Ga naar inhoud
Webinar metabole GLP-1 therapie door internist Dr Yvo SijpkensOnze webinars
Wetenschap

Darmkanker aanpakken met leefstijl

Kernboodschap: Niet roken, weinig of geen alcohol, een gezond gewicht en plantaardig-rijk eten halveert ruwweg het risico op darmkanker (Yu et al., 2022).

Gepubliceerd:
Darmkanker aanpakken met leefstijl

Darmkanker (colorectaal kanker), beter bekend als dikke darmkanker en endeldarmkanker, is in Nederland één van de meest voorkomende kankersoorten. Per jaar krijgen ongeveer 14.000 mensen deze diagnose. De afgelopen jaren is de behandeling sterk verbeterd. Chirurgie, chemotherapie, bestraling en bij een specifieke subgroep ook immuuntherapie geven gemiddeld betere overleving dan vijftien jaar geleden.

Toch blijft er een grote rol voor leefstijl. Niet als alternatief voor de standaardbehandeling, maar als aanvulling die de kans op een goede uitkomst meetbaar kan vergroten. Dit artikel laat zien wat het wetenschappelijk bewijs zegt over leefstijl bij preventie, voorbereiding op de operatie en herstel na de behandeling:

  • 50% minder kans op darmkanker bij een gezonde leefstijl
  • 40% minder kans op ernstige complicaties door goede voorbereiding op de operatie
  • 30% minder kans op sterfte na de behandeling door een gezonde leefstijl

Vier leefstijlpijlers komen aan bod: voeding, beweging, slaap en stress. Daarna behandelen we prehabilitatie apart: het actief en gericht voorbereiden op de operatie, waarin meerdere pijlers tegelijk samenkomen. Per pijler maken we waar dat kan onderscheid tussen wat helpt vóór de diagnose (om darmkanker te voorkomen) en wat helpt na de diagnose (om de kans op herstel en overleving te vergroten).

Leestijd: 19 minuten

1. Kernboodschappen

  1. Darmkanker treft jaarlijks ongeveer 14.000 Nederlanders en is daarmee een van de meest voorkomende kankersoorten in ons land.
  2. De standaardbehandeling - operatie, chemotherapie, en bij endeldarm kanker voorafgaand bestraling en bij een kleine groep ook immuuntherapie - is sterk verbeterd, maar kent flinke bijwerkingen en een reële kans op terugkeer van de kanker.
  3. Wie niet rookt, weinig of geen alcohol drinkt, gezond gewicht houdt, beweegt en plantaardig-rijk eet, halveert ruwweg het risico op het krijgen van colorectaal kanker [9, 40]. Dat is een gemiddelde over groepen: ook wie gezond leeft kan darmkanker krijgen, en andersom.
  4. Vier weken gericht voorbereiden op de operatie (prehabilitatie) verlaagt de kans op ernstige complicaties na de operatie met ruim 40 procent.
  5. Na de behandeling ondersteunt leefstijl het herstel: bewegen na de chemokuur verlaagt de kans om te overlijden met ruim een derde [17] en staat sinds 2026 in de Europese richtlijn; ook voldoende eiwit, goede slaap en sociale steun helpen.

2. Wat is colorectaal kanker?

Colorectaal kanker is een verzamelnaam voor kwaadaardige tumoren in de dikke darm (colon) en de endeldarm (rectum). Ongeveer 70 procent van de tumoren zit in de dikke darm, 30 procent in de endeldarm. De tumor ontwikkelt zich meestal uit een goedaardige poliep die zich langzaam, vaak over tien tot vijftien jaar, tot een kwaadaardige cel ontwikkelt.

Vroege klachten zijn meestal beperkt. Bloed bij de ontlasting, een veranderend ontlastingspatroon dat langer dan zes weken aanhoudt of onverklaarbare bloedarmoede zijn alarmsignalen die altijd om een kijkonderzoek van de darm (een coloscopie) vragen. Bij verder gevorderde tumoren kunnen ook buikpijn, gewichtsverlies en aanhoudende vermoeidheid optreden.

