Ga naar inhoud
De overgang en leefstijl - Dr Maaike de Vries en gyneacoloog Dr Manon Kerkhof Inschrijven
Artikel

PCOS en afvallen: waarom het zo lastig is en wat wél werkt

"Probeer eerst maar wat af te vallen." Wie PCOS (polycysteus ovariumsyndroom) heeft, krijgt dat vaak te horen en weet hoe moeizaam dat gaat. Dat moeizame heeft een lichamelijke oorzaak: onder de klachten draait een cirkel waarin insuline en de mannelijke hormonen elkaar opjagen. Afvallen levert wél iets op, alleen niet vooral op de weegschaal: bij vrouwen die afvielen kwam de menstruatie vaker terug [1]. Sinds mei 2026 heeft de aandoening een nieuwe naam: PMOS, polyendocrien metabool ovariumsyndroom [2]. In je dossier staat voorlopig nog PCOS; het gaat om dezelfde aandoening.

Gepubliceerd:
Vrouw snijdt prei en groente, PCOS afvallen met voeding

Foto: Ivan S via Pexels (Pexels License)

Kernboodschappen van dit artikel (leestijd 10 minuten)

  1. PMOS, tot mei 2026 PCOS geheten, is een hormonale aandoening waarbij de eisprong vaak uitblijft: je cyclus is onregelmatig, je ziet vaker acne en overbeharing, en zwanger worden duurt langer [3].
  2. Bij de helft tot zeventig procent reageert het lichaam minder goed op insuline, het hormoon dat suiker uit je bloed je cellen in laat. Die ongevoeligheid ontstaat ook bij een normaal gewicht, en de hoge insuline die erop volgt houdt de klachten in stand [4, 5].
  3. Vrouwen met PMOS eten gemiddeld niet meer calorieën dan andere vrouwen; ze bewegen wel minder [6].
  4. Eten dat je bloedsuiker minder laat pieken verlaagt je insuline én je testosteron, het bekendste mannelijke hormoon [7]. Ruil wit brood voor volkoren, cornflakes voor havermout, en frisdrank of vruchtensap voor water.
  5. Bewegen maakt je gevoeliger voor insuline, ook als je gewicht gelijk blijft [8]. Slecht slapen doet het omgekeerde: snurk je en ben je overdag moe, vraag dan een test op slaapapneu [3].
  6. Heb je overgewicht, dan is vijf tot tien procent eraf binnen een halfjaar genoeg om verschil te maken [9].
  7. Tel geen calorieën. Eetbuien en andere eetstoornissen komen bij PMOS vaker voor, ongeacht gewicht [10]. Herken je jezelf daarin, vraag je huisarts dan om hulp.
  8. Blijft je menstruatie maandenlang weg, laat dat nakijken: het baarmoederslijmvlies wordt dan niet afgestoten, en dat verhoogt op termijn de kans op baarmoederslijmvlieskanker [11].

1. Wat PMOS is, en waar je het aan merkt

PMOS is de meest voorkomende hormonale aandoening bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd [3]; ongeveer één op de acht krijgt ermee te maken [2]. Je merkt het aan een cyclus die onregelmatig is of wegblijft, aan acne, aan haargroei op kin, bovenlip, borst of buik, en eraan dat zwanger worden langer duurt: de eisprong blijft vaak uit.

Voor de diagnose zijn twee van deze drie genoeg: een onregelmatige of uitblijvende cyclus, te veel mannelijke hormonen (zichtbaar als overbeharing of acne, of meetbaar als een verhoogd testosteron in je bloed) en veel onrijpe eiblaasjes in de eierstokken.

De nieuwe naam komt van een wereldwijd samenwerkingsverband onder leiding van Helena Teede van Monash University in Australië [2], en zegt waar de aandoening zit. Poly betekent meerdere en endocrien gaat over de hormoonklieren: er doen meerdere hormoonstelsels mee, niet alleen de eierstok. Metabool gaat over je stofwisseling, over hoe je lichaam omgaat met suiker en vet. Ovarium is het Latijnse woord voor eierstok. En een syndroom is een groep klachten die samen voorkomen zonder dat er één oorzaak aan te wijzen is.

Blijft je menstruatie maandenlang helemaal weg, meld dat dan bij je huisarts. Zonder menstruatie wordt het baarmoederslijmvlies niet afgestoten, terwijl het onder invloed van het vrouwelijk hormoon oestrogeen blijft groeien. Daardoor is de kans op baarmoederslijmvlieskanker bijna drie keer zo hoog als bij vrouwen zonder PMOS [11]. Die kanker komt weinig voor, dus ook verdrievoudigd blijft je kans klein; het is wel de reden om een cyclus die wegblijft niet jarenlang te laten lopen.

