Leefstijlgeneeskunde: een onontbeerlijk instrument voor elke arts
Leefstijlgeneeskunde richt zich op wat echt telt: de oorzaak van ziekte aanpakken. Veel chronische aandoeningen, van diabetes type 2 tot dementie, komen voort uit leefstijl en metabole disfunctie. Dit artikel laat zien hoe insulineresistentie daarin de sleutelrol speelt — en hoe leefstijlinterventies bewezen effectief zijn. Ontdek waarom iedere arts en patiënt deze aanpak zou moeten kennen.

Kernboodschappen uit dit artikel (Leestijd: 16 minuten):
- Leefstijlgeneeskunde: Is wetenschappelijk onderbouwde medische zorg gebaseerd op leefstijlinterventies in niet-acute situaties.
- Urgentie: Chronische ziekten zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten, en dementie nemen sterk toe, voornamelijk door leefstijl.
- Metabole disfunctie: Vormt de basis van veel chronische ziekten en uit zich in obesitas, insulineresistentie en laaggradige ontsteking.
- Insulineresistentie: Centrale oorzaak van metabole disfunctie; draagt bij aan diabetes, hart- en vaatziekten, dementie, Parkinson en diverse andere aandoeningen.
- Huidige behandeling tekortkomingen: Behandelen veelal symptomen, maar richten zich onvoldoende op het aanpakken van onderliggende oorzaken van chronische ziekte.
- Diagnostiek: Insulineresistentie kan vastgesteld worden met klinische aanwijzingen (zoals buikvet, huidafwijkingen) en specifieke bloedtesten (zoals HbA1c, HOMA-IR).
- Koolhydraatbeperking: Traditionele adviezen (mediterraan, DASH) zijn minder effectief tegen insulineresistentie en hart- en vaatziekten dan een koolhydraatarm voedingspatroon.
- Demedicalisering: Bij koolhydraatbeperking is vaak minder medicatie nodig; zorgvuldige monitoring is noodzakelijk.
- Gesprekstechnieken: Voor effectieve gedragsverandering helpen technieken als het Leefstijlroer en de Cirkel van Invloed.
- Conclusie: Leefstijlinterventie bij insulineresistentie voorkomt en behandelt veel chronische ziekten effectief en verdient brede toepassing in de zorg.
1. Waarom leefstijlgeneeskunde?
Steeds meer mensen krijgen te maken met chronische aandoeningen zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten, en dementie. Medicatie onderdrukt vaak slechts symptomen. Maar wat als we de onderliggende oorzaak — metabole disfunctie — kunnen herkennen en behandelen, soms al 10 tot 20 jaar voordat de diagnose wordt gesteld?
Onderzoek laat zien dat 90% van het risico op een hart- of herseninfarct samenhangt met leefstijlfactoren zoals voeding, roken en inactiviteit. Ook aandoeningen zoals PCOS, erectiestoornissen, MS en Parkinson zijn sterk gerelateerd aan leefstijl.
Metabole disfunctie, vaak veroorzaakt door een overmaat aan ultrabewerkte voeding, leidt tot insulineresistentie, laaggradige ontsteking en obesitas. Dit vormt de basis van veel chronische aandoeningen.
Leefstijlgeneeskunde is een wetenschappelijk onderbouwde aanpak die artsen in staat stelt om de oorzaken van ziekte aan te pakken, in plaats van alleen symptomen te bestrijden.
2. Wat is leefstijlgeneeskunde?
Leefstijlgeneeskunde is geen apart specialisme, maar een essentieel onderdeel van zorg in niet-acute situaties. Het betreft de toepassing van preventieve en therapeutische leefstijlinterventies gebaseerd op wetenschap en richt zich op de kern: het herstellen van metabole gezondheid.
3. Metabole disfunctie: de stille motor achter chronische ziekten
Veel voorkomende chronische ziekten, zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten, dementie, kanker, PCOS en erectiestoornissen, MS, Parkinson, depressie en dementie hangen samen met metabole disfunctie.
Bij metabole disfunctie is de stofwisseling ontregeld. Dit gaat om de processen die in het lichaam plaatsvinden om voedingsstoffen te gebruiken voor energie en opbouw. Metabole disfunctie toont zich door toegenomen vetopslag rond de organen, verhoogde bloedsuikerspiegel en bloeddruk, leververvetting en abnormale HDL-cholesterol- en triglycerideniveaus.
