Ga naar inhoud
Leefstijl webinars - leren van artsen en onderzoekers. Onze webinars
Wetenschap

Schildklierkanker aanpakken met leefstijl

Schildklierkanker is meestal goed te behandelen: van de meest voorkomende vorm leeft na vijf jaar meer dan 95 op de 100 mensen nog. Leefstijl vervangt de behandeling niet, maar kan er wel naast staan. Dit artikel laat zien wat de wetenschap wel en niet weet over schildklierkanker en leefstijl. Een gezond gewicht hangt samen met een lagere kans op de ziekte, en bewegen met minder botbreuken na de operatie. Ook de mentale last na de diagnose, zoals angst voor terugkeer, krijgt aandacht.

Gepubliceerd:
Vrouw kijkt nadenkend voor zich uit: leefstijl bij schildklierkanker

Foto: cottonbro studio via Pexels (Pexels License)

Schildklierkanker is een bijzondere vorm van kanker. De meeste mensen die de diagnose krijgen, genezen: van de meest voorkomende vorm leeft na vijf jaar meer dan 95 op de 100 mensen nog. De behandeling, met een operatie en soms radioactief jodium, is doorgaans effectief. Toch valt er ook met leefstijl iets te winnen. Niet als vervanging van die behandeling, maar als aanvulling ervan.

Dit artikel laat zien wat de wetenschap wel en niet weet. Het bewijs over leefstijl bij schildklierkanker is dunner dan bij bijvoorbeeld darm- of borstkanker. Eén ding springt eruit: een gezond gewicht en een gezonde stofwisseling. Daarnaast kan leefstijl helpen bij het herstel en bij de soms onderschatte mentale last na de diagnose. We bespreken hoe schildklierkanker ontstaat, wat de behandeling inhoudt, en wat je zelf kunt doen.

Auteur: Jaap Versfelt. Medisch reviewer: prof. dr. Schelto Kruijff, chirurg-oncoloog (UMCG)

Leestijd: 15 minuten

Kernboodschappen

  1. Schildklierkanker is meestal goed te behandelen; leefstijl vervangt de behandeling niet, maar kan deze aanvullen.

  2. Een gezond gewicht en een gezonde stofwisseling vormen de best onderbouwde manier om het risico te verlagen.

  3. Roken en alcohol blijven schadelijk; voor alcohol is er geen veilige ondergrens.

  4. Beweging vermindert aantoonbaar de kans op botbreuken die de behandeling indirect kan veroorzaken, en helpt tegen vermoeidheid.

  5. De mentale last wordt onderschat door het “goede kanker”-etiket; angst voor terugkeer verdient erkenning en steun. Daarnaast moeten mensen vanwege de gunstige prognose lang leven met dit etiket.

  6. Veel leefstijlbewijs is afgeleid van ander kankeronderzoek; bespreek keuzes daarom met je behandelteam.

1. Wat is schildklierkanker?

De schildklier is een klein, vlindervormig orgaan voor in de hals. Hij maakt hormonen die de stofwisseling regelen. Soms gaan cellen in de schildklier ongecontroleerd delen. Dan ontstaat schildklierkanker.

Er zijn vier hoofdvormen, met heel verschillend gedrag:

  • Papillair (ongeveer 8 op de 10 gevallen). Groeit langzaam, heeft een uitstekende prognose.

  • Folliculair (ongeveer 1 op de 10). Iets ongunstiger, kan uitzaaien via het bloed.

  • Medullair (ongeveer 3 op de 100). Ontstaat uit andere cellen; soms erfelijk bepaald.

  • Anaplastisch (ongeveer 1 op de 100). Zeldzaam, maar zeer agressief en in principe bijna altijd dodelijk.

De eerste twee vormen heten samen het gedifferentieerd schildkliercarcinoom (carcinoom is een ander woord voor kanker). Dit is veruit de grootste groep en de best behandelbare. Bijna alles wat we over leefstijl en schildklierkanker weten, gaat over deze groep. De medullaire vorm is deels erfelijk; leefstijl speelt daar bij het ontstaan nauwelijks een rol.

2. Hoe vaak komt schildklierkanker voor?

In Nederland krijgen ongeveer 900 mensen per jaar de diagnose schildklierkanker. Vrouwen krijgen het ongeveer drie keer zo vaak als mannen. De ziekte komt op relatief jonge leeftijd voor, vaak tussen de 40 en 60 jaar.

Het aantal diagnoses is wereldwijd sterk gestegen. Een groot deel van die stijging is geen echte toename van de ziekte, maar het gevolg van betere detectie [1]. Artsen gebruiken steeds vaker echo-onderzoeken van de hals. Daarbij vinden ze kleine schildkliergezwellen die langzaam of helemaal niet groeien. Veel daarvan zouden nooit klachten hebben gegeven of zijn opgemerkt. Daarnaast worden veel schildklier“afwijkingen” gevonden als gevolg van het vervaardigen van scans (PET en CT) om andere redenen. Dit noemen we een toevalsbevinding. Dat is een bevinding die gedaan wordt als “bijvangst”, terwijl de dokter er eigenlijk niet naar op zoek was.