Verder is de kans verhoogd op vet in de lever en op hart- en vaatziekten zoals een hartinfarct of een beroerte, en tijdens een zwangerschap op hoge bloeddruk en zwangerschapsdiabetes [3]. Diabetes type 2 komt ruim drie keer zo vaak voor, al is dat vooral aangetoond bij vrouwen met overgewicht [12].

2. De cirkel: insuline en mannelijke hormonen jagen elkaar op

Insuline is het hormoon dat de suiker uit je bloed je cellen in laat. Bij de helft tot zeventig procent van de vrouwen met PMOS reageren de spier- en vetcellen daar minder goed op [4]. Gebeurt dat bij jou, dan maakt je alvleesklier meer insuline aan, net zo lang tot je bloedsuiker toch normaal blijft. Van dat teveel aan insuline merk je zelf niets, en het valt ook niet op in een gewone bloedsuikertest.

Die hoge insuline doet vervolgens twee dingen. In je eierstokken zet ze de aanmaak van mannelijke hormonen aan. En in je lever zorgt ze ervoor dat meer testosteron vrij in je bloed rondgaat. Dat overschot aan mannelijk hormoon verstoort de eisprong, en daar komen de onregelmatige cyclus, de acne en de overbeharing vandaan.

Daarmee is de cirkel rond. Het overschot aan mannelijke hormonen maakt je cellen namelijk nóg ongevoeliger voor insuline. Meer insuline geeft meer testosteron, meer testosteron vraagt om nog meer insuline, en zo houdt het zichzelf aan de gang.

De cirkel draait ook bij een normaal gewicht [5]. Slank zijn sluit de aandoening dus niet uit. Overgewicht is niet de oorzaak van PMOS, al maakt overgewicht de insulineresistentie erger: je cellen reageren dan nog minder goed op insuline. Meer over insulineresistentie lees je in ons artikel over insulineresistentie en diabetes type 2.

3. Wat afvallen oplevert, en wat er moet gebeuren

Om de klachten te laten afnemen moet die cirkel de andere kant op: minder insuline, en daardoor minder mannelijk hormoon. Alles wat je insuline verlaagt, remt hem aan twee kanten tegelijk. Drie dingen doen dat: anders eten, meer bewegen, en - bij overgewicht - afvallen.

Wat dat oplevert, is vooral je cyclus: bij vrouwen die afvielen kwam de menstruatie vaker terug [1]. Op de overbeharing werkt kilo's kwijtraken niet, maar anders eten en meer bewegen wel: die twee verlagen je testosteron, en daarmee neemt ook de haargroei af [13].

Heb je overgewicht, dan hoef je niet slank te worden voordat je lichaam reageert. De Nederlandse richtlijn voor PMOS noemt vijf tot tien procent gewichtsverlies binnen een halfjaar een haalbaar doel dat verschil maakt [9]: bij 90 kilo zo'n vier en een halve kilo.

Vrouwen met PMOS eten gemiddeld niet meer calorieën dan andere vrouwen, maar bewegen wel minder [6]. "Je eet gewoon te veel" verklaart hier dus niets.

4. Eten: hoe vlakker je bloedsuiker stijgt, hoe minder insuline

Hoe minder hard je bloedsuiker piekt, hoe minder insuline je aanmaakt - en hoe minder mannelijk hormoon. Eten dat je bloedsuiker langzaam laat stijgen verlaagt dan ook de insulineresistentie én het testosteron [7].

Praktisch:

  • Ruil eerst de producten die je bloedsuiker snel laten stijgen: vruchtensap en frisdrank voor water of een stuk fruit, cornflakes voor eieren of volle yoghurt, en een deel van je brood, rijst en aardappelen voor groente, peulvruchten of noten.
  • Vul je bord half met groente en een kwart met eiwit: vis, vlees, ei, volle zuivel, peulvruchten of tofu. Houd het kwart met aardappelen, pasta, rijst of brood klein: dat is het deel dat je bloedsuiker laat stijgen. Groente, peulvruchten en noten leveren de vezels die je bloedsuiker vlak houden.
  • Begin bij het makkelijkste: frisdrank, vruchtensap, koek en snoep. De suiker daarin komt vrijwel meteen in je bloed.
  • Beperk ultrabewerkte producten: kant-en-klaarmaaltijden, chips, vleeswaren, ontbijtgranen met suiker. Je herkent ze aan een ingrediëntenlijst vol namen die je thuis niet hebt.