Sinds 2014 krijgen Nederlanders tussen 55 en 75 jaar elke twee jaar een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek dikke darmkanker: de FIT-test, een test op onzichtbaar bloed in de ontlasting. Bij een afwijkende uitslag volgt een coloscopie. Dit onderzoek vindt veel tumoren in een vroeg, goed behandelbaar stadium.

3. Hoe vaak komt colorectaal kanker voor?

In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 14.000 mensen de diagnose darmkanker. Daarmee staat het op de derde plaats van meest voorkomende kankersoorten, na borstkanker en huidkanker.

De gemiddelde leeftijd bij de diagnose ligt rond de zeventig jaar. Maar darmkanker komt ook in Nederland steeds vaker voor bij mensen jonger dan vijftig. Waarom dat zo is, weten we nog niet precies; overgewicht, voeding, roken en veel alcohol drinken vergroten de kans bij deze jongere groep [1]. Jonge vrouwen met obesitas hadden in groot onderzoek bijna twee keer zoveel kans op darmkanker als vrouwen met een gezond gewicht [38], en wie dagelijks twee of meer glazen suikerhoudende drank dronk had een ruim verdubbeld risico [37]. Hard bewijs dat voeding dit veroorzaakt is er nog niet - het gaat om observationeel onderzoek - maar onderzoekers zien darmkanker op jonge leeftijd steeds vaker als gevolg van een ontregelde stofwisseling [39].

De totale vijfjaarsoverleving in Nederland is ongeveer 65 procent. Dat hangt sterk af van het stadium waarin de tumor wordt ontdekt: bij een kleine, niet-uitgezaaide tumor (stadium I) is de vijfjaarsoverleving boven de 90 procent, bij een uitgezaaide tumor (stadium IV) tussen de 10 en 20 procent. Het bevolkingsonderzoek zorgt ervoor dat tumoren vaker in een vroeg stadium worden gevonden. Een belangrijke reden om die uitnodiging serieus te nemen.

4. Hoe ontstaat colorectaal kanker?

De meeste tumoren ontstaan langzaam in de darmwand. Een gezonde darmcel verandert in een licht afwijkende cel, daaruit groeit een poliep (een klein uitstulpinkje), en pas na een opeenstapeling van fouten in het erfelijk materiaal wordt die poliep kwaadaardig. Dit proces duurt vaak tien tot vijftien jaar. Daarom werkt vroege opsporing via de FIT-test en de coloscopie zo goed: een poliep kan ruim vóór de stap naar kanker worden weggehaald.

Bij de meeste mensen (ongeveer 85 procent) ontstaat darmkanker 'zomaar', door zo'n opeenstapeling van toevallige fouten zonder duidelijke erfelijke oorzaak. Bij ongeveer 1 op de 10 komt darmkanker vaker voor in de familie zonder dat er een specifiek fout in het genetisch materiaal wordt gevonden. Bij ongeveer 1 op de 20 ligt er wél een erfelijke aanleg aan ten grondslag, zoals het Lynch-syndroom (een aangeboren fout in het reparatiesysteem van het DNA).

Voor de behandeling is één groep tumoren extra belangrijk. Ongeveer 15 op de 100 tumoren hebben een kapot reparatiesysteem voor het DNA; artsen noemen dat dMMR. Juist die tumoren reageren vaak heel goed op immuuntherapie, een behandeling die het eigen afweersysteem inschakelt.

5. De stofwisseling: waar leefstijl op ingrijpt

Veel van wat de kans op darmkanker vergroot, komt samen in één mechanisme: een ontregelde stofwisseling. Overgewicht, diabetes type 2 en voeding met veel suiker en weinig vezels gaan vaak samen met te veel insuline in het bloed en met insulineresistentie (de cellen reageren steeds slechter op insuline). Mensen met diabetes type 2 hebben dan ook ongeveer 20 tot 30 procent meer kans op darmkanker [8].