Metabole disfunctie hangt nauw samen met insuline resistentie, laaggradige chronische ontsteking en obesitas die elkaar onderling versterken:
- Insulineresistentie is een verminderde gevoeligheid van lichaamscellen voor het hormoon insuline. Hierdoor kan insuline minder goed de suikerspiegel in het bloed op peil houden. Dit is een voorstadium van prediabetes en diabetes type 2.
- Chronische laaggradige ontsteking. Een infectie of verwonding geeft een forse ontstekingsreactie van tijdelijke aard, Bij chronische laaggradige ontsteking is het immuunsysteem continu licht geactiveerd zonder directe symptomen. Laaggradige ontsteking draagt bij aan insulineresistentie.
- Obesitas. Bij ophoping van buikvet scheiden vergrote vetcellen ontstekingsbevorderende moleculen af (cytokines). Deze moleculen belemmeren de werking van insuline, waardoor insulineresistentie verder toeneemt. Zo vormt obesitas een risicofactor voor laaggradige ontsteking én insulineresistentie (Rohm, 2022).
Metabole disfunctie draagt bij aan het ontstaan van een reeks van chronische ziekten. Hier een overzicht:
- Hart- en vaatziekten. Onderzoek laat zien dat leefstijlfactoren 90% van het risico op hart- en herseninfarcten uitmaken. Diabetes type 2, hoge bloeddruk, obesitas zijn hierbij belangrijke factoren (Yusuf, 2004).
- Dementie. Het hebben van diabetes type 2 verhoogt de kans op dementie met 69 procent (Jin-Tai Yu, 2020).
- Parkinson. Veel Parkinsonpatiënten hebben diabetes type 2 (30 procent) of zijn insulineresistent (80%) (Aviles-Olmos, 2012).
- Bepaalde kankers. Mensen met hyperinsulinemie (verhoogd insulineniveau, wat samengaat met insulineresistentie) hebben twee keer zoveel kans om te sterven aan kanker (Tsujimoto, 2017).
- Migraine. Insulineresistente vrouwen hebben drie keer vaker migraine dan hun gezonde leeftijdsgenoten. Als ze daarnaast obees zijn, is de kans op migraine zelfs 13 keer zo hoog (Fava, 2013).
- PCOS. Bij vrouwen met diabetes type 2 komt PCOS acht tot tien keer vaker voor dan bij vrouwen zonder diabetes type 2 (Diamanti-Kandarakis, 2012).
- Erectiestoornissen. Mannen met metabole disfunctie hebben een verhoogd risico op erectiele disfunctie, die ernstiger wordt naarmate de metabole ontregeling toeneemt (De Berardis, 2003).
De lijst hierboven is allesbehalve uitputtend. Insulineresistentie is gelinkt aan een hele reeks aandoeningen. Denk daarbij aan psoriasis, verlies van spierkracht, galstenen, vervette lever, reflux, nierstenen, nierschade, acne, et cetera. Naast deze fysieke aandoeningen zijn naast dementie en Parkinson kennen vrijwel alle mentale afwijkingen een metabole component.
We hebben in dit hoofdstuk laten zien dat metabole disfunctie en het daarmee samenhangende insulineresistentie in veel voorkomende chronische ziekten een enorme rol speelt. Vaak wordt bij patiënten insulineresistentie niet onderzocht. Wat doen we wel? Wat betekent dit voor de gezondheid van de patiënt? Dat bespreken we in het volgende hoofdstuk.
4. De huidige behandeling van chronische ziekten schiet tekort
Laten we als voorbeeld nemen wat er gebeurt als een patiënt bij de arts komt en er een vermoeden is van hart- en vaatziekte. We nemen dit voorbeeld omdat het kenmerkend is voor veel chronische ziekten die samenhangen met leefstijl.