De internationale richtlijn spreekt geen voorkeur uit voor een eetpatroon [3]. Kortom: het beste eetpatroon is het patroon dat jij volhoudt. Wie toch een richtsnoer wil: in een vergelijking van de Semmelweis-universiteit in Boedapest kwam DASH het gunstigst uit voor de insulineresistentie: veel groente, fruit, peulvruchten en volkoren producten, weinig zout en suiker [14].

Tel daarbij geen calorieën. Eetbuien komen bij vrouwen met PMOS duidelijk vaker voor dan bij andere vrouwen, ongeacht hun gewicht [10]. Herken je jezelf in eetbuien of in dagen waarop je zo min mogelijk eet? Vraag je huisarts om een diëtist met ervaring met eetstoornissen of om een psycholoog. Meer tips staan op onze pagina over voeding.

5. Bewegen: gevoeliger voor insuline, ook als de weegschaal stilstaat

Bewegen remt de cirkel langs een andere weg: je lichaam gaat weer beter op insuline reageren. Je conditie gaat vooruit en je buikomvang wordt kleiner, terwijl je gewicht nauwelijks verandert [8]. Die winst hangt dus niet van de weegschaal af.

Kies wat je volhoudt: geen enkele bewegingsvorm is bij PMOS beter dan een andere [3]. Stevig doorwandelen telt net zo goed als de sportschool. Matig intensief betekent dat je nog kunt praten, maar niet meer zingen. Een beweegnorm speciaal voor PMOS bestaat niet; de gewone norm voor volwassenen is geschikt [15]:

  • 150 tot 300 minuten per week matig intensief bewegen, of 75 tot 150 minuten intensief.
  • Krachttraining op twee dagen die niet op elkaar volgen.

Begin klein: drie keer per week een half uur. Wil je daarnaast gewicht verliezen, dan ligt de drempel hoger: minimaal 250 minuten matig intensief per week, met die krachttraining erbij [9, 15].

Doe het niet extreem. Eet je te weinig voor wat je aan training doet, dan zet je lichaam de eisprong uit; valt je cyclus weg, leg dat dan voor aan je arts. Hoe je een week opbouwt, staat op onze pagina over beweging.

6. Slaap: laat snurken uitzoeken

Slecht slapen maakt je lichaam minder gevoelig voor insuline, en voedt daarmee dezelfde cirkel. Slaapapneu, waarbij je adem 's nachts telkens even stokt, komt bij vrouwen met PMOS veel vaker voor: de schattingen lopen van ongeveer 20 tot 45 procent, tegen enkele procenten van de vrouwen zonder PMOS [16, 17, 18].

Snurk je, en ben je overdag moe na een volle nacht? Vraag je huisarts dan om verder onderzoek. De internationale richtlijn voor PMOS adviseert bij deze klachten op slaapapneu te testen [3], maar je krijgt zo'n test niet vanzelf aangeboden. De behandeling is meestal een maskertje dat 's nachts lucht inblaast en de ademstops opheft. Gebruik je dat maskertje, dan reageert je lichaam daarna ook beter op insuline [19].

Slecht inslapen en 's nachts wakker liggen tellen ook mee: van alle slaapproblemen weegt slapeloosheid bij PMOS het zwaarst [20]. Of beter slapen je PMOS-klachten vermindert, is niet onderzocht; zeven tot negen uur geldt voor alle volwassenen. Praktische hulp vind je in ons artikel over slaap als fundament van je gezondheid.

7. Stress, somberheid en andere vrouwen die het snappen

Somberheid komt bij PMOS ruim twee keer zo vaak voor [21]. Een onregelmatige cyclus, overbeharing, acne en een onvervulde kinderwens vragen dan ook jarenlang veel van je. Houdt die somberheid weken aan, heb je nergens meer zin in of denk je aan de dood, maak dan een afspraak bij je huisarts. Wacht daar niet mee. Bij gedachten aan zelfdoding kun je ook direct terecht bij 113 Zelfmoordpreventie via 0800-0113.

Op de cirkel werkt ontspanning niet: dat minder stress je insulineresistentie, je testosteron of je cyclus verbetert, is niet aangetoond. Je hoofd wordt er wel rustiger van, en je somberheid minder [22]; zie onze pagina over ontspanning. Contact met vrouwen die hetzelfde meemaken werkt net zo: het maakt je stemming beter en de aandoening beter te dragen [23], al is het bewijs daarvoor nog smal. Waar je die vrouwen vindt, lees je bij verbinding.

8. Wat medicijnen en supplementen doen

Heb je geen kinderwens, dan is de pil het gebruikelijke middel. Hij maakt je cyclus regelmatig en dempt de mannelijke hormonen, waardoor acne en overbeharing afnemen. Gevoeliger voor insuline word je er niet van.

