Ga naar inhoud
Artikel

Regeneratieve begrazing en bodemherstel: waarom het landschap dieren nodig heeft

Hoe extensieve begrazing de bodem herstelt en de kringlooplandbouw versterkt. Stel je een weiland voor zonder koeien. Geen mest, geen hoeven die de grond opentrappen, geen grazende monden die het gras kort houden. Het klinkt als natuur in haar zuiverste vorm. Maar ecologisch gezien is het een amputatie. Dieren en bodem vormen al honderden miljoenen jaren een verbond – een samenwerking die ouder is dan de eerste bloem, ouder dan het eerste gras. We hebben dat verbond verbroken door dieren op te sluiten in stallen en mest te vervangen door kunstmest. De vraag is niet of we dat kunnen terugdraaien. De vraag is wat er gebeurt als we het niet doen – en waarom regeneratieve begrazing een sleutelrol speelt bij bodemherstel.

Gepubliceerd:
Regeneratieve begrazing en bodemherstel: waarom het landschap dieren nodig heeft

Kernboodschappen

  1. Dieren en bodem vormen al honderden miljoenen jaren een onmisbaar verbond.
  2. Extensieve begrazing stimuleert wortelgroei en vergroot koolstofvastlegging in de bodem.
  3. Dierlijke mest levert de nutriënten die nodig zijn voor het bodemleven - kunstmest komt als piekdosering binnen.
  4. Kringlooplandbouw kan zonder dieren functioneren, maar floreert met dieren.
  5. Regeneratieve begrazing vermindert broeikasgasemissies met tot 66 procent ten opzichte van conventioneel.
  6. Zowel plantaardige als dierlijke landbouw heeft impact op dieren – de vraag is welk systeem de minste schade aanricht.

Leestijd:10 minuten

1. Bodemherstel begint bij dieren

In het eerste artikel van deze serie beschreven we de mineralenkringloop: schimmels die gesteente ontsluiten, planten die suikers ruilen voor mineralen, dieren die eten en teruggeven aan de bodem [1]. Die kringloop – de basis van elke kringlooplandbouw – draait al 3,5 miljard jaar. Maar een van de schakels verdient meer aandacht: de dieren.

Hoe extensieve begrazing wortelgroei stimuleert

Wanneer een koe graast, bijt ze het bovenste deel van het gras af. De plant reageert door nieuwe bladeren aan te maken. Daarvoor heeft ze energie nodig uit de wortels. Het gevolg is tegenintuïtief: extensieve begrazing stimuleert wortelgroei. Een grasplant die regelmatig wordt begraasd, investeert meer in haar wortelstelsel dan een plant die ongestoord blijft staan. Diepere wortels betekenen meer koolstofvastlegging in de bodem, meer contact met het schimmelnetwerk, en meer mineralenopname [14].

Mest: de motor van bodemherstel

Daar komt de mest bij. Dierlijke mest is niet zomaar een afvalproduct – het is de meest complete en snelle manier om nutriënten terug te brengen naar de bodem. Stikstof, fosfor, kalium, spoorelementen, organische stof: het zit er allemaal in. In verhoudingen die het bodemleven kan verwerken zonder te overbelasten.

Het bodemleven bloeit op. Mestkevers, regenwormen en micro-organismen breken de mest af en mengen de nutriënten door de grond. Schimmels en bacteriën groeien op de organische stof en sluiten mineralen op die planten anders niet zouden bereiken. Het resultaat is bodemherstel: een bodem die veerkrachtiger is, meer water vasthoudt, en meer koolstof opslaat [14].

Kan kringlooplandbouw zonder dieren?

Kan de kringlooplandbouw zonder dieren? Ja. Groenbemesters, compost en gewasrotatie leveren ook nutriënten aan de bodem. Er bestaan boerderijen die volledig zonder dieren werken – zogenaamde stock-free farming. Ze werken, maar ze missen de synergie die ontstaat als regeneratieve begrazing, mest en bodemleven samenwerken. Het verschil is niet zwart-wit – het is het verschil tussen een kringloop die functioneert en een kringloop die floreert.