Hoe effectief is deze behandeling? Daar kunnen de vraagtekens bij worden gezet:
Wat de arts (conform de NHG-richtlijn Cardiovasculair risicomanagement) doet is vragen naar een aantal risicofactoren, het meten van de bloeddruk, het vaststellen van de BMI, en het laten bepalen van het glucoseniveau en een lipidenprofiel. Qua behandeling wordt leefstijl besproken en vaak met medicijnen gewerkt aan LDL-cholesterolverlaging (bijv. statines) en bloeddrukverlaging (bijv. calciumblokkers). Volgens de richtlijnen wordt bij de leefstijl-factor ‘voeding’ aangeraden om te eten volgens de Schijf van Vijf.
- Een mogelijke grondoorzaak, insulineresistentie, wordt niet aangepakt
- Het leefstijladvies rond voeding is niet optimaal
- Het effect van LDL-cholesterol verlaging is bescheiden vergeleken met leefstijl
4.1. Een onderliggende grondoorzaak wordt vaak niet aangepakt: insulineresistentie
Het voornaamste bezwaar tegen de gebruikelijk behandeling is dat een potentieel belangrijke onderliggende oorzaak van de ziekte niet wordt vastgesteld en aangepakt. Namelijk insulineresistentie.
Er zijn veel studies gedaan om risicofactoren voor hart- en vaatziekten op te sporen, veelal met een vergelijkbare uitkomst. Een voorbeeld daarvan is het Women’s Health Initiative (Dugani, 2021). Uit deze studie blijkt dat insulineresistentie een veel grotere risicofactor voor coronaire hartziekte is dan het LDL-cholesterol niveau (zie figuur 1).

Er zijn miljoenen Nederlanders die insulineresistent zijn:
- 2,5 miljoen mensen hebben prediabetes en diabetes type 2 (). Al deze mensen zijn insulineresistent.
- 50 procent van de volwassenen heeft overgewicht en 15 procent is obees (Vzinfo.nl). 70 procent van alle mensen met obesitas zijn insulineresistent (Xu, 2019).
Het niet vaststellen van insulineresistentie bij een patiënt betekent dat een mogelijke grondoorzaak van hart- en vaatziekten over het hoofd wordt gezien. En daarmee niet wordt aangepakt.
4.2. Het dieetadvies sluit niet aan voor mensen met metabole disfunctie.
Mocht een patiënt, conform de NHG-richtlijn, advies krijgen over voeding dat is dat “volg de Schijf van Vijf”. Deze beveelt aan om tussen 40 en 70% van alle calorieën uit koolhydraten te halen (Voedingscentrum).
Wat niet iedereen weet is dat dit advies is geschreven voor gezonde Nederlanders. In het artikel over het tot stand komen van de Schijf van Vijf staat: “Het advies is ontwikkeld voor ogenschijnlijk gezonde mensen met een BMI tussen de 18 en 25 kg/m². Voor mensen met ondergewicht, obesitas of een specifieke aandoening is individueel advies nodig van een diëtist die rekening houdt met de persoonlijke situatie en risico’s” (Brink, 2019).
Waarom is deze nuance (‘gezonde mensen’) relevant voor patiënten die zich bij de dokter melden met een chronische ziekte zoals hart- en vaatziekten?
Recent is een grootschalige meta-analyse van 25 RCT’s gepubliceerd over voedingspatronen en risicofactoren voor hart- en vaatziekten voor mensen met een verhoogd risico op dergelijke aandoeningen (Chatzi, 2024). Deze ‘umbrella review’ laat zien dat een laag-koolhydraatdieet effectiever is in het verbeteren van risicofactoren voor hart- en vaatziekten dan andere voedingspatronen zoals mediterraan of DASH (zie figuur 2).

Voor alle duidelijkheid, we zeggen niet dat de Schijf van Vijf ongezond is. We laten alleen zien dat het dieet niet optimaal lijkt voor het verminderen van het risico op hart- en vaatziekten voor mensen die niet gezond zijn en een verhoogd risico lopen op hart- en vaatziekten.
4.3. Medicatie is minder effectief dan leefstijl
We hebben al gezien dat insulineresistentie een grotere rol speelt in het ontstaan van hart- en vaatziekten dan LDL-cholesterol. Echter, bij het optreden van hart- en vaatziektes wordt vaak gebruik gemaakt van statines om het LDL-cholesterol niveau te verlagen. Hoe effectief is dat?
