samen met de gezondheid van hart en bloedvaten later in het leven; voor de botten zijn het vooral spierkracht en behendigheid die het verschil maken [9].

Matig intensief bewegen is bewegen waarvan je sneller gaat ademen en waarbij praten nog net lukt. Denk aan stevig doorfietsen of rennen in een tikspel. Zwaar intensief is een stap verder: praten lukt dan niet meer.

3. Waarom is bewegen zo belangrijk voor kinderen?

Bewegen houdt een volwassen lichaam op peil. Bij een kind gebeurt er meer: het lichaam bouwt er iets mee op wat er nog niet is.

De hoeveelheid bot die je ooit bezit, wordt vrijwel volledig in de groeijaren aangelegd [10]. Bot reageert daarbij op klappen en stoten, niet op de duur van het bewegen. Van een muurtje springen, hinkelen en klimmen doen meer voor het bot dan een uur rustig fietsen. Bot heeft ook bouwstof nodig: calcium, met zuivel als belangrijkste bron [10]. Welke producten daar verder voor zorgen, staat in 12 bronnen van calcium.

Spieren zijn de grootste opslagplaats voor suiker in het lichaam. Zodra een spier samentrekt, haalt hij suiker uit het bloed, ook zonder tussenkomst van insuline, het hormoon dat suiker uit je bloed naar je cellen brengt. Laat je een kind elk half uur drie minuten wandelen, dan is de insulinereactie op eten daarna bijna een derde lager dan na een middag stilzitten [11]. Het kind gaat er niet meer door eten [11].

Kinderen die meer bewegen werken geconcentreerder in de klas en scoren beter op rekenen en lezen [12]. De effecten zijn niet groot, maar ze komen wel steeds terug.

Kinderen en tieners die somber zijn, knappen op van meer bewegen [13].

Een dag met veel stilzitten gaat samen met een kortere nacht, en een korte nacht met minder bewegen de dag erna [14]. Loopt de slaap van je kind al langer stroef, lees dan hoeveel slaap een kind nodig heeft.

4. Hoeveel moet een kind bewegen per dag?

De Beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad vragen van kinderen en jongeren van 4 tot 18 jaar drie dingen [15]:

  • minstens één uur per dag matig of zwaar intensief bewegen;
  • minstens drie keer per week iets wat spieren en botten belast. Bij kinderen is dat geen halterwerk: klimmen en klauteren, touwtjespringen, van een muurtje af springen, hinkelen, stoeien en hangen aan een rekstok doen precies wat nodig is;
  • voorkom veel stilzitten.

De Wereldgezondheidsorganisatie rekent datzelfde uur als gemiddelde over de week: zeven uur in totaal, dus niet per se elke dag precies zestig minuten [16]. Een rustige dinsdag mag je goedmaken met een lang weekend buiten. Voor zitten is er geen getal: er was te weinig bewijs om een grens te onderbouwen [16].

Dat uur is een richtpunt, geen drempel. Ook een kind dat het niet haalt, heeft baat bij wat het wél doet: elke minuut telt mee, en meer is beter [3]. Vijf minuten rennen naar de bus is dus geen verloren moeite.

De jeugdgezondheidszorg voegt daar in de JGZ-richtlijn over motorische ontwikkeling één advies aan toe: kinderen van 4 tot 17 jaar kijken buiten schooltijd maximaal twee uur per dag naar een scherm [17].

5. Waarom is buitenspelen belangrijk voor kinderen?

Kinderen die meer buiten zijn, bewegen meer, zitten minder en hebben een betere conditie [18].

Dat komt doordat buitenspelen vanzelf afwisselt: een kind rent, stopt, klimt, springt eraf en rent weer. Die afwisseling traint de conditie, en de klappen erbij bouwen bot. Je hoeft er niets voor te organiseren.

Of buiten zijn de oorzaak is van al die winst, is niet aangetoond. Wel komt hetzelfde beeld in vrijwel elk onderzoek terug [18]. Meer over wat bewegen doet, lees je op de pagina over beweging.

6. Waarom bewegen kinderen minder dan vroeger?

Het antwoord ligt grotendeels buiten het kind. Ouders die hun kind niet lopend of fietsend naar school laten gaan, wijzen vooral op de omgeving en op de verkeersveiligheid [19]. Daar komen afstand tot school, speelruimte en clubkosten bij.