De urgentie: bodemverlies in Europa en Nederland

Dat verschil doet ertoe, want de urgentie is groot. In de Europese Unie gaat naar schatting een miljard ton bodem per jaar verloren door erosie. Zestig tot zeventig procent van de landbouwbodems wordt beoordeeld als ongezond [3]. In Nederland komt daar een specifiek probleem bij: een stikstofoverschot van zo’n 300 miljoen kilo per jaar [4]. Niet te weinig nutriënten, maar te veel van het verkeerde, op de verkeerde plek.

Dat overschot sijpelt door naar het grondwater en de sloten. De helft van het Nederlandse oppervlaktewater voldoet niet aan de Europese waterkwaliteitsnormen. Nitraatuitspoeling uit de landbouw is een van de hoofdoorzaken; daarnaast vinden we pesticiden uit gewasbescherming terug in sloten en grondwater. Het verlies van de EU-mestderogatie in 2023 dwingt de Nederlandse melkveehouderij tot krimp. Dat is pijnlijk voor boeren, maar het opent ook een deur: minder dieren, beter gehouden, op meer land – precies de richting die de bodem nodig heeft.

Nederlandse pioniers in regeneratieve begrazing

Dat het werkt, laat het Crkls-project zien. Achttien Nederlandse bedrijven werden vier jaar lang gevolgd bij hun omschakeling naar regeneratieve methoden. De deelnemende boeren scoorden gemiddeld 3,7 op een schaal van 5 op veertien regeneratieve thema’s. Het sectorgemiddelde lag op 3,0 [5]. Het zijn bescheiden cijfers – geen controlegroep, geen peer-review, en de deelnemers waren per definitie gemotiveerde pioniers. Maar de richting is consistent met de internationale wetenschap: als je het bodemleven de ruimte geeft en dieren hun rol laat spelen, verbetert de bodem.

Peter Oosterhof, melkveehouder in het Drentse Foxwolde, is een van die pioniers. Met 110 koeien op kruidenrijk grasland ervaart hij wat de theorie voorspelt: lagere kosten voor kunstmest en bestrijdingsmiddelen, een bodem die veerkrachtiger wordt, en een bedrijf dat minder afhankelijk is van externe inputs [5]. Het is een persoonlijk voorbeeld, geen wetenschappelijk bewijs – maar het illustreert wat er mogelijk is als je dieren terugbrengt in het landschap.

2. Duurzame veehouderij: de logische consequentie

Stel dat het argument klopt. Stel dat dieren de bodem verbeteren en de kringloop versterken. Dan volgt daar een ongemakkelijke consequentie uit.

Een melkveebedrijf produceert onvermijdelijk mannelijke kalveren – ruwweg de helft van alle geboorten. Na een jaar of acht raakt een melkkoe uitgemolken. Zonder die dieren te benutten, sta je na tien jaar met honderden niet-productieve dieren. Die moeten gevoed, gehuisvest en verzorgd worden. Het sanctuary-model – levenslange opvang – draait op donaties en is niet schaalbaar naar de omvang van de Nederlandse melkveehouderij. Carbon credits en vergoedingen voor ecosysteemdiensten zijn veelbelovend, maar voorlopig onvolwassen als verdienmodel.

Wat resteert is een pragmatisch argument, geen moreel mandaat. Als je dieren houdt omwille van de bodem, is het benutten van die dieren een logische consequentie. Niet omdat het moet, maar omdat het alternatief economisch onhoudbaar is. Van het mondiale veevoer is 86 procent niet geschikt voor menselijke consumptie: gras, hooi, gewasresten, bijproducten van de voedselindustrie [6]. Dieren zetten iets wat wij niet kunnen eten om in iets wat wij wel kunnen eten. Dat is geen verdediging van de bio-industrie. Het is een constatering dat dieren in het voedselsysteem een rol vervullen die lastig te vervangen is.

3. Drie bezwaren gewogen

Het argument dat dieren onmisbaar zijn voor een gezond voedselsysteem roept terechte vragen op. De drie belangrijkste: broeikasgassen, gezondheid en ethiek. Elk verdient een serieus antwoord.