Het opsporen van zo’n onschuldig gezwel heet overdiagnose. Het lastige eraan: zodra er “kanker” op de uitslag staat, volgt vaak een operatie en behandeling, terwijl het gezwel misschien nooit kwaad zou hebben gekund. De behandeling kan dan meer schade geven dan de ziekte zelf.

Als voorbeeld besloot men in Zuid-Korea ooit een screening voor deze ziekte op te zetten. Er werd massaal schildklierkanker vastgesteld en de meeste mensen behandeld met alle complicaties en bijwerkingen van dien. Echter, na enkele jaren bleek dat er op sterftecijfers vrijwel geen winst was geboekt, terwijl de kwaliteit van leven van mensen die nu met stemproblemen en zonder schildklier moesten leven sterk was afgenomen [2]. Daarom kiezen de richtlijnen steeds vaker voor afwachten en regelmatig controleren bij kleine, laag-risico gezwellen, in plaats van meteen opereren [1, 3]. Dit artikel wil dan ook niet bang maken, maar uitleggen.

3. Hoe ontstaat schildklierkanker?

De precieze oorzaak is meestal niet aan te wijzen. Wel zijn er routes bekend die de groei van schildkliercellen aanjagen.

Een eerste route loopt via het schildklierstimulerend hormoon (TSH). Dit hormoon uit de hersenen zet de schildklier aan tot werken. Is het langdurig verhoogd, dan stimuleert het ook de celdeling [4].

Een tweede route loopt via de stofwisseling. Bij overgewicht en insulineresistentie (waarbij het lichaam minder gevoelig wordt voor het hormoon insuline) maakt het lichaam meer insuline en groeifactoren aan. Die werken als groeiprikkels voor cellen. Daar komt een toestand van langdurige, lichte ontsteking bij, die schade aan cellen bevordert [4, 5].

Deze routes verklaren waarom een gezonde stofwisseling juist bij schildklierkanker een rol speelt. Hetzelfde patroon zie je bij veel langdurige aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, diabetes type 2, depressie en bepaalde andere soorten kanker.

4. Risicofactoren voor schildklierkanker: de rol van leefstijl

Dit hoofdstuk gaat over preventie: wat de kans om schildklierkanker te krijgen vergroot of verkleint. We kijken daarvoor naar bevolkingsonderzoek, studies die grote groepen mensen jarenlang volgen. Zulk onderzoek toont samenhang, geen hard oorzakelijk verband (‘van het één krijg je het ander’).

4.1 Gewicht en stofwisseling: de duidelijkste factor

Overgewicht vergroot de kans op dertien soorten kanker, waaronder schildklierkanker [6]. Bij schildklierkanker is overgewicht van alle leefstijlfactoren het best onderbouwd. In een groot Brits onderzoek onder ruim vijf miljoen mensen hing elke vijf punten hogere BMI (body-mass index, een maat voor gewicht in verhouding tot lengte) samen met ongeveer 9 procent meer kans op schildklierkanker [7]. Een overzichtsstudie schatte dat ongeveer 13 procent van de gevallen is toe te schrijven aan obesitas en nog eens 10 procent aan overgewicht [8].

Niet alleen het gewicht zelf telt, maar de hele stofwisseling: de manier waarop je lichaam voedsel omzet in energie en bouwstoffen. Het metabool syndroom (een combinatie van buikvet, hoge bloeddruk, hoge bloedsuiker en ongunstige bloedvetten) hangt samen met een hoger risico én met agressiever gedrag van de tumor [4].

4.2 Jodium: niet te weinig, niet te veel

Jodium is uniek voor de schildklier; het orgaan heeft het nodig om hormonen te maken. De relatie met kanker is niet rechtlijnig: zowel een tekort als een overmaat speelt een rol.

In gebieden met weinig jodium in de voeding komt schildklierkanker vaker voor [9]. Andersom: waar mensen ruimer jodium binnenkrijgen, bijvoorbeeld uit vis en schaaldieren, ligt de kans ongeveer een kwart lager [10, 11]. Een gematigde, voldoende jodiuminname beschermt dus.

Een voorbeeld van deze bescherming zien we in Japan: dat land heeft waarschijnlijk de hoogste jodiuminname ter wereld, vooral uit zeewier [12, 13]. Schildklierkanker komt er minder vaak voor dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten of Zuid-Korea [14]. Bovendien gaat het er bijna altijd om de traag groeiende, goed behandelbare vorm. Veel jodium lijkt dus niet alleen de kans op schildklierkanker te verkleinen, maar ook te bepalen wélk type ontstaat: bij een ruime inname vaker de milde variant, bij een tekort relatief vaker een agressievere [15]. Het nucleaire verleden van Japan heeft hier niets mee te maken, want dat werkt juist de andere kant op: wie als kind de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki overleefde, heeft nog tientallen jaren later méér kans op schildklierkanker. Het gaat om een kleine groep, die op de landelijke cijfers weinig invloed heeft [16].