Het scherm krijgt vaak de schuld. Toch verdringen schermtijd en beweegtijd elkaar niet rechtstreeks [20]. Een uur minder gamen levert dus niet vanzelf een uur meer bewegen op. Ze komen eerder allebei uit dezelfde omgeving voort: weinig ruimte, weinig speelkameraadjes op straat, een drukke weg ertussen.

Ook school vult het gat niet. Voor groep 3 tot en met 8 staat 92 minuten gymles per week op het rooster [21]. Minder dan de helft van die tijd wordt er echt bewogen [22]. Beweegprogramma's die scholen daar bovenop zetten, leveren minder dan een minuut extra bewegen per dag op [23].

7. Wat werkt wel: zes dingen die je thuis kunt doen

7.1 Maak de weg naar school het beweegmoment

Heen en terug lopen of fietsen naar school levert al snel een half uur matig tot zwaar bewegen op, ongeveer de helft van het dagelijkse uur - en het komt elke schooldag terug [24]. Hoeveel het bij jullie precies is, hangt af van de afstand en het tempo. Is de afstand te groot, parkeer dan tien minuten eerder en loop het laatste stuk. Voelt de route onveilig, fiets de eerste weken mee en spreek daarna een vast punt af waar je afscheid neemt.

7.2 Onderbreek het zitten

Elk half uur drie minuten bewegen verandert al meetbaar wat er in het lichaam gebeurt [11]. Praktisch: laat je kind zelf drinken halen, de hond uitlaten of tussen twee afleveringen door de trap op en af rennen.

7.3 Zorg drie keer per week voor klappen en stoten

Voor bot en spier hoef je niet naar een sportschool. Klimrek, trampoline, touwtjespringen, van een muurtje af springen, hinkelen, boomklimmen en stoeien doen wat nodig is. Het is wel het onderdeel dat het makkelijkst blijft liggen, omdat het niet vanzelf in een sportles of fietstocht zit.

7.4 Wees niet bang voor krachtoefeningen

Krachtoefeningen maken kinderen sterker, op elke leeftijd; naarmate een kind ouder wordt, gaat het wel sneller [25]. De zorgen over de veiligheid gaan niet op: vanaf ongeveer 6 à 7 jaar kan een kind begeleid krachtoefeningen doen [4].

Denk daarbij niet aan halters en gewichten. Het gaat om het eigen lichaamsgewicht: hangen en optrekken aan een rekstok, opdrukken tegen de muur of op de knieën, kruiwagenlopen, squats zonder gewicht, klimmen en stoeien. De nadruk ligt op techniek en veel herhalingen, niet op zwaar tillen. Gewichten komen pas op latere leeftijd in beeld, en dan onder begeleiding. Wat telt is trouwens niet de leeftijd, maar of een kind een instructie kan opvolgen en zijn houding onder controle heeft [4].

Krachttraining verlaagt bovendien het aantal sportblessures met tot 66 procent [4]. Oefenprogramma's met sprongoefeningen in de jeugdsport halveren het aantal blessures bijna [26]. Sport je kind bij een club, vraag daar dan naar: doet de trainer aan blessurepreventie?

7.5 Zoek een sport die leuk blijft

In het jeugdvoetbal, de grootste clubsport van het land, stopt jaarlijks ongeveer een kwart van de spelers, en dat gebeurt op elke leeftijd tussen 10 en 19 jaar even vaak [27]. De redenen die kinderen zelf noemen zijn tijd, geld, niet goed zijn in de sport en angst om beoordeeld te worden of zich te schamen [28].

Wat kinderen juist vasthoudt: plezier, het gevoel dat ze het kunnen en het idee dat ze erbij horen [29]. Voor de keuze van een club betekent dat: kijk naar de sfeer en naar de trainer, niet naar het niveau. Een club levert bovendien meer op dan beweging alleen. Waarom dat meetelt, lees je bij verbinding.

7.6 Geef praktische steun, geen druk

Zelf het goede voorbeeld geven doet minder dan je zou denken. Wat duidelijk beter werkt is praktische steun: aanmoedigen, regelen, brengen en meedoen [5].

En de andere kant: straffen en ontmoedigen werken niet [6]. Meerijden naar de training doet dus meer dan tien keer zeggen dat bewegen gezond is.

