Na haar geneeskundestudie en promotie in de fysiologie werkte Ellen Rouwet tien jaar als vaatchirurg in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. De ‘voorkant’ van de gezondheidszorg waarbij het voorkomen in plaats van oplossen van problemen centraal staat, trok haar steeds meer. Ellen ging zich toeleggen op leefstijlgeneeskunde bij de behandeling van hart- en vaatziekten en deed er onderzoek naar. In de VS behaalde ze een certificaat voor lifestyle medicine physician, waarna ze in 2020 het non-profit centrum De Leefstijlkliniek in Rotterdam opzette. Met het centrum, en met het onderzoek dat ze nog steeds doet als universitair docent aan de Erasmus Universiteit, bevindt ze zich midden in de obesitasepidemie in Nederland.

Hoe ziet de behandeling die jullie bij De Leefstijlkliniek bieden eruit?

Ellen Rouwet: “Met mijn achtergrond had ik verwacht dat ik vooral mensen met hart- en vaatziektes zou gaan behandelen. Maar bij De Leefstijlkliniek komen hoofdzakelijk mensen met obesitasproblemen, en daar hebben we de behandeling op ingericht. In obesitas komt eigenlijk alles samen: niet alleen hart- en vaataandoeningen maar ook onder meer diabetes type 2 en artrose gaan er vaak mee gepaard.”

Bieden jullie individuele behandelingen of werken jullie met groepen?

“We bieden individuele behandelingen vanuit de gecombineerde leefstijlinterventie, de GLI. De behandeling kan voor iedereen met obesitas vanuit de basisverzekering worden vergoed en is daarmee heel toegankelijk. Met ons team met drie artsen en een diëtist, een fysiotherapeut en een leefstijlcoach bekijken we bij elke patiënt wat hij of zij nodig heeft. We werken wel met groepen maar alleen bij patiënteneducatie.”

Hoe wordt lichaamssamenstelling-analyse daarbij ingezet?

“Eind vorig jaar hebben we daar een toestel, de InBody970, voor aangeschaft. De reden was dat studies rond obesitas laten zien dat het niet genoeg is om de BMI als analysetool te gebruiken. De BMI is geschikt voor populatieonderzoek, maar voor individuele behandelingen is het beter naar de lichaamssamenstelling te kijken. Ik heb eerst onderzocht of het apparaat goed correleert met de gouden standaard, dat wil zeggen met de DEXA-scan die in ziekenhuizen wordt gebruikt. Dat bleek zo te zijn. Toen hebben we tot de aanschaf besloten. Het was mijn beste beslissing van het jaar.”

Waarom?

“Analyse van de lichaamssamenstelling heeft veel prognostische waarde. Je kunt gericht met de cliënt plannen maken. Anders blijft het toch vaak bij: ‘Eet gezond en beweeg meer’. Dat weet iedereen wel. Maar het werkt onvoldoende. Tijdens het eerste consult meten we de lichaamssamenstelling en elke drie maanden doen we het opnieuw. Daar targeten we de behandeling op.”

Naar welke gegevens kijken jullie?

“Naar de spiermassa en het vetpercentage. Ook naar de segmentele spiermassa, met name in de benen. Er zijn veel mensen met obesitas waarbij de spiermassa in de benen te gering is ten opzichte van het gewicht dat ze moeten verplaatsen. Het gevolg is dat ze bijna allemaal pijn in de knieën hebben, of hielspoor of een achillespeesontsteking. Daardoor kunnen ze niet goed sporten. Dan komen ze in een vicieuze cirkel, daar moeten we ze uit helpen. Visceraal vet is uiteraard ook een belangrijke parameter. We berekenen de verbranding met het rustmetabolisme, en daar gaat ons diëtist mee aan de slag. De vetvrije massa gebruiken we bij het berekenen van de optimale eiwitinname tijdens de behandeling.”

Wat is de meerwaarde van dit soort kennis?

“We gebruiken de gegevens bij het maken van een behandelplan en bij de follow-up van dat plan. Je kunt bijvoorbeeld bepalen welke calorische intake in het voedingsplan kan worden gehanteerd. Dat kan van persoon tot persoon enorm uiteenlopen. Ondersteund door de gegevens kun je gerichte trainingsadviezen geven. Je kunt iemand met een lage spiermassa en hoge vetmassa bijvoorbeeld krachttraining aanraden, maar hij of zij moet ook aan cardio doen om het viscerale vet weg te krijgen. Iemand met een hoge spiermassa en veel visceraal vet moet uiteraard de spiermassa zo veel mogelijk behouden, maar zou de nadruk moeten leggen op cardio. Die dingen kun je niet bepalen als je van iemand eigenlijk alleen het gewicht kent.”

Hoe reageren de cliënten?

“De reacties zijn heel positief. Over het algemeen vinden mensen het fijn om over concrete gegevens te beschikken: meten is weten. Aan de hand van de gegevens kunnen wij beter uitleggen wat er met ze aan de hand is. Het werkt bovendien motiverend om de meting na drie maanden te herhalen. Men heeft zich vaak ingespannen en is gaan sporten met gerichte doelen in het achterhoofd. Na drie maanden zien ze wat het heeft opgeleverd. Desgewenst kan het plan worden bijgesteld. De analyses bevorderen de therapietrouw, daarvan ben ik overtuigd.”

Is lichaaamsamenstelling-analyse door elke zorgprofessional toe te passen?

“Het is belangrijk dat je je goed verdiept in de wetenschap, dus in de inspanningsfysiologie en bewegingswetenschappen. Zodat je de getallen goed kunt interpreteren. Anders heb je een mooie machine waar cijfertjes uitkomen zonder dat er wat mee gebeurt. Elke zorgverlener die zich erin verdiept kan het middel inzetten.”

Op 19 juni organiseren Stichting Je Leefstijl Als Medicijn en InBody een gratis webinar over lichaamssamenstelling-analyse. Artsen Ellen Rouwet en Hans van Kuijk bespreken het waarom en hoe van de lichaamssamenstelling-analyse. Schrijf je hier in

Voorbij de BMI_ lichaamssamenstelling-analyse als sleutel tot onze gezondheid

Voorbij de BMI: lichaamssamenstelling-analyse als sleutel tot onze gezondheid

Hoewel de BMI de meestgebruikte index is om overgewicht in uit te drukken, heeft het middel belangrijke gebreken. Lichaamssamenstelling-analyse is een eenvoudige manier om zorgvuldigere uitspraken over het lichaam en daarmee de gezondheid te doen. Medische professionals kunnen de risico’s inschatten, en samen krijg je inzicht in de vooruitgang.
Tijd voor leefstijlgeneeskunde

Tijd voor leefstijlgeneeskunde

In dit artikel gaat Amber Heijneman het gesprek over leefstijlgeneeskunde aan met sport- en leefstijlarts dr. Hans van Kuijk. Binnen zijn sportgeneeskundig handelen legt Van Kuijk de focus op leefstijlverbeteringen omdat daar bij vrijwel alle welvaartsaandoeningen enorme gezondheidswinst te realiseren valt.