Voor Nederland is de jodiumvoorziening via brood en zout doorgaans op orde, en een gewone portie vis of zeewier is geen reden tot zorg. Alleen megadoses uit supplementen zijn onverstandig: een overmaat verstoort de aanmaak van schildklierhormoon en brengt de schildklier uit balans [9]. De schildklier werkt het best bij een stabiele, gematigde inname, niet bij pieken.

4.3 Roken en alcohol: een opvallende uitzondering

Bij bijna alle kankers zijn roken en alcohol risicofactoren. Bij schildklierkanker wijzen de onderzoeken juist de andere kant op. Rokers en mensen die alcohol drinken, krijgen in deze studies minder vaak de diagnose [17, 18, 19].

Dit betekent niet dat roken of drinken beschermt. De verklaring zit waarschijnlijk in de manier van meten, en hangt opnieuw samen met overdiagnose. Mensen die roken of veel drinken, krijgen gemiddeld minder vaak een echo van de hals, bijvoorbeeld omdat ze minder vaak voor controles bij de zorg komen. Daardoor worden bij hen ook minder van die kleine, onschuldige gezwellen toevallig gevonden. In de cijfers lijkt het dan alsof zij minder schildklierkanker hebben, terwijl er bij hen vooral minder is opgespoord.

Roken en alcohol blijven schadelijk voor talloze andere aandoeningen, van long- en mondkanker tot hart- en vaatziekten zoals een hartinfarct of beroerte. Voor alcohol en kanker bestaat geen veilige ondergrens: ook bij weinig drinken stijgt het risico op verschillende andere kankers al [20]. De gezonde keuze blijft dus: niet roken en geen alcohol.

4.4 Slaap als risicofactor

Slaap is minder onderzocht, maar er zijn aanwijzingen. Een studie die gebruikmaakt van erfelijke aanleg vond dat een ochtendritme samenhing met een lagere kans op schildklierkanker, en slapeloosheid met meer schildkliergezwellen [21]. Een regelmatig slaappatroon hoort bij een gezonde stofwisseling.

4.5 Wat je niet in de hand hebt

Een deel van het risico ligt vast. Blootstelling aan straling in de kindertijd, bijvoorbeeld medische bestraling van hoofd en hals of een kernramp, is zelfs de enige volledig erkende oorzaak van schildklierkanker, maar is geen leefstijlfactor [22]. Na de kernramp in Tsjernobyl (1986) kregen kinderen radioactief jodium binnen, vooral via melk. Bijna 20.000 mensen die toen jonger waren dan 18, kregen in de jaren daarna schildklierkanker; ongeveer een kwart daarvan komt door de straling [23]. Verder krijgen vrouwen schildklierkanker vaker dan mannen, deels door het vrouwelijk hormoon oestrogeen. Ook leeftijd, familiaire aanleg en bepaalde erfelijke syndromen spelen mee [22]. Deze factoren zijn niet te veranderen, maar geven wel context.

5. De medische behandeling

De standaardbehandeling van schildklierkanker is effectief. Toch heeft elke behandeling grenzen en bijwerkingen. Door die te benoemen wordt zichtbaar waar leefstijl iets kan toevoegen. Dit is nadrukkelijk geen advies om van behandeling af te zien.

De belangrijkste behandelingen zijn:

  • Operatie: het verwijderen van een deel of de hele schildklier, waarin de tumor zit, en soms ook de lymfeklieren in het centrale deel onder de schildklier, maar soms ook aan de zijkant van de hals.

  • Radioactief jodium: een drankje of capsule die achtergebleven schildkliercellen opruimt, alleen nadat de hele schildklier verwijderd is.

  • Na deze combinatiebehandeling volgt vaak een behandeling met schildklierhormoon in tabletvorm (levothyroxine), vaak in een hogere dosis om het stimulerend hormoon TSH te onderdrukken en terugkeer te voorkomen.

Bovenstaande behandelingen zijn enigszins vervlochten. De klassieke behandeling is het verwijderen van de hele schildklier, gevolgd door een of meerdere doses radioactief jodium en daarna “suppressietherapie”: een langdurige behandeling met hogere doses levothyroxine. De laatste jaren wordt de behandeling echter steeds minder agressief en vindt deze meer plaats op maat. Soms wordt alleen de halve schildklier verwijderd, indien mogelijk, soms de hele zonder jodiumbehandeling of met een lagere dosis of maar eenmalig. Soms wordt er zelfs alleen in de gaten gehouden (active surveillance). Voor meer gedetailleerde informatie zie de site van de Schildklier Organisatie Nederland (schildklier.nl) en de richtlijn Schildkliercarcinoom [24].