Te veel insuline en de groeifactor IGF-1 zetten cellen aan om sneller te delen en zich minder snel op te ruimen. Bij gezonde cellen is dat een gewoon signaal, maar het geeft beginnende kankercellen net dat zetje om door te groeien. Daar komt sluimerende ontsteking bij, die vaak hoort bij veel buikvet of diabetes type 2. Ook een voedingspatroon dat ontsteking aanwakkert - veel suiker, wit meel en bewerkt vlees en weinig groente - hangt samen met meer kans op darmkanker en met eerder overlijden [27].

Ook de darmbacteriën spelen mee. Bij dikke darmkanker is de samenstelling van de darmflora vaak verstoord en komen bepaalde ontstekingsbacteriën er vaker voor. Ultra-bewerkt voedsel met toevoegingen en emulgatoren kan die darmflora uit balans brengen; dat is een van de mogelijke verklaringen voor het verband dat in onderzoek wordt gezien. Hard bewijs dat één bepaalde toevoeging darmkanker veroorzaakt, is er nog niet. Langdurige darmontsteking telt ook mee: mensen met een chronische darmontsteking (de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa, samen IBD genoemd) hebben een hoger risico. Het goede nieuws is dat ook bij IBD leefstijl helpt om de ontsteking rustig te houden (zie het JLAM-artikel over IBD & leefstijl: https://jeleefstijlalsmedicijn.nl/ibd-in-beeld).

Het mooie is dat leefstijl precies op de stofwisseling ingrijpt. Afvallen, vezelrijk en plantaardig eten en bewegen verlagen de insuline, de groeifactor IGF-1 én de ontsteking. Stoppen met roken en minder alcohol werken vooral op de ontsteking en op de directe schade aan de darmcellen. Samen verklaart dit waarom een combinatie van gezonde gewoontes veel meer doet dan elke gewoonte los.

6. De standaardbehandeling: wat doet de oncoloog?

De behandeling van darmkanker gebeurt door een team van specialisten. Het standaardpakket bestaat uit een operatie, chemotherapie, bij endeldarmkanker meestal bestraling en chemo vooraf ( chemoradiatie) , en sinds enkele jaren bij een kleine groep ook immuuntherapie. Dit hoofdstuk schetst kort wat de behandeling oplevert en welke prijs eraan vastzit. Leefstijl staat hiernaast, nooit in plaats van.

De operatie. Bij vrijwel iedereen wordt de tumor operatief verwijderd, samen met het omliggende stukje darm en de lymfeklieren. Dat is een zware ingreep waarbij je soms na de operatie tijdelijk of definitief een stoma krijgt. Wordt er wel een verbinding gemaakt dan kunnen complicaties zoals een lekkende darmnaad voorkomen. Mede hierdoor kan ongeveer 1 tot 3 op de 100 mensen een enkele keer zelfs overlijden binnen een maand na de operatie. Om dat te voorkomen moeten chirurgen zorgen dat ze patiënten motiveren zo fit mogelijk de operatie in te gaan - daarover gaat het hoofdstuk over prehabilitatie verderop.

Chemotherapie. Bij een deel van de mensen volgt na de operatie nog een chemokuur, om achtergebleven en op scans nog onzichtbare kankercellen op te ruimen. Dat heet aanvullende of 'adjuvante' chemotherapie. Het verhoogt de kans op genezing, maar geeft bijwerkingen: vermoeidheid, misselijkheid en soms blijvende tintelingen in handen en voeten.