Merk je dat het geregel rond bewegen thuis vooral spanning oplevert, lees dan Stress bij kinderen.

Infographic: kinderen bewegen te weinig - zes dingen die je thuis kunt doen, van lopend naar school tot een sport die leuk blijft

Foto: Eigen infographic van Stichting Je Leefstijl Als Medicijn

8. Wanneer schakel je hulp in?

De jeugdgezondheidszorg volgt de motorische ontwikkeling van alle kinderen [17]. Tussen 5 en 6 jaar worden de fijne motoriek (handen en vingers) en de grove motoriek (rennen, springen, balanceren) apart beoordeeld, om achterstanden op tijd te vinden [17].

Maak je je zorgen over hoe je kind beweegt, dan is dat op zichzelf al een reden om het te melden: zorgen van ouders blijken voorspellend voor hoe de motoriek zich ontwikkelt en worden door artsen serieus genomen [17]. Je meldt het bij arts; bij een enkelvoudig probleem verwijzen zij door naar de kinderfysiotherapeut, kinderoefentherapeut of ergotherapeut [17].

Is een sportclub financieel niet haalbaar, vraag daar dan ook naar. De richtlijn wijst professionals er expliciet op mee te denken over alternatieven en over financiële steun, bijvoorbeeld via een jeugdsportfonds [17].

9. Wat zeg je dan?

Praktische steun werkt beter dan aansporen. Dat verschil hoor je terug in de woorden.

In plaats van

Probeer

"Ga eens wat doen, je zit de hele dag binnen."

"Ik moet naar de winkel. Fiets je mee?"

"Geen scherm meer tot je hebt bewogen."

"Na deze aflevering laten we samen de hond uit."

"Bewegen is gezond voor je."

"Wie is er het eerst bij de brug?"

"Je bent gewoon niet sportief."

"Je hoeft er niet goed in te zijn om mee te doen."

"Je blijft op die club, we hebben ervoor betaald."

"Wat is er niet leuk aan? Zullen we samen iets anders zoeken?"

"Niet op dat muurtje klimmen, straks val je."

"Durf je eraf te springen? Ik sta erbij."

10. Tot slot

Wat een kind nu aan bot, spierkracht en conditie opbouwt, is later moeilijk in te halen. Er is weinig voor nodig: geen programma en geen abonnement. Buiten spelen, lopend of fietsend naar school, een paar keer per week ergens vanaf springen en een sport die leuk blijft dekken het meeste af.

Begin deze week met één ding. Ga morgen lopend of fietsend naar school en houd dat een week vol: ongeveer de helft van het uur per dag, zonder extra tijd in de agenda.

Veelgestelde vragen

Bewegen kinderen te weinig op school?

Deels. Voor groep 3 tot en met 8 staat 92 minuten gymles per week op het rooster [21], en minder dan de helft van die tijd wordt er echt bewogen [22]. Extra beweegprogramma's op school leveren minder dan een minuut extra bewegen per dag op [23]. School helpt dus mee, maar het uur per dag haalt een kind er niet mee.

Is krachttraining schadelijk voor kinderen?

Nee. Die zorg gaat voor kinderen vanaf zes jaar niet op, mits het begeleid gebeurt [4]. Krachttraining verlaagt het aantal sportblessures zelfs met tot 66 procent [4]. Bij jonge kinderen gaat het bovendien niet om gewichten maar om klimmen, hangen, springen en stoeien.

Mijn kind vindt sporten niet leuk. Wat kan ik doen?

Zoek uit wát er niet leuk aan is. Veelgenoemde redenen om te stoppen zijn niet goed zijn in de sport en angst om beoordeeld te worden [28]. Plezier en het gevoel iets te kunnen houden kinderen juist vast [29]. Een andere club, een andere trainer of een sport zonder wedstrijden helpt vaak meer dan aandringen. En bewegen hoeft geen sport te zijn: buiten spelen en fietsen tellen net zo goed mee [3].

Helpt minder schermtijd om mijn kind meer te laten bewegen?

Niet vanzelf. Schermtijd en beweegtijd verdringen elkaar niet rechtstreeks [20]. Een uur minder scherm wordt dus niet automatisch een uur bewegen. Wil je dat het bewegen wordt, zet er dan iets concreets voor in de plaats. De jeugdgezondheidszorg adviseert voor 4- tot 17-jarigen maximaal twee uur schermtijd per dag buiten schooltijd [17].