Een recent meta-onderzoek met de resultaten van 21 experimentele studies laat zien dat het gebruik van statines het relatieve risico op sterfte met 14% verlaagd t.o.v. een controlegroep die geen statines krijgt (Byrne, 2022). Dat lijkt de moeite waard.
Het effect van succesvolle leefstijlinterventies is echter groter. Onderzoek naar leefstijlaanpassingen onder patiënten met coronaire hartziekten gepubliceerd in het Journal of The American College of Cardiology (Maron, 2017) laat het volgende effect zien op het relatieve sterfterisico:
- Aanpassing dieet: 44% reductie
- Stoppen met roken: 36% reductie
- Meer fysieke beweging: 24% reductie
Het verschil tussen het effect van leefstijlverandering en medicijnen pleit ervoor om in gesprek met de patiënt in ieder geval nadrukkelijk aandacht aan leefstijl te besteden.
We hebben in dit hoofdstuk laten zien welke kansen we missen bij de behandeling van mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten als leefstijl onvoldoende aan bod komt of het verkeerde leefstijladvies wordt gegeven. We kunnen soortgelijke voorbeelden geven voor andere aandoeningen, zoals diabetes type 2 (koolhydraatbeperking meest effectieve dieet), depressie (bewegen is aantoonbaar effectiever dan veel medicijnen), erectiele disfunctie (vaak vastgesteld 5 tot 10 jaar voor openbaren van hart- en vaatziekten), et cetera.
Bij al deze aandoeningen speelt insulineresistentie een grote rol. En kan vroegtijdig worden vastgesteld. Hoe werkt dat vaststellen? Daar gaat het volgende hoofdstuk over.
5. Hoe herken je insulineresistentie?
Een vermoeden van insulineresistentie kan er al zijn voordat bloedwaarden worden bepaald:
Klinische aanwijzingen | Indicatieve waarden of symptomen |
|---|---|
Buikvet | Buikomvang mannen: > 102 cm |
Huidafwijkingen | Donkerder gekleurde huidplekken (acanthosis nigricans) in nek, oksels of steelwratjes |
Reproductieve symptomen | Polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) of erectiestoornis |
Familiegeschiedenis | Hartziekten, diabetes type 2 |
Vochtretentie | Oedeem |
Tabel 1 – Klinische aanwijzingen vóór bloedonderzoek
Daarnaast zijn er een aantal bloedwaarden die wijzen op een insulineresistentie:
Bloedwaarden | Indicatieve waarden |
|---|---|
Hoge bloeddruk | > 135 mm Hg bovendruk |
Hoge nuchtere glucosewaarde | > 5,5 mmol/L |
Hoog triglyceridenniveau | > 1,7 mmol/L |
Laag HDL-cholesterolniveau | Mannen: < 1,03 mmol/L |
Tabel 2 Indicatieve bloedwaarden bij insulineresistentie
Om met meer zekerheid insulineresistentie vast te stellen zijn andere bloedwaarden behulpzaam. Dit zijn de abnormale waarden:
Bloedwaarden/test | Afwijkende waarden |
|---|---|
HbA1c | > 40 mmol/mol |
Nuchtere insuline | > 10 µU/ml |
HOMA-IR index | > 1,5 |
Insuline responstest | > 50 µU/ml (1-2 uur na inname 75 gram glucose) |
ALAT | Mannen: > 30 U/l |
GGT | > 40 U/l |
Triglyceride / HDL-ratio | > 1 |
Tabel 3 – Bevestigende bloedwaarden bij vermoeden van insulineresistentie
Als je bij een patiënt insulineresistentie vaststelt, wat is dan bekend over een effectieve aanpak met leefstijl? Dat bespreken we in het volgende hoofdstuk.
6. Effectieve leefstijlbehandeling voor insulineresistentie
Stoppen met roken, voldoende slaap, ontspanning, beweging en stoppen met sommige geneesmiddelen bevorderen de gevoeligheid voor insuline. Van al deze interventies is voeding het belangrijkste. Daarbij is therapeutische koolhydraatbeperking zeer effectief.