Immuuntherapie

Voor de kleine groep patiënten met een dMMR-tumor, de tumoren met het defecte DNA-reparatiesysteem uit hoofdstuk 4, is er sinds enkele jaren immuuntherapie beschikbaar. De resultaten zijn opvallend goed. Bij patiënten met een dMMR-tumor die werden behandeld met PD-1-remmers, vertoonden sommigen een volledige respons zonder dat chemotherapie, bestraling of een operatie nodig was. In een uitgebreide fase 2-studie verdween de tumor bij alle 49 deelnemers volledig na behandeling met dostarlimab, waarna de FDA dit middel de status van 'doorbraaktherapie' voor dMMR-endeldarmkanker toekende. Voor de overige tumoren zonder dit DNA-reparatiedefect werkt immuuntherapie helaas (nog) niet. Het gaat om een klinisch volledige respons - geen zichtbare tumor meer - en nog niet om bewezen genezing; deze patienten worden daarom nauwlettend gevolgd [10].

De behandeling van darmkanker is de afgelopen jaren dus flink verbeterd. Tegelijk blijven bijwerkingen, de kans op terugkeer en de impact op het dagelijks leven een grote rol spelen. Daar kan leefstijl iets aan toevoegen nooit als vervanging van de behandeling, maar altijd als aanvulling daarop.

7. Voeding en darmkanker

Voor voeding is het bewijs sterk en consistent: zowel om darmkanker te voorkomen als om er beter van te herstellen.

Vóór diagnose (preventie)

Vezels en volkoren. Een grote meta-analyse (een studie die de uitkomsten van veel onderzoeken samenvat) in het tijdschrift The Lancet liet zien dat meer vezels eten samenhangt met 15 tot 30 procent minder kans op onder andere darmkanker en op vroeg overlijden; de grootste winst zit bij 25 tot 30 gram vezels per dag [11]. En hoe meer vezels, hoe sterker het effect. Volkoren granen (volkorenbrood, havermout, zilvervliesrijst, peulvruchten) leveren naast vezels ook beschermende plantenstoffen en houden de bloedsuiker stabieler. Dubbele winst.

Bewerkt vlees en onbewerkt rood vlees: een belangrijk verschil. Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (afgekort IARC) plaatste bewerkt vlees in 2015 in de zwaarste categorie: er is een zekere relatie met darmkanker bij de mens. Onbewerkt rood vlees staat in de categorie 'waarschijnlijk' kankerverwekkend. Een meta-analyse uit 2018 [2] berekende ongeveer 17 procent meer kans op darmkanker per 50 gram bewerkt vlees per dag (ham, worst, bacon) en ongeveer 12 procent per 100 gram onbewerkt rood vlees.

De discussie over onbewerkt rood vlees

Over ónbewerkt rood vlees - een biefstuk, een karbonade of een stukje rosbief - lopen de meningen uiteen. In 2019 bekeek een internationale onderzoeksgroep al het bewijs opnieuw. In de strengste studies, waarin mensen willekeurig wat minder of wat meer rood vlees aten, vonden ze geen duidelijk effect op darmkanker [29]. In studies waarin onderzoekers mensen jarenlang volgden, zagen ze hooguit een klein effect [30]. Hun conclusie: voor één persoon is de winst van minder rood vlees klein. Dat advies kreeg stevige kritiek van onder meer het Wereldfonds voor Kankeronderzoek. De nuchtere samenvatting: voor bewerkt vlees (ham, worst, bacon) is de relatie met darmkanker sterk – eet daar zo weinig mogelijk van. Voor onbewerkt rood vlees is het bewijs zwak en het effect per persoon klein. Een paar keer per week een stukje onbewerkt rood vlees is geen ramp; elke dag veel bewerkt vlees is mogelijk schadelijk.

Mediterraan en plantaardig eten. Een mediterraan eetpatroon (veel groente, fruit, peulvruchten, vis, olijfolie en volkoren, weinig bewerkt vlees) hangt samen met minder kans op darmkanker. Een samenvatting van elf studies vond ongeveer 18 procent minder kans bij mensen die zich er goed aan houden, vergeleken met wie dat nauwelijks doet [33]. De winst zit vooral in fruit, groente en volkoren granen.