“Maar de broeikasgassen dan?”

Dit is het hardste bezwaar, en het verdient een serieus antwoord. De industriële veehouderij stoot grote hoeveelheden broeikasgassen uit, importeert soja waarvoor in Latijns-Amerika bos is gekapt, en put bodems uit - dat staat buiten discussie. De manier van voeden is daarbij doorslaggevend. Koeien op deze intensieve krachtvoer-rantsoenen krijgen vaker last van pensverzuring [15][16]. Dat gaat samen met systemische ontsteking en leverabcessen, en is in de melk zichtbaar [15]. Maar er is een alternatief: regeneratieve begrazing als vorm van duurzame veehouderij. Daarbij worden dieren in wisselende kuddes over het land gerouleerd. Elke weide wisselt periodes van begrazing en herstel af. Het bodemleven krijgt de kans om op te bouwen, en de grond slaat koolstof op in plaats van hem te verliezen.

De metingen zijn veelbelovend. Op White Oak Pastures in de Verenigde Staten, een bedrijf dat met meerdere diersoorten op grasland werkt, lagen de netto-broeikasgasemissies 66 procent lager dan bij conventioneel rundvlees [7]. Een vergelijking van adaptieve begrazing met feedlot-systemen in het Midden-Westen liet een nog groter contrast zien. Het begrazingsbedrijf kwam uit op min 6,65 kg CO2-equivalent per kilo karkasgewicht. Het feedlot-systeem stootte 6,12 kg uit [2]. Die koolstofvastlegging in de bodem – het vermogen om CO2 uit de lucht op te slaan in organische stof – is de sleutel waardoor regeneratieve begrazing zo anders scoort dan de stal.

Maar die positieve cijfers hebben grenzen. De koolstofvastlegging is het sterkst in de eerste twintig tot dertig jaar na omschakeling. Daarna bereikt de bodem een verzadigingspunt, terwijl de methaanuitstoot van het vee doorloopt [9]. Regeneratieve begrazing vraagt bovendien zo’n 2,5 keer meer land dan conventionele systemen [7]. En onderzoekers waarschuwen dat de verwachtingen rond koolstofvastlegging door begrazing “overly optimistic” zijn [10]. Te optimistisch, gebaseerd op korte-termijn metingen en een handvol succesvolle bedrijven.

Hoe groot is het verschil op dieet-niveau? Deense data laten zien dat de voetafdruk sterk varieert per eetpatroon. 1,83 ton CO2-equivalent per persoon per jaar bij een dieet met vlees. 1,37 bij vegetarisch. En 0,89 bij veganistisch [8]. Dat verschil is reëel. Maar het is kleiner dan de meeste mensen denken. En het zegt niets over de bodemkwaliteit die elk dieet achterlaat. Bovendien gaan deze berekeningen uit van gangbare (industriële) productiemethoden. Voor regeneratief geproduceerd vlees liggen de getallen veel lager.

De conclusie: regeneratieve begrazing is deel van de oplossing voor duurzame veehouderij, niet het hele antwoord. Het vermindert emissies, het draagt bij aan bodemherstel, het vergroot biodiversiteit. Zo draagt het bij aan de energietransitie (maar lost het klimaatvraagstuk niet in zijn eentje op).

“Is het wel gezond?”

Dit bezwaar is snel beantwoord, want we behandelden het uitgebreid in het tweede artikel van deze serie. Kort: de mens is een omnivoor met een evolutionaire geschiedenis van zo’n 300.000 jaar. Uit een analyse van 229 jager-verzamelaarsamenlevingen blijkt dat de meerderheid het grootste deel van hun energie uit dierlijke bronnen haalde. De mediaan lag op 56 tot 65 procent [11]. Vitamine B12, heemijzer, de omega-3-vetzuren DHA en EPA, en vitamine K2 zijn primair of uitsluitend beschikbaar uit dierlijke bronnen. Dat wil niet zeggen dat iedereen vlees moet eten – het wil zeggen dat dierlijke producten voedingsstoffen leveren die lastig te vervangen zijn. Bij regeneratief gehouden dieren komt daar een mogelijk extra voordeel bij: vlees van koeien op kruidenrijk grasland heeft een gunstiger voedingsprofiel - meer omega-3, vitamine E en antioxidanten, en een betere omega-6/omega-3 verhouding [17][18]. Of dat ook tot meetbare gezondheidsvoordelen leidt bij de mens, is nog niet hard aangetoond. De aanwijzing zit voorlopig vooral in wat erin zit, niet in wat het bij mensen doet.