Heb je wél een kinderwens en komt je eisprong niet op gang, dan is letrozol meestal de eerste stap: een tablet dat je eierstokken tot een eisprong aanzet. Van de vrouwen die het kreeg, kreeg ruim een kwart een kind [24].

Er zijn meer opties om met je arts te bespreken: metformine, een tablet dat je lichaam gevoeliger maakt voor insuline; de GLP-1-middelen, prikpennen die bij obesitas worden voorgeschreven (bekend onder de merknaam Wegovy) en bescheiden gewichtsverlies geven [25]; en inositol, een supplement zonder recept waarvan onzeker is of het de kans op een zwangerschap vergroot [26]. De insulineresistentie bij PMOS verbetert geen van drieën aantoonbaar [27].

Dit artikel gaat over medicijnen die alleen op recept verkrijgbaar zijn. Het is bedoeld als informatie en niet als advies om deze middelen wel of niet te gebruiken. Start, stop of wijzig medicatie nooit zonder overleg met je arts.

De internationale richtlijn voor PMOS noemt leefstijl de eerste stap voor álle vrouwen, en zet metformine en zelf aan de slag gaan met je leefstijl als ongeveer even werkzaam naast elkaar [3]. Sterker nog: geen enkel middel geneest PMOS. De middelen dempen de klachten terwijl de aandoening blijft bestaan, en stop je ermee, dan komen de klachten terug. Stop dus niet met je medicijnen. Ga er daarnaast mee aan de slag: je eten, je bewegen en je slaap.

9. Tot slot

Op de cirkel van insuline en mannelijke hormonen heb je meer invloed dan op de weegschaal. Kies deze week één ding: anders eten, meer bewegen, of snurken laten uitzoeken. Niet alles tegelijk.