6.1. Therapeutische koolhydraatbeperking
Therapeutische koolhydraatbeperking richt zich op een hoge inname van natuurlijke, onbewerkte voedingsmiddelen, met een uitgebalanceerde verdeling van macronutriënten:
- Koolhydraten: De inname wordt doorgaans beperkt tot minder dan 130 gram per dag, met een sterke variant onder de 50 gram. De focus ligt op het vermijden van geraffineerde suikers, witmelen en zetmeelrijke producten zoals brood, rijst en aardappelen die sterker glucose en insuline verhogend zijn. Niet-zetmeelrijke groenten zoals bladgroenten, broccoli en bloemkool kunnen gegeten worden.
- Eiwitten: Aanbevolen inname is 1,2 tot 2 gram per kilogram ideaal lichaamsgewicht, afhankelijk van individuele behoeften en activiteitsniveau. Goede bronnen zijn vlees, vis, eieren en volvette zuivelproducten. Vegetarische opties zijn tofu, tempeh en noten zoals amandelen en pecannoten.
- Vetten: Deze vormen de primaire energiebron bij dit voedingspatroon. Gezonde verzadigde en onverzadigde vetten uit natuurlijke bronnen zoals vlees, vis, zuivel, avocado’s, noten olijfolie en kokosvet en vormen de basis. Geraffineerde zaadoliën, zoals zonnebloemolie, kunnen beter worden vermeden
Hoe zit het met vet?
Minder koolhydraten eten leidt tot meer vet eten, want een mens kan maar een bepaalde hoeveelheid eiwitten aan. Maar vet is toch ongezond? Het voedingsadvies de afgelopen vijftig jaar was ‘beperk vet’, ‘van vet eten wordt je vet’ en ‘vet eten leidt tot hart- en vaatziektes’. Dit advies blijkt gebaseerd te zijn op gemankeerd onderzoek. Het minder vet-advies werd ingegeven door onderzoek uit de jaren ’50 van de vorige eeuw. De Amerikaanse wetenschapper Ancel Keys speelde hierin een cruciale rol met zijn beroemde ‘Zeven Landen Studie’. Met deze epidemiologische studie liet hij zien dat het eten van verzadigd vet samenhing met hart- en vaatziekten. Echter, samenhang is geen bewijs van een oorzakelijk verband. Een umbrella review uit 2021 -waarin 17 meta-analyses werden verzameld- concludeert: “De meerderheid van het bewijs wijst erop dat vetarme diëten geen vermindering van cardiovasculaire gebeurtenissen of sterfte veroorzaken” (Dubroff, 2019). In de context van therapeutische koolhydraat beperking is een hoger percentage verzadigd vet uit volwaardig voedsel niet schadelijk (Astrup, 2019).
6.2. Minder medicatie door betere leefstijl
Bij een goed uitgevoerde koolhydraatbeperking zien we vaak binnen dagen een daling van de bloedsuikerwaarden. Hierdoor is medicatie (zoals insuline of sulfonylureumderivaten) snel te veel en ontstaat risico op hypo’s. Ook bloeddruk kan dalen. Daarom is begeleiding door een arts essentieel. Arts en Leefstijl heeft praktische richtlijnen voor demedicalisering opgesteld ().
We hebben in dit hoofdstuk besproken over leefstijlaanpassingen, met een focus op voeding. Maar, hoe voer je daar een effectief gesprek over met de patiënt? Daar gaat het laatste deel over.
7. Het gesprek met de patiënt over leefstijl
Hoe voer je als arts een effectief leefstijlgesprek met de patiënt? Daarbij helpen een aantal hulpmiddelen om de patiënt eigen keuzes te laten maken.
7.1. Leefstijlroer: laat de patiënt zelf kiezen
Laat de patiënt het leefstijlroer zelf invullen: welke leefstijlgebieden gaan al goed en welke nog niet (zie figuur 3).
Om vervolgens met de patiënten te praten over wat hen is opgevallen en waar zij mee aan de slag willen. Dit geeft autonomie en vergroot de kans op gedragsverandering.
Als ze dan iets vinden dat bij hen past, geef daar dan uitleg over. Bijvoorbeeld, als ze hun voeding willen aanpassen, geef dan een folder mee over hoe insulineresistentie werkt en dat je er met therapeutische koolhydraatbeperking wat aan kan doen.