Een sportclub is voor ons te duur. Wat nu?

Meld dat bij de jeugdverpleegkundige of de jeugdarts. De richtlijn vraagt professionals expliciet mee te denken over alternatieven en over financiële steun, bijvoorbeeld via een jeugdsportfonds [17]. Goed om te weten: kinderen uit gezinnen met minder geld sporten minder vaak bij een club, maar bewegen over de dag gemeten niet aantoonbaar minder [30]. Buiten spelen en fietsen naar school kosten niets.

Dit artikel is gebaseerd op de 30 onderstaande wetenschappelijke artikelen.
  1. RIVM, CBS. Kernindicator Beweegrichtlijnen, meetjaar 2025. Leefstijlmonitor/Gezondheidsenquête; 2025. Link
  2. RIVM. Bewegen bij jongeren: zitgedrag. VZinfo; 2025. Link
  3. Poitras VJ, Gray CE, Borghese MM, et al. Systematic review of the relationships between objectively measured physical activity and health indicators in school-aged children and youth. Appl Physiol Nutr Metab. 2016;41(6 Suppl 3):S197-239. DOI
  4. Zwolski C, Quatman-Yates C, Paterno MV. Resistance training in youth: laying the foundation for injury prevention and physical literacy. Sports Health. 2017;9(5):436-43. DOI
  5. Yao CA, Rhodes RE. Parental correlates in child and adolescent physical activity: a meta-analysis. Int J Behav Nutr Phys Act. 2015;12:10. DOI
  6. Su DLY, Tang TCW, Chung JSK, Lee ASY, Capio CM, Chan DKC. Parental influence on child and adolescent physical activity level: a meta-analysis. Int J Environ Res Public Health. 2022;19(24):16861. DOI
  7. Anselma M, Collard DCM, van Berkum A, Twisk JWR, Chinapaw MJM, Altenburg TM. Trends in neuromotor fitness in 10-to-12-year-old Dutch children: a comparison between 2006 and 2015/2017. Front Public Health. 2020;8:559485. DOI
  8. Jantje Beton. Jantje Beton slaat alarm: steeds minder kinderen spelen buiten. Utrecht; 2024. Link
  9. Ortega FB, Ruiz JR, Castillo MJ, Sjöström M. Physical fitness in childhood and adolescence: a powerful marker of health. Int J Obes. 2008;32(1):1-11. DOI
  10. Weaver CM, Gordon CM, Janz KF, et al. The National Osteoporosis Foundation's position statement on peak bone mass development and lifestyle factors: a systematic review and implementation recommendations. Osteoporos Int. 2016;27(4):1281-1386. DOI
  11. Belcher BR, Berrigan D, Papachristopoulou A, et al. Effects of interrupting children's sedentary behaviors with activity on metabolic function: a randomized trial. J Clin Endocrinol Metab. 2015;100(10):3735-43. DOI
  12. Álvarez-Bueno C, Pesce C, Cavero-Redondo I, Sánchez-López M, Garrido-Miguel M, Martínez-Vizcaíno V. Academic achievement and physical activity: a meta-analysis. Pediatrics. 2017;140(6):e20171498. DOI
  13. Singh B, Bennett H, Miatke A, et al. Systematic umbrella review and meta-meta-analysis: effectiveness of physical activity in improving depression and anxiety in children and adolescents. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry. 2026;65(2):171-86. DOI
  14. Huang WY, Ho RS, Tremblay MS, Wong SH. Relationships of physical activity and sedentary behaviour with the previous and subsequent nights' sleep in children and youth: a systematic review and meta-analysis. J Sleep Res. 2021;30(6):e13378. DOI
  15. Gezondheidsraad. Beweegrichtlijnen 2017. Den Haag: Gezondheidsraad; 2017. Publicatienr. 2017/08. Link
  16. Bull FC, Al-Ansari SS, Biddle S, et al. World Health Organization 2020 guidelines on physical activity and sedentary behaviour. Br J Sports Med. 2020;54(24):1451-62. DOI
  17. Nederlands Centrum Jeugdgezondheid. JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling. Utrecht: NCJ; 2019. Link
  18. Gray C, Gibbons R, Larouche R, et al. What is the relationship between outdoor time and physical activity, sedentary behaviour, and physical fitness in children? A systematic review. Int J Environ Res Public Health. 2015;12(6):6455-74. DOI
  19. Aranda-Balboa MJ, Huertas-Delgado FJ, Herrador-Colmenero M, Cardon G, Chillón P. Parental barriers to active transport to school: a systematic review. Int J Public Health. 2020;65(1):87-98. DOI
  20. Pearson N, Braithwaite RE, Biddle SJH, van Sluijs EMF, Atkin AJ. Associations between sedentary behaviour and physical activity in children and adolescents: a meta-analysis. Obes Rev. 2014;15(8):666-75. DOI
  21. Mulier Instituut. Monitor bewegingsonderwijs, schooljaar 2024/2025. Utrecht: Mulier Instituut; 2025. Link
  22. Hollis JL, Williams AJ, Sutherland R, et al. A systematic review and meta-analysis of moderate-to-vigorous physical activity levels in elementary school physical education lessons. Prev Med. 2016;86:34-54. DOI
  23. Neil-Sztramko SE, Caldwell H, Dobbins M. School-based physical activity programs for promoting physical activity and fitness in children and adolescents aged 6 to 18. Cochrane Database Syst Rev. 2021;9:CD007651. DOI
  24. Campos-Garzón P, Sevil-Serrano J, García-Hermoso A, Chillón P, Barranco-Ruiz Y. Contribution of active commuting to and from school to device-measured physical activity levels in young people: a systematic review and meta-analysis. Scand J Med Sci Sports. 2023;33(11):2110-24. DOI
  25. Behringer M, vom Heede A, Yue Z, Mester J. Effects of resistance training in children and adolescents: a meta-analysis. Pediatrics. 2010;126(5):e1199-210. DOI
  26. Rössler R, Donath L, Verhagen E, Junge A, Schweizer T, Faude O. Exercise-based injury prevention in child and adolescent sport: a systematic review and meta-analysis. Sports Med. 2014;44(12):1733-48. DOI
  27. Møllerløkken NE, Lorås H, Pedersen AV. A systematic review and meta-analysis of dropout rates in youth soccer. Percept Mot Skills. 2015;121(3):913-22. DOI
  28. Somerset S, Hoare DJ. Barriers to voluntary participation in sport for children: a systematic review. BMC Pediatr. 2018;18(1):47. DOI
  29. Zhang Y, Wang F, Szakál Z, Bíró Z, Kovács M, Őrsi B, et al. Why do students drop out of regular sport in late adolescent? The experience of a systematic review. Front Public Health. 2024;12:1416558. DOI
  30. Ziegeldorf A, Schoene D, Fatum A, Brauer K, Wulff H. Associations of family socioeconomic indicators and physical activity of primary school-aged children: a systematic review. BMC Public Health. 2024;24(1):2247. DOI
21.000+ lezers