Bij de operatie kan de stembandzenuw beschadigd raken, wat stem- en slikklachten kan geven [25]. Ook kunnen de kleine bijschildkliertjes geraakt worden (vier heel andere organen, maar wel in hetzelfde gebied), wat de kalkhuishouding tijdelijk of blijvend verstoort [26]. Vaak herstelt dit, soms blijft het (5-15%) [24]. Bij laag-risico kanker geeft een beperktere operatie vaak een betere kwaliteit van leven dan het verwijderen van de hele schildklier, bij een gelijke overlevingskans [27].

De onderdrukking van TSH met schildklierhormoon heeft een bijwerking die er voor leefstijl toe doet: botverlies. Bij vrouwen na de overgang verlaagt deze therapie de botdichtheid [28]. Dat vergroot op termijn de kans op botbreuken. Juist hier kan beweging het verschil maken (zie hoofdstuk 6).

Tot slot is de ziekte na de behandeling vaak niet klaar in het hoofd. Veel mensen houden klachten en angst voor terugkeer, ook als ze genezen zijn [29, 30]. Vaak zijn er aanhoudende moeheidsklachten en hebben mensen moeite om terug te keren naar hun werk. Welk deel van de behandeling daar precies de reden voor is, is onbekend, maar het lijkt erop dat het een combinatie van factoren is. Ook daar ligt ruimte voor leefstijl en steun; we komen er in hoofdstuk 6 op terug.

6. Wat kun je doen met leefstijl als je schildklierkanker hebt?

Waar het hoofdstuk 4 over preventie ging, draait dit hoofdstuk om de periode ná de diagnose: wat leefstijl kan bijdragen als je schildklierkanker al hebt, tijdens en na de behandeling. We kijken naar het sterkste bewijs: overzichtsstudies en, waar mogelijk, streng onderzoek waarin mensen willekeurig in groepen worden ingedeeld. Voor schildklierkanker is zulk onderzoek schaars. Waar direct bewijs ontbreekt, leunen we op het bredere kankeronderzoek. We zeggen er telkens bij hoe stevig het bewijs is.

De rode draad: leefstijl staat naast de behandeling, niet in plaats ervan, en altijd in afstemming met je behandelteam.

6.1 Voeding bij schildklierkanker

Voor voeding tijdens en na de behandeling van schildklierkanker bestaat geen specifiek onderzoek met harde uitkomsten. Wel weten we iets uit het bredere kankeronderzoek. Een betere voedingskwaliteit hangt bij kankeroverlevers samen met een betere overleving; bij borstkanker ging hogere kwaliteit samen met ongeveer een kwart lagere sterfte [31]. Een eetpatroon met veel groente, fruit, volkoren producten en peulvruchten, en weinig rood en bewerkt vlees, is de algemene aanbeveling voor mensen die kanker hebben gehad [32].

Twee punten zijn voor de schildklier specifiek. Rond een behandeling met radioactief jodium volgen mensen een tijdelijk jodiumarm dieet; dat is onderdeel van de behandeling, geen leefstijlkeuze. Echter, de basis hiervoor lijkt wat dun en wordt op dit moment onderzocht. Gegevens hierover komen later, naar aanleiding van huidig onderzoek.

En over kruisbloemige groenten (zoals kool en broccoli) bestaat het misverstand dat ze de schildklier schaden. Bij een normale jodiumstatus is dat effect verwaarloosbaar [33]. Deze groenten horen gewoon bij gezonde voeding.

De belangrijkste voedingsboodschap sluit aan bij hoofdstuk 4: werken aan een gezond gewicht. Fors en blijvend gewichtsverlies verlaagt bij mensen met obesitas de kans op gewichtgerelateerde kankers en op overlijden daaraan [34]. Dat bewijs komt vooral uit onderzoek naar maagverkleining, niet uit voedingsonderzoek, dus voorzichtigheid is op zijn plaats. De richting is wel duidelijk. Praktische handvatten voor een gezond, gevarieerd eetpatroon vind je op onze pijler voeding.

6.2 Beweging bij schildklierkanker

Beweging levert het sterkste, meest concrete leefstijlbewijs bij schildklierkanker op. In een groot onderzoek onder bijna 75.000 mensen die geopereerd waren, hadden zij die vóór en na de operatie regelmatig bewogen duidelijk minder botbreuken [35]. De kans op een wervelbreuk lag ongeveer 30 procent lager en op een heupbreuk zelfs ongeveer 60 procent lager. Ook wie pas ná de operatie begon met bewegen, had minder wervelbreuken.

Dat is precies de bijwerking die de behandeling kan geven: botverlies door de onderdrukking van TSH (zie hoofdstuk 5). Beweging vangt die bijwerking op. Kracht- en gewichtdragende oefeningen zijn daarbij het belangrijkst voor de botten.