7.2. Cirkel van invloed: breng focus aan.
De Cirkel van Invloed is een krachtig hulpmiddel om inzicht te krijgen in waar je energie in stopt en hoe je effectiever kunt omgaan met stress. Door je persoonlijke situatie in kaart te brengen, ontdek je wat je kunt beïnvloeden, waar je directe controle over hebt en welke zaken buiten je bereik liggen. Dit model helpt je om bewust keuzes te maken en je aandacht te richten op datgene wat je werkelijk kunt veranderen, zodat je energie efficiënter wordt besteed en stress vermindert.
Belangrijke kenmerken:
- Drie niveaus van focus: Cirkel van Controle, Cirkel van Invloed en Cirkel van Betrokkenheid.
- Inzicht en rust: Bepaal waar je je op moet concentreren en wat je kunt loslaten.
- Praktische toepassing: Vul de cirkels in om helderheid en richting te krijgen.
Download deze gratis tool en krijg meer grip op je energie en welzijn.

7.3. (Peer) Support en ondersteuning
Het aanpassen van de leefstijl is niet makkelijk. Daarbij is alle steun welkom. Dat kan via de peersupportgroepen van Stichting Je Leefstijl Als Medicijn. Of via onze virtuele leefstijlassistent Lampie.
Lampie is nu ook uitgebreid met een locatiezoeker en helpt je bij het vinden van leefstijlartsen, leefstijlcoaches en leefstijlaanbod in jouw regio.
Lampie kan je helpen met jouw vragen over leefstijl zowel over aandoeningen en leefstijl en wat je zelf kunt doen. Je vindt Lampie linksonder op elke pagina van deze site.
8. Conclusie: begin vandaag
Onderzoek laat zien dat leefstijl een grote rol speelt in het ontstaan van een reeks van fysieke aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, diabetes type 2, bepaalde kankers, leververvetting, PCOS en erectiestoornissen. En daarnaast sterk samenhangt met veel psychische- en neurodegeneratieve aandoeningen waaronder depressie, MS, Parkinson en dementie.
In dit artikel hebben we laten zien metabole disfunctie – en daarmee samenhangend insulineresistentie – een centrale rol speelt in het veroorzaken van veel van deze chronische ziekten. Insulineresistentie is het gevolg van een groot aantal leefstijlfactoren, met een overmaat aan ultrabewerkte voeding als belangrijkste oorzaak. We weten dat insulineresistentie al 10 tot 20 jaar kan voorkomen voordat chronische ziekten zich openbaren en eenvoudig vastgesteld kan worden.
De kennis over insulineresistentie en leefstijlbehandeling is er. We gaven daarbij het voorbeeld van hart- en vaatziekten en diabetes type 2. Therapeutische koolhydraatbeperking is daarbij een effectieve en haalbare optie. Met de patiënt het gesprek over leefstijl starten kan heel praktisch met hulpmiddelen, zoals het Leefstijlroer en de Cirkel van Invloed.
De vraag is niet of we dit moeten toepassen, maar wanneer we de switch maken? Laten we niet wachten tot metabole disfunctie zich uit in chronische ziekten. Begin vandaag: herken insulineresistentie, behandel de oorzaak en verlicht de druk op de zorg.
Meedoen?
Meer weten
- Tijd voor leefstijlgeneeskunde. Een interview met sport en leefstijlarts Hans van Kuijk
- Interview met huisarts Daphne Uyterlinden die veel bereikt met leefstijlgeneeskunde
- Nascholingsartikel Metabole disfunctie: een nieuw paradigma!, FocusVasculair, 2022 (link)
Veel gestelde vragen (FAQ)
Bronnen
Meer lezen?

Chronische aandoeningen en leefstijl
Een uitgebreid overzicht van aandoeningen en wat je hieraan kan doen met leefstijl als medicijn

Longread metabole disfunctie
Hoe leefstijl het verschil kan maken.

Leefstijl en hart- en vaatziekten
Hoe jij het risico kunt verkleinen

Insulineresistentie en diabetes type 2
Insulineresistentie en diabetes type 2 omkeren met leefstijl

Meer over leefstijlgeneeskunde
Met leefstijlgeneeskunde als huisarts meer bereiken met meer werkplezier
Lid worden?
Lid worden van Stichting Je Leefstijl Als Medicijn
Nieuwsbrief
Wekelijks tips en artikelen in je inbox.
Auteur