Dit artikel is gebaseerd op de 27 onderstaande wetenschappelijke artikelen.
  1. Scragg J, Hobson A, Willis L, et al. Effect of weight loss interventions on the symptomatic burden and biomarkers of polycystic ovary syndrome: a systematic review of randomized controlled trials. Ann Intern Med. 2024;177(12):1664-74. DOI
  2. Teede HJ, Bahri Khomami M, Morman R, et al.; Global Name Change Consortium. Polyendocrine metabolic ovarian syndrome, the new name for polycystic ovary syndrome: a multistep global consensus process. Lancet. 2026;407(10545):2329-39. DOI
  3. Teede HJ, Tay CT, Laven J, et al. Recommendations from the 2023 International Evidence-based Guideline for the Assessment and Management of Polycystic Ovary Syndrome. J Clin Endocrinol Metab. 2023;108(10):2447-69. DOI
  4. Legro RS, Castracane VD, Kauffman RP. Detecting insulin resistance in polycystic ovary syndrome: purposes and pitfalls. Obstet Gynecol Surv. 2004;59(2):141-54. DOI
  5. Diamanti-Kandarakis E, Dunaif A. Insulin resistance and the polycystic ovary syndrome revisited: an update on mechanisms and implications. Endocr Rev. 2012;33(6):981-1030. DOI
  6. Kazemi M, Kim JY, Wan C, et al. Comparison of dietary and physical activity behaviors in women with and without polycystic ovary syndrome: a systematic review and meta-analysis of 39 471 women. Hum Reprod Update. 2022;28(6):910-55. DOI
  7. Kazemi M, Hadi A, Pierson RA, et al. Effects of dietary glycemic index and glycemic load on cardiometabolic and reproductive profiles in women with polycystic ovary syndrome: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Adv Nutr. 2021;12(1):161-78. DOI
  8. Patten RK, Boyle RA, Moholdt T, et al. Exercise interventions in polycystic ovary syndrome: a systematic review and meta-analysis. Front Physiol. 2020;11:606. DOI
  9. Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. PCOS/PMOS (adaptatietraject internationale richtlijn). Utrecht: Richtlijnendatabase; 2023. Link
  10. Cooney LG, Gyorfi K, Sanneh A, et al. Increased prevalence of binge eating disorder and bulimia nervosa in women with polycystic ovary syndrome: a systematic review and meta-analysis. J Clin Endocrinol Metab. 2024;109(12):3293-305. DOI
  11. Barry JA, Azizia MM, Hardiman PJ. Risk of endometrial, ovarian and breast cancer in women with polycystic ovary syndrome: a systematic review and meta-analysis. Hum Reprod Update. 2014;20(5):748-58. DOI
  12. Anagnostis P, Paparodis RD, Bosdou JK, et al. Risk of type 2 diabetes mellitus in polycystic ovary syndrome is associated with obesity: a meta-analysis of observational studies. Endocrine. 2021;74(2):245-53. DOI
  13. Haqq L, McFarlane J, Dieberg G, Smart N. Effect of lifestyle intervention on the reproductive endocrine profile in women with polycystic ovarian syndrome: a systematic review and meta-analysis. Endocr Connect. 2014;3(1):36-46. DOI
  14. Juhász AE, Stubnya MP, Teutsch B, et al. Ranking the dietary interventions by their effectiveness in the management of polycystic ovary syndrome: a systematic review and network meta-analysis. Reprod Health. 2024;21:28. DOI
  15. Sabag A, Patten RK, Moreno-Asso A, et al. Exercise in the management of polycystic ovary syndrome: a position statement from Exercise and Sports Science Australia. J Sci Med Sport. 2024;27(10):668-77. DOI
  16. Abdul Jafar NK, Al Balushi A, Subramanian A, et al. Obstructive sleep apnea syndrome in polycystic ovary syndrome: a systematic review and meta-analysis. Front Endocrinol (Lausanne). 2025;16:1532519. DOI
  17. He J, Ruan X, Li J. Polycystic ovary syndrome in obstructive sleep apnea-hypopnea syndrome: an updated meta-analysis. Front Endocrinol (Lausanne). 2024;15:1418933. DOI
  18. Kahal H, Kyrou I, Uthman OA, et al. The prevalence of obstructive sleep apnoea in women with polycystic ovary syndrome: a systematic review and meta-analysis. Sleep Breath. 2020;24(1):339-50. DOI
  19. Tasali E, Chapotot F, Leproult R, Whitmore H, Ehrmann DA. Treatment of obstructive sleep apnea improves cardiometabolic function in young obese women with polycystic ovary syndrome. J Clin Endocrinol Metab. 2011;96(2):365-74. DOI
  20. Chen X, Lin J, Gao H, et al. Causal associations between sleep traits and polycystic ovary syndrome: a univariable, bidirectional, and multivariable Mendelian randomization study. J Obstet Gynaecol Res. 2026;52(3):e70233. DOI
  21. Dybciak P, Raczkiewicz D, Humeniuk E, et al. Depression in polycystic ovary syndrome: a systematic review and meta-analysis. J Clin Med. 2023;12(20):6446. DOI
  22. Stefanaki C, Bacopoulou F, Livadas S, et al. Impact of a mindfulness stress management program on stress, anxiety, depression and quality of life in women with polycystic ovary syndrome: a randomized controlled trial. Stress. 2015;18(1):57-66. DOI
  23. Ranasinghe BA, Balasuriya A, Wijeyaratne CN, Fernando NFJ. The impact of peer-led support groups on health-related quality of life, coping skills and depressive symptomatology for women with PCOS. Psychol Health Med. 2023;28(3):564-73. DOI
  24. Legro RS, Brzyski RG, Diamond MP, et al. Letrozole versus clomiphene for infertility in the polycystic ovary syndrome. N Engl J Med. 2014;371(2):119-29. DOI
  25. Forslund M, Wändell P, Forsberg L, et al. GLP-1 receptor agonist treatment in women with polycystic ovary syndrome: a systematic review and meta-analysis. Eur J Endocrinol. 2026;194(3):25-39. DOI
  26. Showell MG, Mackenzie-Proctor R, Jordan V, et al. Inositol for subfertile women with polycystic ovary syndrome. Cochrane Database Syst Rev. 2018;(12):CD012378. DOI
  27. Omarion A, Ayasa Y, Omarion Z, Jayouse B, Ayesh H. Comparative analysis of glucagon-like peptide-1 receptor agonists, metformin, and inositol in improving anthropometric and metabolic outcomes in women with polycystic ovary syndrome: a network meta-analysis. Front Endocrinol (Lausanne). 2026;17:1833904. DOI
21.000+ lezers

Nieuwsbrief

Elke maand iets gezonds in je inbox.

Auteur

Jaap Versfelt
Jaap Versfelt

Directeur-bestuurder

Gerelateerde artikelen

maand cyclusArtikel

Zo ondersteun je een gezonde menstruatiecyclus met je leefstijl

Je menstruatiecyclus reageert op dingen zoals voeding, stress, slaap en beweging. Een gezonde leefstijl helpt je cyclus te ondersteunen in het dagelijks leven. Het kan klachten minder heftig maken of helpen voorkomen dat ze erger worden. Je menstruatiecyclus zegt ook iets over je gezondheid.

Lees meer