Na diagnose

Wat je eet ná de diagnose. Ook na de diagnose, tijdens en na de behandeling, maakt voeding uit. Een mediterraan eetpatroon hangt samen met een betere overleving [12]. Een studie bij mensen met dikke darmkanker in stadium III liet zien dat een westers eetpatroon - wit meel, suiker, kant-en-klaar (ultra-bewerkt) voedsel en rood en bewerkt vlees - na de diagnose samenhing met een ruim drie keer zo hoge kans op terugkeer of overlijden, vergeleken met wie zo'n patroon nauwelijks volgde [31].

Genoeg eiwit tijdens de behandeling. Tijdens chemotherapie en herstel heeft het lichaam meer eiwit nodig dan normaal. De Europese richtlijn voor voeding bij kanker adviseert dan 1,2 tot 1,5 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag [13, 32]. Bij (dreigend) gewichtsverlies of spierverlies is zelfs nog meer. Spierverlies tijdens de chemo hangt samen met meer bijwerkingen, meer complicaties en een slechtere overleving. Eiwitrijke producten - vis, ei, peulvruchten, zuivel - zijn dan belangrijk.

Kan vasten of een ketogeen dieet helpen?

Twee aparte vragen die vaak door elkaar lopen.

Het ketogeen dieet (heel weinig koolhydraten, veel vet) is in theorie interessant: kankercellen draaien vaak vooral op suiker, dus zou minder suiker hun groei kunnen remmen. Bij darmkanker zijn de resultaten uit laboratorium- en dieronderzoek wisselend. Eén studie zag remming van de tumorgroei via een gunstig effect op de darmflora [14]; een andere waarschuwde juist voor een zwakkere afweer bij uitzaaiingen in de lever [15]. Onderzoek bij mensen met darmkanker dat naar overleving kijkt, is er nog niet. Daarom: niet routinematig aanraden, en alleen onder begeleiding van behandelteam en diëtist.

Vasten rond de chemokuur (zoals de 'fasting mimicking diet', een kort en streng caloriearm schema) is iets anders. Bij borstkanker is hiervoor inmiddels sterker bewijs: in de Nederlandse DIRECT-studie verdroegen vrouwen de chemo beter en reageerde de tumor vaker goed [35]. Bij darmkanker ontbreekt dit onderzoek nog. Het is dus een veelbelovend spoor, geen aanbeveling - wie het wil proberen, doe dat alleen met begeleiding van het behandelteam.

Voor meer informatie over voeding, lees onze pagina over gezonde voeding.

8. Beweging en darmkanker

Voor beweging bij darmkanker is het bewijs de afgelopen jaren sterk geworden, zowel om de ziekte te voorkomen als om beter te herstellen na de behandeling. Wandelen is misschien wel de meest onderschatte vorm van bewegen: in grote bevolkingsstudies daalt de kans om vroegtijdig te overlijden naarmate je meer stappen zet, met flinke winst al rond de 7.000 stappen per dag [36]. Ook specifiek bij darmkanker telt het: wie na de behandeling lichamelijk actief blijft, heeft bijna een derde minder kans om aan de ziekte te overlijden [20]. Je hoeft daar de sportschool niet voor in - dagelijks stevig doorwandelen is al genoeg om verschil te maken.

Vóór diagnose (preventie)

In een groot onderzoek waarin de gegevens van 1,44 miljoen mensen waren samengevoegd, hadden de mensen die in hun vrije tijd het meest bewogen ongeveer 16 procent minder kans op dikke darmkanker en 13 procent minder op endeldarmkanker dan de mensen die het minst bewogen [28]. Het Wereldfonds voor Kankeronderzoek noemt het bewijs hiervoor 'overtuigend' voor de dikke darm.

Na de diagnose: bewegen verlengt het leven

In 2025 verscheen de eerste grote, goed opgezette studie naar bewegen ná de chemokuur bij dikke darmkanker [17]. Bijna negenhonderd mensen kregen na hun chemo óf een begeleid beweegprogramma van drie jaar (zo'n 150 tot 180 minuten matige inspanning per week), óf alleen het gebruikelijke gezondheidsadvies.