Beweging helpt waarschijnlijk ook tegen vermoeidheid. Het schaarse onderzoek bij schildklierkanker wijst die kant op, al gaat het om kleine studies [36]. Het bredere kankeronderzoek is duidelijker: de Nederlandse richtlijn voor oncologische revalidatie beveelt een trainingsprogramma van minstens matige intensiteit (conditie- én krachttraining) aan tegen kankergerelateerde vermoeidheid [37]. Algemeen geldt dat beweging op het aanbevolen niveau samenhangt met ongeveer 15 procent lagere kankersterfte [38].

Een praktische richtlijn is de Nederlandse beweegnorm: minstens 150 minuten matig-intensieve inspanning per week, aangevuld met twee keer krachttraining. Voor de botten zijn die krachtmomenten extra waardevol. Meer over veilig opbouwen en de juiste oefeningen lees je op onze pijler beweging.

Zelf beginnen bij beweging?

Vul je mailadres in voor het gratis werkboek beweging, met ruimte om je eigen stappen op te schrijven. Je kunt het direct downloaden en krijgt daarna een korte reeks mails die je helpt verder te gaan.

Wil je kijken hoe bewegen in jouw dag past? In het gratis werkboek Beweging kies je een kleine stap die bij je past.

Meer over dit werkboek

Liever eerst zien waar jouw winst zit? Doe de leefstijlcheck

6.3 Slaap bij schildklierkanker

Direct onderzoek naar slaapinterventies bij schildklierkanker ontbreekt. Wel past goede slaap in het bredere plaatje. Een regelmatig ritme ondersteunt de stofwisseling, en de bevolkingsstudies wijzen op een gunstige rol van een vast slaappatroon [21]. Praktische tips: sta elke dag rond dezelfde tijd op, vermijd cafeïne in de avond en leg het scherm een uur voor het slapen weg. Een uitgebreid overzicht met tips vind je op onze pijler slaap.

6.4 Stress bij schildklierkanker

Bij schildklierkanker is dit misschien wel de meest onderschatte pijler. Ondanks de goede prognose houden veel mensen langdurig klachten, en angst voor terugkeer komt veel voor [29, 30]. Doordat de ziekte als “goede kanker” geldt, krijgt die last weinig erkenning, van de omgeving en soms van zorgverleners. Daardoor blijven klachten onbesproken en onbehandeld [39]. Met schildklierkanker kun je heel oud worden, maar dat betekent ook dat je er soms tientallen jaren mee leeft.

Specifiek onderzoek naar stressbehandeling bij schildklierkanker is er nauwelijks. Maar het bredere kankeronderzoek biedt houvast. De Nederlandse richtlijn over psychische klachten na kanker (de richtlijn aanpassingsstoornis) noemt praattherapie (cognitieve gedragstherapie) en aandachttraining (mindfulness) als goed toepasbare behandelingen bij spanning en angst na kanker, waaronder de angst voor terugkeer [40]. Lotgenotencontact kan de behoefte aan herkenning en informatie invullen, die juist bij deze groep vaak onvervuld blijft [39].

De boodschap: neem mentale klachten serieus, ook als de kanker zelf goed is behandeld. Zoek steun, praat erover en overweeg professionele hulp of een supportgroep. Zie ook onze pijlers ontspanning en verbinding.

Je Leefstijl als Medicijn · Schildklierkanker

Zelf doen naast je behandeling

Schildklierkanker is meestal goed te behandelen. Leefstijl vervangt de behandeling niet, maar kan helpen bij je herstel en bij de zorgen die vaak blijven.

Beweeg en train

  • Beweeg regelmatig, ook na de operatie

    Wie vóór en na de operatie bleef bewegen, had ongeveer 60 procent minder heupbreuken. Ook wie pas na de operatie begon, had minder wervelbreuken.

  • Doe twee keer per week krachttraining

    Naast 150 minuten matig inspannend bewegen per week. Goed voor je botten en waarschijnlijk ook tegen vermoeidheid.

Eet gezond

  • Werk aan een gezond gewicht

    De best onderbouwde manier om het risico op schildklierkanker te verlagen, samen met een gezonde stofwisseling.

  • Eet veel groente

    Kool en broccoli mogen gewoon.

  • Neem geen megadoses jodium

    Brood en zout geven meestal genoeg. Een gewone portie vis of zeewier is prima.

Neem zorgen serieus

  • Erken je mentale klachten

    Ook na een goede behandeling houden veel mensen klachten en angst voor terugkeer.

  • Overweeg praattherapie of mindfulness

    Een Nederlandse richtlijn noemt ze bij spanning en angst na kanker.

Zoek steun

  • Praat erover met mensen om je heen

    Zo blijven je klachten niet onbesproken.

  • Zoek lotgenoten of een supportgroep

    Daar vind je herkenning en informatie die je bij deze diagnose vaak mist.

Slaap op een vast ritme

  • Sta elke dag rond dezelfde tijd op

    Een regelmatig ritme ondersteunt je stofwisseling.