“Is het wel ethisch?”

Dit is het bezwaar dat het diepst snijdt. Dieren houden voor voedsel betekent dieren doden. Daar kan je niet omheen.

Maar plantaardige landbouw is niet diervrij. Oogstmachines doden veldmuizen en hazen. De pesticiden die akkerbouw gebruikt – en die regeneratieve begrazing op grasland niet nodig heeft – treffen insecten op grote schaal. In 63 beschermde natuurgebieden in Duitsland nam de biomassa van vliegende insecten in 27 jaar met 76 procent af. Met een piek van 82 procent midden in de zomer [12]. Monoculturen vernietigen leefgebied. Het exacte aantal dierlijke slachtoffers van plantaardige landbouw is onbekend – eerdere schattingen bleken bij nadere analyse onbetrouwbaar [13] – maar het is substantieel, zeker als je de ecosysteemverstoring door kunstmest en pesticiden meerekent.

De vraag is niet of dieren sterven voor ons voedsel. Dat doen ze, ongeacht wat er op je bord ligt. De vraag is hoe we de gezondheid van de natuur centraal kunnen stellen in de productie van zowel groenten als vlees. Een kale akker na de oogst biedt weinig leefgebied voor wilde dieren. Regeneratieve begrazing op kruidenrijk grasland biedt dat wel – meer insecten, meer vogels, meer bodemleven. Beide systemen hebben impact, maar de aard én de ethiek van die impact verschillen fundamenteel.

4. De cirkel rond: kringlooplandbouw met dieren

De mineralenkringloop die we in het eerste artikel beschreven – schimmels, planten, dieren, bodem – is geen romantisch ideaalbeeld. Het is een systeem dat al honderden miljoenen jaren draait en dat we in een paar generaties hebben gedemonteerd. Dieren eruit halen leek efficiënt. Kunstmest leek goedkoper. Stallen leken productiever. Op de korte termijn was dat allemaal waar. Maar de bodem houdt een andere boekhouding bij dan de markt - een waarin kwantiteit niet gelijk is aan kwaliteit, zeker niet op de lange termijn.

Het argument van dit artikel is niet dat iedereen vlees moet eten. Het is dat dieren een ecologische rol spelen in het landschap die lastig te vervangen is. We hebben een systeem gebouwd waarin de werelden van plant en dier van elkaar zijn gescheiden - en die rol is weggevallen. Bodemherstel door regeneratieve begrazing kost tijd, land, en een bereidheid om minder te produceren met meer zorg en meer kwaliteit. Dat is niet gratis. Maar de prijs van de bodemerosie die we nu betalen is dat ook niet. Met de lessen uit het verleden en de kennis van nu, is het sterk de vraag of het huidige systeem houdbaar is.

De kringlooplandbouw kan draaien zonder dieren. Maar centraal staat de fundamentele samenwerking tussen plant en dier - en die werkt het best met hoeven op de grond.

Veelgestelde vragen

21.000+ lezers

Nieuwsbrief

Wekelijks tips en artikelen in je inbox.

Auteur

Jaap Versfelt
Jaap Versfelt

Directeur-bestuurder

Medisch gereviewd door
Tom Schilder
Tom Schilder

Arts leefstijlgeneeskunde

Gerelateerde artikelen

Zonder gezonde bodem geen gezonde mensenArtikel

Zonder gezonde bodem geen gezonde mensen

De bodem speelt een grotere rol in onze gezondheid dan veel mensen denken. Schrale aarde leidt tot tekorten aan micronutriënten in de voeding. De manier waarop we nu met de bodem omgaan is niet houdbaar.

Lees meer