In de beweeggroep was de kans om in de jaren daarna te overlijden ruim een derde lager dan in de groep met alleen het gebruikelijke advies.

Belangrijk: het bewegen kwam bóvenop de gewone behandeling, niet in plaats daarvan. De enige noemenswaardige keerzijde was wat meer spier- en gewrichtsklachten (ongeveer 19 per 100 mensen, versus 12 op de 100 in de groep die minder bewoog). Ernstige problemen waren er niet.

Sinds februari 2026 staat bewegen na de chemokuur officieel in de richtlijn van de Europese vereniging voor medische oncologie (afgekort ESMO) als aanbevolen onderdeel van de behandeling [18]. Voor een leefstijladvies bij kanker is dat een uitzonderlijk sterke status.

Praktische aanbevelingen

De internationale richtlijnen voor mensen met of na kanker bevelen aan [16, 19]:

  • 150 tot 300 minuten matig-intensieve aerobe activiteit per week (wandelen, fietsen, zwemmen, dansen) verspreid over meerdere dagen.
  • Twee keer per week krachttraining (eigen lichaamsgewicht of met gewichtjes).

Bewegen tijdens de chemotherapie is veilig en helpt tegen vermoeidheid en conditieverlies [16]. Beginnen kan al tijdens de chemo, in overleg met het behandelteam, op dagen tussen de kuren waarop het goed gaat. 'Iets is beter dan niets' geldt: ook kleinere hoeveelheden geven al een meetbaar effect [20].

Onze pagina over bewegen biedt een goed overzicht van wat je kunt doen.

9. Slaap en darmkanker

Voor slaap is het bewijs bij darmkanker beperkter dan voor voeding en beweging.

Vóór diagnose

  • Zowel te weinig slaap (minder dan 6 uur per nacht) als te veel slaap (meer dan 9 uur) hangt samen met een iets hoger risico op darmkanker. Rond de 7 à 8 uur lijkt het gunstigst: te kort en te lang zijn allebei ongunstig. Het gaat wel om een klein effect; harde percentages zijn er niet.
  • Het effect is klein vergeleken met andere risicofactoren als roken, alcohol of overgewicht.

Na diagnose

  • Slaapproblemen komen na een darmkankerdiagnose vaak voor, zowel tijdens als na de behandeling. Slapeloosheid, vaak wakker worden en slechte slaapkwaliteit treden op bij 30 tot 50 procent van de mensen.
  • Cognitieve gedragstherapie tegen slapeloosheid (een vorm van praattherapie, afgekort CGT-i) helpt mensen met kanker goed. Studies specifiek bij darmkanker ontbreken, maar het effect is naar verwachting vergelijkbaar.

Voor de praktijk geldt het algemene advies:

  • Houd regelmaat in bedtijden, ook in het weekend.
  • Vermijd schermen één tot twee uur vóór het slapen.
  • Beperk cafeïne in de tweede helft van de dag.
  • Drink geen alcohol om in slaap te vallen. Alcohol verlaagt de slaapkwaliteit fors.

Bij langdurige slaapproblemen kan een verwijzing naar een slaapoefentherapeut of een CGT-i-behandelaar helpen. Onze pagina over slaap biedt een goed overzicht van slaaphygiëne-tips.

10. Stress en darmkanker

Vóór diagnose

Voor stress als directe oorzaak van darmkanker is het bewijs dun. De grootste invloed van psychische factoren ligt vooral ná de diagnose - op het herstel, de kwaliteit van leven en mogelijk de overleving.

Na diagnose

Stress is na een kankerdiagnose voor bijna iedereen een groot thema. Tussen de 20 en 30 procent van de mensen met darmkanker krijgt last van somberheid of angst. Onderzoek wijst erop dat veel en langdurige stress samenhangt met een slechtere overleving, al is niet zeker of de stress daar zelf de oorzaak van is of dat het samenvalt met een zwaarder ziektebeeld.