  • Maak je avond rustig

    Geen cafeïne in de avond, en leg je scherm een uur voor het slapen weg.

Roken en alcohol

  • Rook niet

    Roken blijft schadelijk, van long- en mondkanker tot hart- en vaatziekten.

  • Kies voor geen alcohol

    Alcohol blijft schadelijk. Voor kanker bestaat geen veilige ondergrens.

Je Leefstijl als Medicijn

Poster als pdf

7. Conclusie: schildklierkanker voorkomen en aanpakken met leefstijl

Schildklierkanker is meestal goed te behandelen. Leefstijl gaat die behandeling niet vervangen, maar kan er op drie manieren naast staan.

Ten eerste bij preventie. Een gezond gewicht en een gezonde stofwisseling vormen de best onderbouwde manier om het risico op schildklierkanker te verlagen. Het mooie is dat dezelfde aanpak - gezond eten, bewegen, gewicht in de hand houden - ook beschermt tegen hart- en vaatziekten, diabetes en andere kankers. Eén inspanning met een brede opbrengst.

Ten tweede bij het herstel. Beweging vermindert aantoonbaar de botbreuken die de behandeling kan veroorzaken, en helpt tegen vermoeidheid. Dit is het meest concrete leefstijlbewijs dat er voor schildklierkanker is.

Ten derde bij de mentale last. Angst voor terugkeer en blijvende klachten verdienen erkenning en steun, ook na de behandeling.

Veel van het overige bewijs is afgeleid uit onderzoek bij andere kankers. Dat maakt het niet waardeloos, maar wel voorzichtig in te zetten. Bespreek leefstijlkeuzes daarom altijd met je behandelteam.

Veelgestelde vragen

Kan ik schildklierkanker met leefstijl voorkomen?

Leefstijl biedt geen garantie, maar een gezond gewicht en een gezonde stofwisseling zijn de best onderbouwde manier om je risico te verlagen [4, 7, 8]. Straling op jonge leeftijd en erfelijke aanleg zijn de zekerste oorzaken, en die heb je niet zelf in de hand [22].

Waarom lijken roken en alcohol te beschermen tegen schildklierkanker?

In de cijfers krijgen rokers en drinkers minder vaak de diagnose, maar dat komt waarschijnlijk doordat bij hen minder echo’s van de hals worden gemaakt en dus minder kleine gezwellen worden gevonden [17, 18, 19]. Roken en alcohol blijven schadelijk voor veel andere aandoeningen, en voor alcohol en kanker is er geen veilige ondergrens [20].

Helpt beweging echt na de behandeling?

Ja. Bij mensen die geopereerd waren, hadden zij die vóór en na de operatie regelmatig bewogen duidelijk minder botbreuken: ongeveer 30 procent minder wervelbreuken en 60 procent minder heupbreuken [35]. Ook wie pas na de operatie begon, had minder wervelbreuken. Dat vangt het botverlies op dat door de TSH-onderdrukkende therapie kan ontstaan, en beweging helpt waarschijnlijk ook tegen vermoeidheid [37].

Moet ik kruisbloemige groenten zoals kool en broccoli vermijden?

Nee. Het idee dat deze groenten de schildklier schaden is een misverstand; bij een normale jodiumstatus is dat effect verwaarloosbaar [33]. Ze horen gewoon bij gezonde voeding.

Is veel vis of zeewier eten gevaarlijk voor mijn schildklier?

Bij normale hoeveelheden niet. In Japan, waar de jodiuminname uit zeewier tot de hoogste ter wereld behoort, komt schildklierkanker vooral in de milde, goed behandelbare vorm voor [13]. Alleen extreem hoge inname, bijvoorbeeld via jodiumsupplementen in megadoses, is onverstandig: een overmaat kan de aanmaak van schildklierhormoon verstoren en de schildklier uit balans brengen [9]. Een gewone portie vis of een vel nori hoort gewoon bij gezonde voeding.

Wat betekent overdiagnose bij schildklierkanker?

Door veel echo-onderzoek worden steeds vaker kleine gezwellen gevonden die langzaam of niet groeien en nooit klachten zouden geven [1]. Toch volgt na de uitslag “kanker” vaak een operatie, die meer schade kan geven dan de ziekte zelf. Daarom kiezen richtlijnen bij kleine, laag-risico gezwellen steeds vaker voor afwachten en controleren [1, 3].

Is schildklierkanker echt een “goede kanker”?

De prognose is meestal gunstig, maar het etiket “goede kanker” zorgt ervoor dat de last vaak wordt onderschat [39]. Veel mensen houden langdurig klachten en angst voor terugkeer, ook na de behandeling [29, 30]. Die klachten verdienen erkenning en steun.

Moet ik mijn leefstijlkeuzes met mijn arts bespreken?