Nieuwsbrief

Elke maand iets gezonds in je inbox.

Auteur

Jaap Versfelt
Jaap Versfelt

Directeur-bestuurder

Gerelateerde artikelen

Beweging bij chronische ziekten: bewezen effectief.Wetenschap

Beweging, de motor van gezond leven

Chronische aandoeningen nemen toe. Ontdek waarom beweging één van de krachtigste manieren is om diabetes, hartziekten en pijnklachten te voorkomen.

Lees meer
Hoe intensief sport jijArtikel

Hoe intensief sport jij?

Matig intensief bewegen vergroot de kans op een gezonder leven. Hoe weet je hoe intensief je sport of beweegt? Lees hier hoe je dat kan achterhalen.

Lees meer
Vrouw werkt staand aan een bureau met laptop, notitieblok en koffie.Artikel

Bewegen tijdens werk: 9 praktische tips

Te lang zitten vergroot de kans op hart- en vaatziekten en diabetes. Met deze makkelijke gewoonten beweeg je meer tijdens je werkdag, ook op kantoor.

Lees meer
Osteoporose aanpakken met leefstijlWetenschap

Osteoporose aanpakken met leefstijl

Botontkalking aanpakken met leefstijl. Ontdek wat beweging, voeding en valpreventie doen voor je botten, en waar de grenzen van het bewijs liggen.

Lees meer