Onderzoek naar stressvermindering specifiek bij darmkanker is beperkt; veel kennis komt uit studies bij borst- en longkanker en is doorgetrokken naar darmkanker. Wat steeds terugkomt:

  • Aandachttraining (mindfulness) vermindert angst, somberheid en vermoeidheid en verbetert de kwaliteit van leven bij mensen met kanker [25].
  • Lotgenotengroepen verbeteren het psychisch welzijn en het zelf kunnen omgaan met de ziekte.
  • Eenzaamheid hangt samen met verhoogde kanker-sterfte. Sociale verbinding lijkt beschermend [26].

Stichting Je Leefstijl Als Medicijn biedt online en regionale supportgroepen voor mensen met langdurige aandoeningen. Voor mensen met colorectaal kanker en hun naasten is dat een directe ingang.

Samen tellen ze op: het hele plaatje van preventie

Voeding en bewegen zijn twee belangrijke pijlers, maar de grootste winst om darmkanker te voorkomen zit in de combinatie van meerdere gewoontes. Naast wat je eet en hoeveel je beweegt, tellen deze drie zwaar mee: Alcohol : matig drinken (tot ongeveer vier glazen per dag) geeft zo'n 17 procent meer kans, zwaar drinken ongeveer 44 procent; een veilige ondergrens is er niet [6]. Roken : ongeveer 20 procent meer kans, vooral na jarenlang roken. Gewicht : bij flink overgewicht (een BMI rond de 35) 20 procent meer kans op darmkanker. Buikvet weegt daarbij zwaarder dan het gewicht alleen [7]. En vooral de optelsom: wie tegelijk niet rookt, weinig of geen alcohol drinkt, een gezond gewicht houdt, regelmatig beweegt en plantaardig-rijk eet, heeft ongeveer de helft (!) minder kans op poliepen, op darmkanker en op overlijden eraan dan iemand die op geen of slechts één van die punten goed scoort [9].

11. Prehabilitatie en darmkanker: zo fit mogelijk de operatie in

Prehabilitatie is geen losse pijler, maar een combinatie: een gericht programma van ongeveer vier weken vóór de operatie, waarin voeding, beweging, stoppen met roken, minder alcohol en stressvermindering samenkomen. Bij dikke darmkanker is dit misschien wel de best onderbouwde leefstijl-aanpak in de hele oncologie. Daarom behandelen we het apart, ná de vier pijlers.

Wat levert het op?

In een Nederlandse studie uit 2023 [21] kregen 251 mensen vóór hun darmoperatie zo'n programma van vier weken. Het bestond uit:

  • Bewegen, gericht op aerobe beweging en kracht.
  • Voeding, eiwitrijk dieet, met eventueel suppletie.
  • Stoppen met roken, voor rokers, vier weken vóór operatie.
  • Verminderen van alcohol, voor zware drinkers.
  • Psychologische ondersteuning, gericht op stress en copingstrategieën.

Het resultaat was fors. Ernstige complicaties na de operatie kwamen voor bij 17 op de 100 mensen in de prehab-groep, tegen bijna 30 op de 100 in de groep met gewone zorg. Dat is ruim 40 procent minder kans op een ernstige complicatie. Ter vergelijking: dat is een grotere winst dan veel medicijnen opleveren - en het kost niets meer dan vier weken gericht oefenen, goed eten en stoppen met roken.

Ouder onderzoek liet vooral een betere conditie zien en minder duidelijk effect op complicaties [22]. Deze studie uit 2023 is echter recenter, groter en sterker. Latere samenvattingen bevestigen het beeld: vooral kwetsbare mensen profiteren sterk, en de gecombineerde aanpak werkt beter dan losse onderdelen [23, 24].

Tussen de diagnose en de operatie zitten doorgaans drie tot zes weken. Dat is geen wachttijd, maar een kans om zo fit mogelijk de operatie in te gaan. Steeds meer Nederlandse ziekenhuizen hebben een prehabilitatieprogramma. Vraag daarom je behandelteam of dat ook in jouw ziekenhuis bestaat (en, zo niet, bedenk met hen wat je al kunt gaan doen).