Ja. Leefstijl staat naast de medische behandeling, niet in plaats ervan, en veel van het bewijs is afgeleid van onderzoek bij andere kankers. Bespreek aanpassingen daarom altijd met je behandelteam.

Dit artikel is gebaseerd op 40 bronnen.
  1. Kitahara CM, Sosa JA. The changing incidence of thyroid cancer. Nat Rev Endocrinol. 2016;12(11):646-653. DOI
  2. Kang HY, Kim I, Kim YY, Bahk J, Khang YH. Income differences in screening, incidence, postoperative complications, and mortality of thyroid cancer in South Korea: a national population-based time trend study. BMC Cancer. 2020;20(1):1096. DOI
  3. Reverter JL. Thyroid cancer. Med Clin (Barc). 2025;164(8):421-428. DOI
  4. Li LR, Song JL, Liu HQ, et al. Metabolic syndrome and thyroid cancer: risk, prognosis, and mechanism. Discov Oncol. 2023;14(1):23. DOI
  5. Shen S, Brown KA, Green AK, et al. Obesity and cancer: a translational science review. JAMA. 2026;335(15):1341-1350. DOI
  6. Lauby-Secretan B, Scoccianti C, Loomis D, et al. Body fatness and cancer - viewpoint of the IARC Working Group. N Engl J Med. 2016;375(8):794-798. DOI
  7. Bhaskaran K, Douglas I, Forbes H, et al. Body-mass index and risk of 22 specific cancers: a population-based cohort study of 5.24 million UK adults. Lancet. 2014;384(9945):755-765. DOI
  8. Sadeghi H, Rafei M, Bahrami M, et al. Attributable risk fraction of four lifestyle risk factors of thyroid cancer: a meta-analysis. J Public Health (Oxf). 2018;40(2):e91-e98. DOI
  9. Choi WJ, Kim J. Dietary factors and the risk of thyroid cancer: a review. Clin Nutr Res. 2014;3(2):75-88. DOI
  10. Cao LZ, Peng XD, Xie JP, et al. The relationship between iodine intake and the risk of thyroid cancer: a meta-analysis. Medicine (Baltimore). 2017;96(20):e6734. DOI
  11. Liu ZT, Lin AH. Dietary factors and thyroid cancer risk: a meta-analysis of observational studies. Nutr Cancer. 2014;66(7):1165-1178. DOI
  12. Wang C, Yatsuya H, Li Y, et al. Prospective study of seaweed consumption and thyroid cancer incidence in women: the Japan Collaborative Cohort Study. Eur J Cancer Prev. 2016;25(3):239-245. DOI
  13. Michikawa T, Inoue M, Shimazu T, et al. Seaweed consumption and the risk of thyroid cancer in women: the Japan Public Health Center-based Prospective Study. Eur J Cancer Prev. 2012;21(3):254-260. DOI
  14. Ministry of the Environment, Government of Japan. BOOKLET to provide basic information regarding health effects of radiation (2022), chapter 3.7. Tokyo: Ministry of the Environment; 2023. Link
  15. Harach HR, Williams ED. Thyroid cancer and thyroiditis in the goitrous region of Salta, Argentina, before and after iodine prophylaxis. Clin Endocrinol (Oxf). 1995;43(6):701-706. DOI
  16. Furukawa K, Preston D, Funamoto S, et al. Long-term trend of thyroid cancer risk among Japanese atomic-bomb survivors: 60 years after exposure. Int J Cancer. 2013;132(5):1222-1226. DOI
  17. Cho YA, Kim J. Thyroid cancer risk and smoking status: a meta-analysis. Cancer Causes Control. 2014;25(9):1187-1195. DOI
  18. Lee JH, Chai YJ, Yi KH. Effect of cigarette smoking on thyroid cancer: meta-analysis. Endocrinol Metab (Seoul). 2021;36(3):590-598. DOI
  19. Hong SH, Myung SK, Kim HS, et al. Alcohol intake and risk of thyroid cancer: a meta-analysis of observational studies. Cancer Res Treat. 2017;49(2):534-547. DOI
  20. Jun S, Park H, Kim UJ, et al. Cancer risk based on alcohol consumption levels: a comprehensive systematic review and meta-analysis. Epidemiol Health. 2023;45:e2023092. DOI
  21. Fan Y, Zheng X, Xu T, et al. Sleep factors and risk of thyroid cancer, nodules and dysfunction: Mendelian randomization study. Gland Surg. 2025;14(3):368-379. DOI
  22. Bogović Crnčić T, Ilić Tomaš M, Girotto N, et al. Risk factors for thyroid cancer: what do we know so far? Acta Clin Croat. 2020;59(Suppl 1):66-72. DOI
  23. United Nations Scientific Committee on the Effects of Atomic Radiation (UNSCEAR). Evaluation of data on thyroid cancer in regions affected by the Chernobyl accident. New York: United Nations; 2018. Link
  24. Nederlandse Internisten Vereniging (NIV). Richtlijn Schildkliercarcinoom. Utrecht: Richtlijnendatabase; 2024. Link
  25. Sõber L, Lepner U, Kirsimägi Ü, et al. Voice and swallowing disorders after thyroid surgery. J Voice. 2024;38(5):1254.e11-1254.e20. DOI
  26. Ning K, Yu Y, Zheng X, et al. Risk factors of transient and permanent hypoparathyroidism after thyroidectomy: a systematic review and meta-analysis. Int J Surg. 2024;110(8):5047-5062. DOI
  27. Bach K, Ansari P, Ansari H, et al. Health-related quality of life in patients with low-risk differentiated thyroid cancer: a systematic review examining the extent of thyroidectomy. Thyroid. 2024;34(1):14-25. DOI
  28. Ku EJ, Yoo WS, Lee EK, et al. Effect of TSH suppression therapy on bone mineral density in differentiated thyroid cancer: a systematic review and meta-analysis. J Clin Endocrinol Metab. 2021;106(12):3655-3667. DOI
  29. O’Neill CJ, Rowe CW, Morris-Baguley H, et al. Thyroid cancer survivors experience persistent symptoms and health-related quality-of-life deficits 12 months following surgery. Thyroid. 2025;35(9):1039-1051. DOI
  30. Hampton J, Alam A, Zdenkowski N, et al. Fear of cancer recurrence in differentiated thyroid cancer survivors: a systematic review. Thyroid. 2024;34(5):541-558. DOI
  31. Castro-Espin C, Agudo A. The role of diet in prognosis among cancer survivors: a systematic review and meta-analysis of dietary patterns and diet interventions. Nutrients. 2022;14(2):348. DOI
  32. Rock CL, Thomson CA, Sullivan KR, et al. American Cancer Society nutrition and physical activity guideline for cancer survivors. CA Cancer J Clin. 2022;72(3):230-262. DOI
  33. Galanty A, Grudzińska M, Paździora W, et al. Do Brassica vegetables affect thyroid function? A comprehensive systematic review. Int J Mol Sci. 2024;25(7):3988. DOI
  34. Aminian A, Wilson R, Al-Kurd A, et al. Association of bariatric surgery with cancer risk and mortality in adults with obesity. JAMA. 2022;327(24):2423-2433. DOI
  35. Kim J, Han K, Jung JH, et al. Physical activity and reduced risk of fracture in thyroid cancer patients after thyroidectomy: a nationwide cohort study. Front Endocrinol (Lausanne). 2023;14:1173781. DOI
  36. To J, Goldberg AS, Jones J, et al. A systematic review of randomized controlled trials for management of persistent post-treatment fatigue in thyroid cancer survivors. Thyroid. 2015;25(2):198-210. DOI
  37. Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA), IKNL. Medisch specialistische revalidatie bij oncologie. Utrecht: Richtlijnendatabase; 2018. Link
  38. Garcia L, Pearce M, Abbas A, et al. Non-occupational physical activity and risk of cardiovascular disease, cancer and mortality outcomes: a dose-response meta-analysis of large prospective studies. Br J Sports Med. 2023;57(15):979-989. DOI
  39. Das A, Rodriguez Garcia GP, Rubio EC, et al. Unmet care needs of adult survivors of thyroid cancer: a systematic review. JAMA Otolaryngol Head Neck Surg. 2025;151(7):714-724. DOI
  40. Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie (NVPO). Aanpassingsstoornis bij patiënten met kanker. Versie 1.0. 2016. Link