12. Conclusie: wat kan ik hiermee?

Darmkanker is een ziekte waarbij de standaardbehandeling de afgelopen jaren sterk vooruit is gegaan. De operatie, de aanvullende chemokuur, de voorbehandeling bij endeldarmkanker en - voor de kleine dMMR-groep - immuuntherapie geven voor de meeste mensen een reële winst in overleving. Tegelijk zijn er bijwerkingen, kans op terugkeer en blijvende beperkingen.

Wat onderzoek steeds duidelijker laat zien: leefstijl staat niet tegenover de behandeling, maar ernaast. Wat je concreet kunt doen, hangt af van waar je staat.

Voorkomen (voor wie nu gezond is)

Wie niet rookt, weinig of geen alcohol drinkt, een gezond gewicht houdt, regelmatig beweegt en plantaardig-rijk eet, halveert ruwweg de kans op darmkanker. Geen Andere factor is zo krachtig, maar met name de combinatie telt:

  • Eet plantaardig-rijk met veel vezels (25 tot 30 gram per dag) en volkoren.
  • Beperk bewerkt vlees en ultra-bewerkt voedsel.
  • Drink minder of geen alcohol. Er is geen veilige ondergrens.
  • Rook niet. Voor rokers is stoppen de meest impactvolle stap.
  • Beweeg minstens 150 minuten matig-intensief per week, met twee keer krachttraining. Dagelijks stevig doorwandelen telt volop mee - mik op zo'n 7.000 stappen per dag.
  • Houd een gezond gewicht, vooral rond het middel.
  • Doe mee aan het bevolkingsonderzoek (vanaf 55 jaar).

Voorbereiden op de operatie (prehabilitatie)

Hoor je dat je geopereerd wordt? Gebruik de weken tot de operatie. Vier weken gericht voorbereiden verlaagt de kans op ernstige complicaties met ruim 40 procent.

  • Vraag in het ziekenhuis naar een prehabilitatieprogramma.
  • Beweeg dagelijks (wandelen, fietsen, zwemmen), het liefst met een fysiotherapeut.
  • Eet eiwitrijk: vis, eieren, peulvruchten en zuivel. Bij gewichtsverlies een diëtist.
  • Stop (definitief) met roken, het liefst vier tot acht weken vóór de operatie.
  • Stop of verminder alcohol fors, zeker bij zwaar drinken.
  • Pak stress aan: slaap, ademhalingsoefeningen, eventueel psychologische steun of mindfulness?

Tijdens en na de behandeling

Bewegen na de chemokuur verlengt het leven: de kans om te overlijden was ruim een derde lager, en sinds 2026 staat dit in de Europese richtlijn. Ook voldoende eiwit, goede slaap, minder stress en sociaal contact met familie , vrienden, omgeving ondersteunen je herstel.

  • Bewegen. Begin zo snel mogelijk, ook tussen de chemokuren door, en bouw rustig op naar 150 tot 300 minuten per week. Wandelen is hiervoor de makkelijkste manier; elke stap telt.
  • Voeding. Voldoende eiwit (1,2 tot 1,5 gram per kilo per dag) en een mediterraan patroon.
  • Slaap en stress. Neem klachten serieus; vraag om praattherapie of aandachttraining (mindfulness).
  • Sluit je aan bij een supportgroep, voor jezelf en je naasten.

Alle keuzes maak je in afstemming met je behandelteam.

13. Veelgestelde vragen

14. Bronnen


21.000+ lezers

Nieuwsbrief

Elke maand iets gezonds in je inbox.

Auteur

Jaap Versfelt
Jaap Versfelt

Directeur-bestuurder

Medisch gereviewd door
prof. dr. schelto kruijff
Schelto Kruijff

chirurg-oncoloog UMCG

Gerelateerde artikelen

Darmkanker aanpakken met leefstijl | JLAM | Je Leefstijl Als Medicijn