Zelf beginnen bij beweging?

Vul je mailadres in voor het gratis werkboek beweging, met ruimte om je eigen stappen op te schrijven. Je kunt het direct downloaden en krijgt daarna een korte reeks mails die je helpt verder te gaan.

Wil je kijken hoe bewegen in jouw dag past? In het gratis werkboek Beweging kies je een kleine stap die bij je past.

Meer over dit werkboek

Liever eerst zien waar jouw winst zit? Doe de leefstijlcheck

Zorgprofessional? Ontdek wat JLAM voor de mensen die je begeleidt kan doen

Auteur

Jaap Versfelt
Jaap Versfelt

Directeur-bestuurder sinds 2024

Medisch gereviewd door
prof. dr. schelto kruijff
prof. dr. Schelto Kruijff

chirurg-oncoloog UMCG

Gerelateerde artikelen

Osteoporose aanpakken met leefstijlWetenschap

Osteoporose: hoe houd je je botten sterk?

Botontkalking aanpakken met leefstijl. Ontdek wat beweging, voeding en valpreventie doen voor je botten, en waar de grenzen van het bewijs liggen.

Lees meer
jodium stichting Je Leefstijl Als MedicijnArtikel

Waar zit jodium in? De 12 rijkste bronnen

Jodium is nodig voor je schildklier en je stofwisseling. Bekijk in welke voeding jodium zit, hoeveel je nodig hebt en waaraan je een tekort herkent.

Lees meer